Jeugd met migratieachtergrond vaker verdacht

Jongeren met een migratieachtergrond hebben een twee tot drie keer grotere kans om verdacht te worden van een misdrijf dan andere jongeren. Dat komt niet alleen door meer crimineel gedrag of door etnisch profileren, stellen onderzoekers van Erasmus Universiteit Rotterdam. Ook geslacht, opleidingsniveau en woonplaats kunnen een rol spelen.

Vooral jongeren met een Marokkaanse en Antilliaanse achtergrond worden vaker door de politie verdacht dan te verklaren is uit hun eigen gedrag: wel zes en zeven keer vaker dan hun leeftijdgenoten. Jongeren van Surinaamse en Turkse herkomst worden vier keer vaker verdacht dan jongeren zonder migratieachtergrond.

Verklaringen

Om meer zicht te krijgen op de oorzaken van die verschillen onderzochten Rotterdamse sociologen voor het eerst met zelfrapportages of deze jongeren ook meer crimineel gedrag vertonen. Uit het onderzoek blijkt dat de oververtegenwoordiging van jongeren met een niet-westerse achtergrond in verdachtenregistraties voor 13 procent te verklaren is uit hun eigen gedrag. Hun kans op politiecontacten kan daarnaast vergroot worden doordat zij in sterk verstedelijkt gebied wonen (19 procent) of opgroeien in een huishouden met een zwakke sociaaleconomische positie (22 procent).

Welke rol etnisch profileren door de politie precies speelt, kunnen de onderzoekers niet zeggen. Ook verschillen in de zichtbaarheid van de gepleegde delicten en het aangiftegedrag van slachtoffers en getuigen kunnen volgens hen verklaren dat deze jongeren oververtegenwoordigd zijn in verdachtenregistraties.

Andere verschillen

De onderzoekers zien ook andere verschillen: vmbo-leerlingen hebben vier tot vijf keer zoveel kans om verdacht te worden als vwo-leerlingen. Jongens worden drie keer vaker verdacht dan meisjes. En jongeren in grote steden staan ongeveer drie keer zo vaak in de verdachtenregistratie voor dezelfde delicten als jongeren op het platteland. Een vwo-leerlinge op het platteland wordt dus het minst vaak verdacht.

Perspectieven

‘Dit onderzoek laat zien dat niet alle jongeren hetzelfde bejegend worden in onze maatschappij en dat ze daarmee dus ongelijk worden behandeld’, reageert Emma Verspoor van het Nederlands Jeugdinstituut. ‘Het is belangrijk om je daar als professional bewust van te zijn. Misschien hebben jongeren met wie jij contact hebt hiermee te maken. Zorg daarom dat je oog hebt voor hun ervaringen met verdacht zijn door de politie, en vraag naar hun perspectief op wat er gebeurd is. Ongelijke behandeling op grond van hun afkomst, geslacht, woonplaats of opleiding kan invloed hebben op de mate waarin zij zich onderdeel voelen van de maatschappij. En daarmee op hun eigen toekomstperspectieven.’

Bron: Politie en Wetenschap

Meer informatie

Bericht Politie en Wetenschap
Rapport Oververtegenwoordiging verder ontcijferd

Lees ook