Wat wakkert polarisatie aan?

Bij polarisatie denken mensen steeds meer in termen van 'wij' tegenover 'zij'. Op deze pagina lees je hoe polarisatie wordt aangewakkerd. Dit helpt om verder te kijken dan losse incidenten, en zicht te krijgen op hoe polarisatie bewust of onbewust wordt aangewakkerd in de leefwereld van jongeren.

Affectieve polarisatie

Er zijn veel verschillende vormen van polarisatie. Op deze pagina gaat het vooral over affectieve polarisatie: hoe groepen elkaar emotioneel gaan zien. Bijvoorbeeld met meer wantrouwen, meer afstand en sterkere wij-zij-tegenstellingen. Soms zelfs oplopend tot boosheid, vijandigheid en haat. Zulke gevoelens ontstaan niet zomaar. Ze worden vaak versterkt door gebeurtenissen, uitspraken of omstandigheden die bestaande spanningen zichtbaar maken of uitvergroten. 

Hieronder lees je over deze triggers van polarisatie. Vervolgens komen de diepere oorzaken van polarisatie aan de orde, namelijk sociaal-culturele en sociaaleconomische verschillen.

Triggers van polarisatie 

Opvattingen en sentimenten beïnvloeden hoe mensen naar elkaar kijken. Meestal blijven deze gevoelens onder de oppervlakte. Maar soms raakt een gebeurtenis een gevoelige snaar. Zoals een oorlog die door mensen verschillend wordt beleven of de komst van een asielzoekerscentrum. Zulke gebeurtenissen kunnen bestaande groepsgevoelens versterken, zoals een sterk wij-zij-denken, gevoelens van nationale trots of juist wantrouwen richting andere groepen. In sommige gevallen kunnen ook meer extreme opvattingen aan kracht winnen.

Bij jongeren spelen daarbij vaak andere dynamieken dan bij volwassenen. Jongeren zitten in een fase waarin ze hun identiteit vormen en zoeken naar wat ze belangrijk vinden. Ze zijn daardoor soms gevoeliger voor groepsdruk en voor het innemen van duidelijke standpunten. 

In die zoektocht kunnen, net als bij volwassenen, sterke groepsgevoelens een belangrijke rol spelen. Bijvoorbeeld het gevoel ergens bij te horen of zich juist af te zetten tegen andere groepen. Dit kan zich uiten in wij-zij-denken, maar ook in meer uitgesproken standpunten, bijvoorbeeld rond nationalisme of harde standpunten over 'de ander'.

En ook invloeden van buitenaf, zoals media, politiek en samenleving, spelen hierin mee. Tegelijkertijd laten onderzoeken zien dat veel jongeren juist behoefte hebben aan verbinding, maar zich geraakt voelen door harde tegenstellingen en uitsluiting. 

Wanneer een gebeurtenis inspeelt op bestaande gevoelens van onvrede, onzekerheid of onrechtvaardigheid, kunnen tegenstellingen tussen groepen plotseling oplaaien. Wat eerst onderhuids bleef, wordt zichtbaar in discussies, conflict of wantrouwen. Zulke gebeurtenissen noemen we triggers.

Veelvoorkomende triggers zijn:

  • lokale, nationale en internationale gebeurtenissen, zoals conflicten in de wijk, verkiezingen, aanslagen of oorlogen.
  • berichtgeving in media en sociale media, zeker als mensen deze ervaren als partijdig, misleidend of opruiend.
  • uitspraken van politici, opiniemakers en influencers die tegenstellingen benadrukken.

Triggers werken als katalysator van wij-zij-denken

Triggers zijn nooit de bron van affectieve polarisatie. Ze werken als katalysator van het wij-zij-denken, de kern waarop affectieve polarisatie gebouwd is. Triggers brengen onderliggende maatschappelijke spanningen aan de oppervlakte, vergroten tegenstellingen en versterken negatieve beeldvorming over andere groepen of over de overheid. Triggers kunnen zo het publieke sentiment snel laten kantelen en bestaande breuklijnen verdiepen. 

Polarisatie kan bewust versterkt worden

Affectieve polarisatie is een geleidelijk proces waarin het negatiever zien van de andere groep groeit. In verschillende fasen, van ongemak tot openlijke incidenten, komen groepen verder tegenover elkaar te staan en raken overeenkomsten op de achtergrond. Tegelijkertijd kan polarisering ook actief en bewust gebeuren, bijvoorbeeld als publieke figuren tegenstellingen aanwakkeren. Zulke activiteiten kunnen grote maatschappelijke gevolgen hebben, zeker als deze aanjagers anderen meenemen in hun denken.

