Pedagogisch beleidsplan in de kinderopvang

Elke kinderopvanglocatie heeft een pedagogisch beleidsplan, of het nu gaat over dagopvang, bso of gastouderopvang. Dat is verplicht volgens de Wet kinderopvang. Het beleidsplan moet openbaar zijn, zodat iedereen het kan lezen. Ouders kunnen erin lezen wat de visie en het beleid van de organisatie zijn, en hoe zij dat in praktijk brengt. Voor medewerkers is het belangrijk omdat het beschrijft wat er van hen wordt verwacht op de groep. Aan de hand van het pedagogisch beleidsplan toetst de kinderopvanginspectie van de GGD of de locatie voldoet aan wet- en regelgeving en of er gehandeld wordt volgens het pedagogisch beleid.

Wat staat er in het pedagogisch beleidsplan?

Kinderopvangorganisaties hebben een pedagogische opdracht. Dat betekent dat zij moeten bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen. De pedagogische kwaliteit moet op orde zijn en voor kinderen moet het er veilig en prettig zijn. Ouders moeten hun kinderen met een gerust hart bij de opvang kunnen achterlaten. Het pedagogisch beleid beschrijft hoe een organisatie die opdracht in praktijk brengt.

Pedagogische basisdoelen

De Wet Innovatie Kwaliteit Kinderopvang (IKK) schrijft voor waar een pedagogisch beleidsplan aan moet voldoen. Er moet in beschreven staan op welke manier pedagogisch medewerkers of gastouders ervoor zorgen dat zij:

  • met respect en gevoel met kinderen omgaan, zodat ieder kind zich veilig en geborgen voelt.
  • kinderen door middel van spel helpen in hun ontwikkeling.
  • kinderen begeleiden en sociale kennis en vaardigheden leren.
  • kinderen aanmoedigen om de waarden en normen van de samenleving te leren kennen.

Deze vier punten worden de pedagogische basisdoelen genoemd. Op de pagina Hoe zorg je voor goede kinderopvang? lees je daar meer over.

Daarnaast hoort er in een pedagogisch beleidsplan aandacht te zijn voor:

  • de rol van de kindmentor die de ontwikkeling van het kind met de ouders bespreekt.
  • de manier van werken in de groep.
  • de maximale groepsgrootte, de leeftijdsopbouw en het aantal pedagogisch medewerkers.
  • de manier waarop kinderen kunnen wennen aan een nieuwe groep.
  • de manier waarop de ontwikkeling van kinderen gevolgd wordt.
  • de manier waarop een mentor en andere betrokkenen met ouders samenwerken als er zorgen zijn over een kind of als zij een ontwikkelachterstand signaleren.

Visie op kindontwikkeling

De kinderopvangorganisatie zal in het beleidsplan ook haar visie op kindontwikkeling opnemen en benoemen wat zij belangrijke waarden en normen vindt. Daarmee geeft ze inzicht in en antwoord op vragen als:

  • Hoeveel ruimte geeft de opvangorganisatie aan kinderen om zelf te ontdekken, om spelend te ontwikkelen in eigen tempo. Hoe geeft de opvangorganisatie steun zodat kinderen samen spelen en respectvol met elkaar omgaan?
  • Hoeveel bandbreedte krijgt 'de normale ontwikkeling'. Wat vindt de opvangorganisatie 'normaal en acceptabel'. Wat zijn signalen voor extra inzet, bijvoorbeeld gerichte observatie, gesprek met ouders en extern advies?
  • Wat vindt de opvangorganisatie belangrijk bij het inrichten en het gebruik van binnen- en buitenruimtes. Wat vindt de organisatie bij de keuze en beschikbaarheid van spelmaterialen?
  • Hoe werkt de opvangorganisatie aan kinderparticipatie?
  • Hoe betrekt de opvangorganisatie de mogelijkheden van haar locatie in haar werkwijze? Bijvoorbeeld op de boerderij, op 'groene' locaties, of midden in de wijk met eigen speelruimtes of bij samenwerkingspartners?
  • Werkt de opvangorganisatie volgens een bepaalde levensovertuiging of religie en hoe komt dat tot uiting?
  • Werkt de opvangorganisatie vast of incidenteel samen met een basisschool of met wijkvoorzieningen? Of met een sportvereniging, organisaties voor cultuur en kunst, middenstanders of bedrijven? Op welke manier werkt de organisatie daarmee samen?
  • Welke invulling geeft de opvangorganisatie aan 'duurzaamheid', bijvoorbeeld met biologische voeding, afvalscheiding en duurzame energie. Hoe leeft de opvangorganisatie dit voor en hoe praten de medewerkers hier met kinderen over?

