Bijdragen aan kwaliteit en effectiviteit

De databank Effectieve jeugdinterventies draagt op twee manieren bij aan de kwaliteit en de effectiviteit van voorzieningen in het jeugdveld.

  • De databank helpt de kwaliteit en effectiviteit van interventies te versterken, door het proces van beschrijven, onderbouwen, onderzoeken en verder ontwikkelen van een interventie in de erkenningsprocedure.
  • Het gebruik van de databank bij de samenstelling van het aanbod in een gemeente stimuleert gemeenten en jeugdhulpaanbieders om erkende interventies in te zetten.

De databank en het erkenningstraject zijn gebaseerd op het gedachtegoed dat Tom van Yperen en Jan Willem Veerman beschrijven in hun boek Zicht op effectiviteit. Handboek voor praktijk gestuurd effectonderzoek in de jeugdzorg.

Hoe kan een gemeente de databank gebruiken?

Als je zorg inkoopt, wil je natuurlijk weten of die hulp effectief is en de vooraf gestelde doelen behaalt. Worden kinderen en gezinnen er beter van? De databank helpt bij het beantwoorden van die vraag.

  • Staat een interventie als 'erkend' in de databank, dan is het aannemelijk dat die werkt.
  • Heeft een interventie het oordeel 'niet erkend’, dan vindt u de reden daarvoor in de databank.
  • Staat een interventie niet in de databank, dan is het mogelijk dat de interventie wél goed werkt. Maar de interventie kan ook niet effectief zijn of zelfs schadelijk. Het feit dat een interventie niet in de databank staat, biedt een opening voor gesprek tussen u en de aanbieder van de interventie.

Hoe benutten gemeenten de databank het beste om de effectiviteit van de ingezette jeugdzorg te vergroten? De volgende stappen helpen u op weg:

  • Benut bestaande kennis en ervaring: koop erkende interventies in als dat mogelijk is.
  • Ontbreekt er aanbod in de gemeente? Stimuleer de introductie van erkende interventies. Dit voorkomt dat onnodig werk wordt verzet om een nieuwe interventie te ontwikkelen terwijl er al interventies zijn waarvan de werkzaamheid is aangetoond. Bovendien vergroot dit de effectiviteit van jouw aanbod. Met behulp van de zoekcriteria in de databank kun je mogelijk geschikte interventies selecteren op doelgroepen, doelen, risico's en problemen.
  • Ontwikkel samen nieuwe kennis en aanbod. Dat een interventie niet in de databank staat, zegt nog niets over de effectiviteit. Een groot deel van het aanbod in gemeenten staat nog niet in de databank. Aanbieders, gemeenten en onderzoekers kunnen samen kennis ontwikkelen over wat wel en wat niet werkt voor alle ondersteuningsvragen in het jeugdveld. De databank helpt bij dit proces.
  • De gemeente kan aanbieders stimuleren hun eigen aanbod verder te ontwikkelen, te beschrijven en te onderbouwen en te monitoren op resultaat. Aanbieders kunnen de kwaliteit van hun aanbod continu verbeteren, en dit proces inzichtelijk maken voor cliënten, gemeenten en partners.
  • Voor vernieuwende en landelijk toepasbare interventies kan opname in de databank wenselijk zijn. Niet elk aanbod past in de databank, bijvoorbeeld als de interventie te lokaal of specifiek is.
  • Het gebruik van erkende interventies uit de databank is een van de middelen die bijdragen aan effectief werken in de jeugdsector. Effectief werken vraagt echter meer dan alleen de inzet van erkende interventies. Er is een brede en continue kwaliteitscyclus nodig om toe te werken naar steeds effectievere jeugdzorg van goede kwaliteit. Het continu volgen, gezamenlijk bespreken en aanpassen van jouw beleid en uitvoering is hierbij van belang. Het Kwaliteitskompas helpt daarbij. Verder staat er informatie over effectief werken bij het onderwerp Effectieve jeugdhulp.

 

Iris Dikhoff