Wat wakkert polarisatie aan?

Bij polarisatie denken mensen steeds meer in termen van ‘wij’ en ‘zij’. Deze pagina gaat over affectieve polarisatie: een vorm waarbij groepen elkaar meer wantrouwen, meer afstand tot elkaar voelen en negatiever over elkaar denken. Dat kan leiden tot uitsluiting, discriminatie, racisme en soms zelfs geweld. Op deze pagina lees je hoe deze factoren samenkomen in de leefwereld van jongeren en welke rol hun ervaringen daarbij spelen.

Triggers van polarisatie 

Gevoelens van wantrouwen, onvrede en wij-zij-denken ontstaan meestal niet van het ene op het andere moment. Een gebeurtenis kan deze gevoelens wel sterker en zichtbaarder maken. Zo'n gebeurtenis noemen we een trigger. Een trigger is dus niet de diepere oorzaak van polarisatie, maar kan bestaande spanningen aanwakkeren.

Een trigger kan een internationale gebeurtenis zijn, zoals een oorlog, maar ook iets dichter bij huis. Denk aan een verkiezing, een beleidsmaatregel, een incident in een wijk of een verandering in de leefomgeving. Ook berichtgeving en uitspraken van politici, opiniemakers of influencers kunnen tegenstellingen versterken.

Bij jongeren kunnen zulke gebeurtenissen extra hard binnenkomen. Zij zijn bezig met hun identiteit, zoeken naar groepen waarbij zij zich thuis voelen en zijn soms gevoeliger voor groepsdruk en uitgesproken standpunten. Tegelijkertijd hebben veel jongeren juist behoefte aan verbinding en voelen zij zich geraakt door uitsluiting en harde tegenstellingen.

Veelvoorkomende triggers zijn:

  • lokale, nationale en internationale gebeurtenissen, zoals conflicten in de wijk, verkiezingen, aanslagen of oorlogen.
  • berichtgeving in media en sociale media, zeker als mensen deze ervaren als partijdig, misleidend of opruiend.
  • uitspraken van politici, opiniemakers en influencers die tegenstellingen benadrukken.

Polarisatie kan bewust en onbewust versterkt worden

Affectieve polarisatie is meestal een geleidelijk proces. Mensen gaan elkaar steeds negatiever zien en letten minder op wat hen verbindt. Publieke figuren, media en influencers kunnen dit proces bewust of onbewust versterken. Daarbij gaat het niet alleen om wat zij zeggen, maar ook om de toon, de herhaling en de manier waarop zij groepen tegenover elkaar zetten.

Het rapport Tussen Kamer, Krant en Sociale Media van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme laat zien dat politieke uitingen invloed kunnen hebben op het maatschappelijk debat. Wanneer politici negatief of discriminerend spreken over bevolkingsgroepen, verschijnen vergelijkbare uitingen daarna vaker op sociale media. Daardoor kan vijandige of discriminerende taal steeds normaler gaan lijken.

Soms worden bepaalde groepen aangewezen als oorzaak van bredere problemen. Dit beeld kan versterkt worden door uitingen in media en de politieke arena. Bestaande vooroordelen, discriminatie en racisme kunnen hier vervolgens op inspelen en negatieve beeldvorming verder aanwakkeren. Dit wordt ook wel het 'zondebokmechanisme' genoemd: complexe maatschappelijke vraagstukken worden teruggebracht tot de vermeende schuld van een herkenbare groep. Hierdoor nemen wantrouwen en wij-zij-denken toe. Juist daarom is het belangrijk om verder te kijken dan zichtbare tegenstellingen en oog te houden voor de onderliggende oorzaken van maatschappelijke problemen en spanningen.

Diepere oorzaken van polarisatie

Triggers verklaren niet waarom er spanningen tussen groepen bestaan. Daaronder ligt vaak een samenspel van institutionele, sociaal-culturele en sociaaleconomische factoren. Niet de verschillen zelf zijn doorslaggevend, maar vooral de manier waarop mensen die verschillen ervaren. Gevoelens van dreiging, achterstelling, of uitsluiting kunnen polarisatie versterken. Bestaande vooroordelen, discriminatie en racisme kunnen deze processen verder aanwakkeren door negatieve beeldvorming en wij-zij-denken te versterken. 

Sociaal-culturele verschillen

Sociaal-culturele verschillen hebben veel te maken met sociaal-culturele identiteiten: de groepen waarin mensen zich thuis voelen en waaraan zij hun normen, waarden en gevoel van erbij horen ontlenen. Voor kinderen en jongeren gaat het daarbij bijvoorbeeld om hun etnische, nationale en religieuze identiteit, maar ook om vriendengroepen, klasgenoten, sportteams of online communities. Soort zoekt soort: je sluit je graag aan bij mensen met wie je iets gemeen hebt. Zo'n wij-groep biedt herkenning, steun en een gevoel van erbij horen. Dit zijn belangrijke elementen voor je identiteitsontwikkeling.

Maar het vormen van een groep brengt vaak automatisch een grens met zich mee. Waar een 'wij' ontstaat, ontstaat meestal ook een 'zij'. Binnen de eigen groep is er vaak meer begrip, vertrouwen en verbondenheid. Naarmate de identificatie met de eigen groep sterker wordt, kan het risico toenemen dat verschillen met andere groepen worden benadrukt of uitvergroot, zeker wanneer er sprake is van ervaren dreiging of competitie.