Waarvoor is een pedagogisch beleid nodig?

Een pedagogisch beleid maak je niet alleen maar omdat het moet volgens de wet. Het is een fundament voor de kinderopvangorganisatie, of het nu om een grote of een kleine voorziening gaat. Daarom is het belangrijk om het pedagogisch beleidsplan 'levend' te houden. Zorg dat het goed leesbaar en goed vindbaar is voor ouders en voor de pedagogisch medewerkers.

Ouders

Ouders maken een bewuste keuze als ze opvang zoeken voor hun kind, het is immers een belangrijke beslissing. Kiezen zij voor een opvanglocatie in de buurt, voor het integrale kindcentrum waar ook de school onderdeel van is, of toch voor die christelijke gastouder? Het pedagogisch beleidsplan kan helpen bij die keuze.

Medewerkers

Daarnaast is het beleidsplan belangrijk voor medewerkers. Er staat in beschreven wat de organisatie met ouders afspreekt. Ook staat erin wat zij van haar medewerkers verwacht: op welke manier zij bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen. Als pedagogisch medewerker moet je je daarin kunnen vinden. Het is belangrijk dat de pedagogische beleidsvisie van de organisatie waar je werkt aansluit op jouw waarden en normen en op jouw visie op kindontwikkeling.

Inspectie

Tot slot is het pedagogisch beleidsplan belangrijk voor de inspectie op kinderopvang. Klopt het met wet- en regelgeving en doet de opvangorganisatie wat ze in het beleidsplan heeft vastgelegd? Zijn de medewerkers goed op de hoogte, klopt het met wat de inspecteur tijdens het inspectiebezoek ziet en ervaart?

Wat kun je doen om het pedagogisch beleid levend te houden?

Spreek met je team af dat jullie regelmatig een onderwerp uit het pedagogisch beleid op de agenda van het teamoverleg zetten. Bijvoorbeeld ouderbetrokkenheid of duurzaamheid. Daarbij kunnen de volgende vragen aan bod komen:

  • Wat staat er in het beleid? Wat is de betekenis van het onderwerp voor de kinderen?
  • Hoe komt het onderwerp aan bod in het dagelijks werk. Wat zijn de ervaringen in het team? Is er voldoende kennis?
  • Klopt de tekst van het beleidsplan nog met de werkelijkheid of zijn er aanpassingen nodig?
  • Zijn er medewerkers die iets met het onderwerp willen doen, er verder invulling aan willen geven? Wat is daarvoor nodig?

Zorg dat ouders betrokken blijven bij wat jullie doen en wees als organisatie een opvoed-informatiepunt. Bijvoorbeeld door thematische informatiebijeenkomsten te organiseren of door opvoedinformatie te delen in de nieuwsbrief of op de website.

Houd de informatie actueel door praktijkvoorbeelden te gebruiken en uit te leggen waarom de medewerker het op een bepaalde manier heeft aangepakt. Dat kan met tekst, maar ook met foto's of korte video-opnames op de groep. Daar is uiteraard wel toestemming van ouders voor nodig. Kies thema's die ook voor ouders interessant zijn: ontwikkelingsfasen van kinderen, de betekenis van spelen en passend speelgoed, omgaan met ICT of media in de opvoeding. Ga met ouders in gesprek over jullie opvoed-partnerschap.

Els Geeris

Els Geeris

senior adviseur