De manier waarop politici zich uitspreken over elkaar of over groepen in de samenleving heeft bijvoorbeeld grote invloed. Niet alleen wat er inhoudelijk wordt gezegd, maar vooral toon, herhaling en communicatiestijl bepalen hoe sterk polarisatie kan toenemen. Door negatieve sentimenten te benoemen of te versterken, kunnen politici bewust of onbewust bijdragen aan een groeiend wij-zij-gevoel. 

Recente bevindingen in Nederland laten zien dat zulke politieke uitingen een duidelijke aanjagende werking hebben. Als politici vaker negatief of discriminerend spreken over bevolkingsgroepen, volgen daarna vergelijkbare uitingen op met name sociale media. Daardoor kan vijandige taal 'normaal' gaan voelen. Deze wisselwerking vergroot de normalisering van discriminerende taal. En draagt bij aan een verharding van het publieke debat, waardoor polarisatie en maatschappelijke spanningen toenemen. 

Diepere oorzaken van polarisatie

Polarisatie lijkt door triggers soms ineens op te spelen. Maar polarisatie ontstaat bijna nooit plotseling. Triggers maken vooral zichtbaar wat al langer onder het oppervlak leeft. De diepere oorzaken van polarisatie liggen vaak in sociaal-culturele en sociaaleconomische verschillen.

Sociaal-culturele verschillen

Sociaal-culturele verschillen hebben veel te maken met sociaal-culturele identiteiten: de groepen waarin mensen zich thuis voelen en waaraan zij hun normen, waarden en gevoel van erbij horen ontlenen. Voor kinderen en jongeren gaat het daarbij bijvoorbeeld om hun etnische, nationale en religieuze identiteit, maar ook om vriendengroepen, klasgenoten, sportteams of online communities. Soort zoekt soort: je sluit je graag aan bij mensen met wie je iets gemeen hebt. Zo'n wij-groep biedt herkenning, steun en een gevoel van erbij horen. Dit zijn belangrijke elementen voor je identiteitsontwikkeling.

Hoe hechter de band, hoe sterker de verschillen met anderen

Het vormen van een groep brengt vaak automatisch een grens met zich mee. Waar een 'wij' ontstaat, ontstaat meestal ook een 'zij'. Binnen de eigen groep is er vaak meer begrip, vertrouwen en verbondenheid. Hoe hechter de band binnen een groep, hoe sterker de verschillen met andere groepen kunnen worden uitvergroot. Dat kan uitmonden in tegenstellingen als: 'Wij zijn zo, zij zijn anders.'

Etnocentrisme

Etnocentrisme hangt nauw samen met deze sociaal-culturele identiteiten en valt daarom onder sociaal‑culturele verschillen. Het begint bij standplaatsgebondenheid: iedereen kijkt naar de wereld vanuit de eigen achtergrond, zoals opvoeding, cultuur, geloof en omgeving. Deze blik is nooit helemaal neutraal, omdat de eigen groep centraal staat.

Wanneer mensen hun eigen groep als dé norm beschouwen, noemen we dat etnocentrisme. Etnocentrisme versterkt bovendien het wij-zij-denken: de neiging om sterker op de eigen groep te vertrouwen en andere groepen met meer afstand of wantrouwen te bekijken. Hierdoor kunnen sociale grenzen verharden en kan de kloof tussen groepen verder groeien. Soms gaat dit verder en wordt de eigen cultuur, achtergrond of opvoeding zelfs als 'beter' gezien dan die van anderen. Andere groepen worden dan sneller bestempeld als 'anders' of 'minder'. Dit kan bijdragen aan uitsluiting, discriminatie en racisme, bewust en onbewust.

Racisme en uitsluiting: structureel en alledaags

Discriminatie en racisme kennen vele vormen, van alledaags tot structureel en institutioneel. Het is vaak diep verankerd in systemen zoals onderwijs, arbeidsmarkt, beleid en wetgeving. In het publieke domein krijgen vooral extreme uitingen van racisme en discriminatie alle aandacht. Terwijl de stille, dagelijkse vormen van ongelijkheid en uitsluiting het meest duurzaam en ontwrichtend kunnen zijn.

Vaak gaat het juist om subtiele, alledaagse ervaringen: opmerkingen die steeds terugkomen, blikken, stereotype aannames of het gevoel dat je telkens moet bewijzen dat je ergens thuishoort. Daardoor kunnen ongelijkheden als 'gewoon' of 'onvermijdelijk' worden gezien. Dit kan bijdragen aan gevoelens van afstand en wantrouwen tussen groepen, en zo spanningen in de samenleving versterken.