Mensen kijken naar de wereld vanuit hun eigen ervaringen, opvoeding en cultuur. Dat is normaal. We spreken van etnocentrisme wanneer mensen hun eigen groep of cultuur als norm gaan zien en andere groepen daaraan afmeten. Hierdoor kunnen verschillen worden uitvergroot en kan meer afstand ontstaan tussen groepen. In sterkere vormen kan dit bijdragen aan uitsluiting, discriminatie en racisme

Racisme en discriminatie bestaan niet alleen uit openlijke of extreme uitingen. Ze zijn ingebed in systemen, beleid en organisaties en kunnen ook zichtbaar zijn in dagelijkse situaties.

Denk bijvoorbeeld aan terugkerende stereotype opmerkingen, ongelijke behandeling, vooroordelen of het gevoel steeds opnieuw te moeten bewijzen dat je erbij hoort. Juist deze alledaagse ervaringen kunnen langdurig bijdragen aan gevoelens van uitsluiting.

In de wetenschappelijke literatuur wordt ook gesproken over cultureel racisme. Daarbij worden culturen of leefwijzen hiërarchisch beoordeeld, waarbij de ene cultuur als beter of meer wenselijk wordt gezien dan de andere. Historische machtsverhoudingen, zoals het koloniale verleden, kunnen hierin nog altijd doorwerken.

Wanneer mensen zich langdurig buitengesloten voelen, kan dit bijdragen aan grotere sociale afstand tussen groepen.

In omgevingen waar weinig positief contact is tussen verschillende groepen, kunnen jongeren zich vervreemd voelen. Bijvoorbeeld scholen waar groepen vooral langs elkaar heen leven. Ze hebben dan het gevoel dat er steeds minder mensen zijn die op hen lijken. Dit noemen we identiteits- of statusdreiging. Onderzoek laat zien dat zulke ervaringen ertoe kunnen leiden dat jongeren zich sterker vastklampen aan hun eigen groep en afstand nemen van anderen. Dit kan de sociale afstand tussen groepen vergroten en polarisatie versterken.

Sociaaleconomische verschillen

Sociaaleconomische verschillen vormen een belangrijke, vaak mindere zichtbare factor in polarisatie. Deze verschillen uiten zich onder meer in opleiding, inkomen, gezondheid, woonomgeving en toegang tot voorzieningen. Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) zijn er in Nederland significante ongelijkheden tussen groepen, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid en kansen. Tegelijkertijd benadrukt het SCP dat dergelijke verschillen niet automatisch leiden tot scherpe maatschappelijke breuklijnen: ze worden pas politiek en sociaal relevant in de manier waarop mensen ze ervaren en duiden.

Wel laat onderzoek van het SCP zien dat de leefwerelden van mensen met veel en weinig hulpbronnen steeds verder uiteen kunnen gaan. Dat zet op termijn de sociale samenhang onder druk. Het wantrouwen groeit vooral in gebieden waar voorzieningen minder goed bereikbaar zijn of onder druk staan en verdwijnen, en waar inwoners weinig inspraak ervaren. Jongeren in deze context, bijvoorbeeld in dunbevolkte gebieden of gebieden met afnemende voorzieningen, kunnen een gebrek aan toekomstperspectief ervaren. Als zij bovendien het gevoel hebben dat participatie weinig effect heeft, kan dit bijdragen aan groeiend wantrouwen en maatschappelijke spanningen.

In het WRR-rapport Grip wordt duidelijk dat mensen die weinig grip ervaren op hun bestaan meer onbehagen, wantrouwen en vertekende wereldbeelden ontwikkelen. Dit  kan bijdragen aan verticale polarisatie: spanningen tussen burgers en overheid. 

Maatschappelijke spanningen nemen vaker toe wanneer sociale, economische en ruimtelijke verschillen samenvallen, bijvoorbeeld verschillen in inkomen, opleidingsniveau, woonomgeving en politieke voorkeur. Onderzoek van onder meer het Verwey-Jonker Instituut en Platform31 laat zien dat dergelijke spanningen sterker kunnen worden in gebieden waar de leefbaarheid onder druk staat, voorzieningen afnemen en inwoners beperkte invloed ervaren op ontwikkelingen in hun directe omgeving.

Minder kansen, minder perspectief

Vooral jongeren kunnen hiervan de gevolgen ondervinden. Een beperkte toegang tot voorzieningen, onderwijs, werk en sociale netwerken kan hun ontwikkelingskansen en toekomstperspectief verkleinen. Onderzoek laat zien dat gevoelens van beperkte kansen, gebrek aan perspectief en onvoldoende gehoord worden kunnen bijdragen aan frustratie, vervreemding en wantrouwen. Dit kan de maatschappelijke samenhang onder druk zetten en processen van polarisatie versterken.

Polarisatie begrijpen en doorbreken

Maatschappelijke spanningen ontstaan dus meestal door een combinatie van factoren. Verschillen in achtergrond, kansen en leefomgeving spelen een rol, maar vooral de manier waarop mensen die verschillen ervaren en hoe negatieve sentimenten en beeldvorming over groepen worden aangewakkerd. 

Om polarisatie goed te begrijpen en tegen te gaan, is het daarom belangrijk om niet alleen te reageren op zichtbare spanningen, maar ook te onderzoeken wat eronder ligt. Dat vraagt om het serieus nemen van de ervaringen van jongeren, het creëren van mogelijkheden om elkaar te ontmoeten en het geven van daadwerkelijke invloed op beslissingen die hun leven raken.

Lees meer over de definitie en verschillende vormen van polarisatie bij Wat is polarisatie en hoe werkt het?

Hannes van de Ven

Hannes van de Ven

inhoudsdeskundige Kwaliteit, beleid en monitoring
h.vandeven [at] nji.nl