Opvang en behandeling van slachtoffers

Opvang en behandeling van slachtoffers van loverboys en mensenhandel begint bij medische hulp en een veilige omgeving. In de periode daarna worden slachtoffers stap-voor-stap weer voorbereid op het gewone leven, via bijvoorbeeld school- of werkhervatting, zinvolle vrijetijdsbesteding en positieve vriendschappen.

Veel slachtoffers zijn getraumatiseerd en hebben problemen die voortkomen uit het slachtofferschap. Daarnaast hebben ze vaak onderliggende problemen, in veel gevallen traumatisering in de kindertijd. Het vraagt om specifieke behandeling om deze problemen op te lossen of hanteerbaar te maken. Het aanbod voor deze slachtoffers is er ook op gericht te voorkomen dat zij opnieuw slachtoffer worden van een loverboy.

Gespecialiseerde opvang en hulp

Slachtoffers van loverboys hebben complexe problemen, die vragen om gespecialiseerde hulp. Niet elke organisatie kan die hulp bieden. In Nederland bieden dertien organisaties gespecialiseerde hulp aan slachtoffers. Het gaat voornamelijk om residentiële hulp: een combinatie van verblijf en behandeling. Momenteel zijn drie specifieke programma's voor deze doelgroep opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies.

  • PINQ-crisis biedt opvang en crisisinterventie aan deze doelgroep.
  • Asja is 7x24-uursprogramma in een open setting.
  • PINQ-gesloten is een zorgprogramma in een gesloten setting.

Onderzoek naar effectieve opvang en behandeling

Wat de meest effectieve opvang- en behandelmethode is, is niet eenduidig te zeggen. Daar wordt wel onderzoek naar gedaan.

In 2019 zijn twee ZonMw-onderzoekprojecten begonnen naar de opvang en behandeling van slachtoffers van loverboys. Het ene onderzoek is gericht op een trajectbenadering in de behandeling en begeleiding van slachtoffers van loverboys. Het andere onderzoek draait om de effectiviteit van zorgprogramma's voor slachtoffers. In september 2020 zijn de eerste resultaten gepubliceerd. Met behulp van verschillende creatieve methoden deelden slachtoffers van loverboys of mensenhandel uit residentiële jeugdhulpinstellingen hun perspectief op goede zorg. Vier kernthema's kwamen naar voren: vrijheid, vertrouwen, ruimte voor ontwikkeling en persoonsgerichte zorg. De meiden verlangen enerzijds naar autonomie en anderzijds naar veiligheid. Voor professionals leidt dit tot een spanningsveld: zij moeten navigeren tussen deze behoeften.

Op 3 september 2020 vond een bijeenkomst plaats met als centrale vraag: Wat is de huidige stand van zaken rondom onderzoek naar de zorg en aanpak voor slachtoffers van mensenhandel/loverboys en hoe kunnen we de samenwerking verder verbeteren? Meer hierover staat in het verslag van de bijeenkomst, Aanpak en zorg voor slachtoffers van mensenhandel (methodiek loverboys).

Het NJi heeft op verzoek van het ministerie van VWS en ZonMw een verkenning uitgevoerd naar de mogelijkheden om de effectiviteit van de behandeling voor deze doelgroep te onderzoeken. Het resultaat staat in de Eindnotitie verkenning mogelijkheden effectonderzoek naar de behandeling van slachtoffers van loverboys en mensenhandel (2018).

Kernelementen opvang en behandeling

Een belangrijke leidraad voor de hulp aan slachtoffers is het advies van de commissie-Azough. De commissie heeft kernelementen geformuleerd die cruciaal zijn voor de opvang en behandeling van slachtoffers van loverboys. Deze zijn gebaseerd op ervaringen uit de praktijk. De kernelementen komen terug in de kwaliteitskader voor jeugdhulporganisaties die gespecialiseerde opvang en hulp bieden aan meisjesslachtoffers van loverboys/mensenhandel.

Goede kwaliteit van gespecialiseerde hulp

Hulp aan slachtoffers van mensenhandel moet aan verschillende voorwaarden voldoen. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd controleert of instellingen bevoegd zijn om loverboyslachtoffers hulp te bieden.

In maart 2018 onderzocht de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd de kwaliteit van de gespecialiseerde hulp aan minderjarige slachtoffers van loverboys. Het onderzoek is uitgevoerd aan de hand van het toetsingskader Verantwoorde Hulp voor Jeugd. Verder sloot de inspectie nauw aan bij het hierboven genoemde Kwaliteitskader van de commissie-Azough.

Het onderzoek laat zien:

  • dat de meeste instellingen goede hulp bieden aan slachtoffers. Tijdens de behandeling werken de professionals samen met de jongeren aan het versterken van het zelfbeeld en de weerbaarheid, het bevorderen van een gezonde seksuele ontwikkeling en aan traumaverwerking. Ook streven zij naar een goede samenwerking met de ouders en het vergroten van het sociale netwerk van de jongeren;
  • dat bijna de helft van de instellingen de medewerkers verder zal moeten scholen in het werken met (vermoedelijke) slachtoffers van loverboys. Enkele instellingen zullen bij de uitvoering van de hulpverlening nadrukkelijker moeten aansluiten bij de problematiek van de (vermoedelijke) slachtoffers. Ook blijkt dat slachtoffers nog onvoldoende worden gesignaleerd en doorverwezen naar deze instellingen voor gespecialiseerde hulp. Zie ook de pagina Rol gemeenten.

Lees het onderzoek van de inspectie van maart 2018

Naar schatting lopen jaarlijks negentig slachtoffers van seksuele uitbuiting weg uit de instelling waar zij zijn geplaatst. Het voorkomen dat slachtoffers weglopen en het zorgen dat zij bij vermissing zo snel mogelijk worden teruggevonden vraagt om aandacht bij opvang en behandeling van slachtoffers. Je kunt meer lezen in het rapport Minderjarige slachtoffers van seksuele uitbuiting die weglopen uit de instelling.

Lees het rapport

Lees ook

Anne Addink