Identiteitsdreiging bij jongeren

In omgevingen waar weinig positief contact is tussen verschillende groepen, kunnen jongeren zich vervreemd voelen. Bijvoorbeeld scholen waar groepen vooral langs elkaar heen leven. Ze hebben dan het gevoel dat er steeds minder mensen zijn die op hen lijken. Dit noemen we identiteitsdreiging. Jongeren kunnen zich daardoor juist nóg sterker vastklampen aan hun eigen groep en contact met anderen vermijden, wat de afstand tussen groepen verder vergroot.

Sociaaleconomische verschillen

Sociaaleconomische verschillen vormen een minder zichtbare, maar structurele voedingsbodem voor polarisatie. Ze lopen dwars door de samenleving heen: tussen praktisch en theoretisch opgeleiden, tussen wijken met een hoge en lage sociaaleconomische status, en tussen stedelijke gebieden en krimpregio's. Structurele ongelijkheden versterken het gevoel dat niet iedereen gelijke kansen heeft, zoals verschillen in opleiding, inkomen, woonomgeving en toegang tot voorzieningen.

Weinig grip op bestaanszekerheid kan bijdragen aan verticale polarisatie

In het WRR-rapport Grip wordt duidelijk dat mensen die weinig grip ervaren op hun bestaan meer onbehagen, wantrouwen en vertekende wereldbeelden ontwikkelen. Dit  kan bijdragen aan verticale polarisatie: spanningen tussen burgers en overheid. 

Het Sociaal en Cultureel Planbureau wijst op forse sociaaleconomische gezondheidsverschillen tussen groepen burgers als een van de meest problematische ongelijkheden in Nederland. Tegelijkertijd nuanceert het SCP het gebruik van de term 'kloven' en benadrukt het dat deze verschillen niet automatisch leiden tot scherpe maatschappelijke breuklijnen. 

Groeiend wantrouwen door minder hulpbronnen

Onderzoek laat wel zien dat de leefwerelden van mensen met veel en weinig hulpbronnen steeds verder uiteen kunnen gaan. Dat zet op termijn de sociale samenhang onder druk. Het wantrouwen groeit vooral in gebieden waar voorzieningen minder goed bereikbaar zijn of onder druk staan en verdwijnen, en waar inwoners weinig inspraak ervaren. 

Zo blijkt dat plattelandsjongeren een afname van basisvoorzieningen en beperkte toekomstperspectieven ervaren. Zij voelen zich vaak minder vertegenwoordigd in landelijke besluitvorming, wat hun gevoelens van achterstelling versterkt. Wanneer jongeren bovendien het idee hebben dat participatie weinig oplevert, kan dit het wantrouwen en maatschappelijke spanningen verder vergroten. 

Groeikernen kunnen voedingsbodem zijn voor polarisatie

Volgens kennis-en netwerkorganisatie Platform31 kunnen buurten waarin mensen zich onveilig voelen lager scoren op leefbaarheid een voedingsbodem bieden voor vervreemding en polarisatie. Uit recent onderzoek blijkt dit vooral te gelden voor groeikernen. Dit zijn nieuwe steden als Almere, maar ook bestaande kernen die een groeisprong doormaakten, zoals Purmerend en Zoetermeer. 

Veel van deze gemeenten zijn in de jaren '70 en '80 in korte tijd gebouwd en hebben nu te maken met veroudering, fysieke en sociale achteruitgang en een afnemende leefbaarheid. De gevolgen zijn onder meer broze sociale cohesie, armoede en een lagere veiligheidsscore. Jongeren in zulke gebieden ervaren minder ontwikkelingsmogelijkheden, doordat lokale voorzieningen onder druk staan of verdwijnen. Zoals scholen, welzijnsvoorzieningen, sport- en ontmoetingsplekken. Hierdoor nemen kansenongelijkheid en maatschappelijk onbehagen toe. 

Spanningen tussen mensen onderling

Sociaaleconomische verschillen kunnen ook spanningen tussen bewoners onderling aanwakkeren. Dit heet ook wel horizontale polarisatie. Onvrede over achterblijvende voorzieningen, schaarste of ervaren overlast bij de komst van nieuwe voorzieningen of nieuwe bewoners kan omslaan in maatschappelijke onrust. Onderlinge verhoudingen verslechteren en onderhuidse spanningen kunnen escaleren in incidenten of vijandigheid. 

Als mensen zien dat hun wijk, school of voorzieningen achteruitgaan terwijl anderen het beter lijken te hebben, ontstaat het gevoel dat zij oneerlijk behandeld worden. Dat kan leiden tot frustratie en boosheid, die zich richten op andere groepen in plaats van op beleid of systemen. Onvrede wordt vaak geuit naar andere groepen, omdat die concreter zijn dan abstract beleid. Dit staat ook wel bekend als het zondebokmechanisme.

Hannes van de Ven

Hannes van de Ven

inhoudsdeskundige Kwaliteit, beleid en monitoring
h.vandeven [at] nji.nl