Cijfers over welbevinden

Welbevinden onder kinderen en jongeren

Kinderen en jongeren in Nederland geven een hoog rapportcijfer voor hun eigen leven. In 2019 geven leerlingen in het basisonderwijs hun leven een 8,3. Daarbij zijn jongens zijn meer tevreden over hun leven dan meisjes. Jongens geven een rapportcijfers van 8,4 en meisjes 8,2. Het verschil is significant.

Het rapport cijfer van middelbare scholieren valt met een 7,5 iets lager uit. Ook zijn er in het voortgezet onderwijs verschillen tussen jongens en meisjes. Meisjes zijn ook in het voortgezet onderwijs iets minder tevreden over hun leven. Studenten op het mbo en hbo geven eveneens een 7,5 voor hun leven

Daarnaast blijkt ook leeftijd samen te hangen met de mate van welbevinden van de jeugd. Met de leeftijd daalt het cijfer dat jongeren geven voor gevoelens van welbevinden. Zo geven 12-jarigen hun leven een 8 en 16 jarigen geven hun leven een 7,2. 

Mentale gezondheid, ervaren druk en stress

In 2019 rapporteert driekwart van de ondervraagde jongeren  een goede mentale gezondheid. Dat betekent dat jongeren vertrouwen hebben in hun eigen toekomst, dat ze genieten van het leven en of ze blij zijn met wie ze zijn. De laatste tien jaar blijkt het mentaal welbevinden van jongeren stabiel te zijn.

Wel ervaren steeds meer jongeren druk door huiswerk/school. Bijna één op de tien (9 procent) basisschool leerlingen in groep 7 en 8 ervaart in 2019 veel druk door schoolwerk. In het voortgezet onderwijs geldt dit voor 38 procent van de leerlingen. De afgelopen jaren is er onder leerlingen in het voortgezet onderwijs een flinke toename van het aantal leerlingen die door schoolwerk druk ervaart. In 2007 ging het om 17 procent van de leerlingen die er last van had.

Ook is huiswerk/school het voornaamste bron van stress voor zowel jongeren in het basisonderwijs als die in het voortgezet onderwijs. In het basisonderwijs ervaart 7 procent van de jongeren stress door huiswerk/school. In het voortgezet onderwijs gaat het om 27 procent. De minste stress wordt in zowel basis- als voortgezet onderwijs veroorzaakt door sociale media.

Deze gegevens zijn afkomstig uit onderzoek uitgevoerd in opdracht van Unicef tussen 2018 en 2020 Trimbos Instituut, 2020). Het betreft een kwalitatief en kwantitatief onderzoek naar het mentaal welbevinden van jongeren van 10-18 jaar in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs , mbo en hbo. Gegevens uit het HBSC-onderzoek, Peilstationonderzoek en de mbo/hbo monitor zijn hiervoor gebruikt aangevuld met nieuwe data (Trimbos Instituut, 2020).

Welbevinden van jeugd met migratieachtergrond

Jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond blijken gemiddeld positiever over hun leven dan jongeren met een Nederlandse achtergrond. Jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond geven hun leven een 7,7. Jongeren van Nederlandse origine een 7,5.

Wel ervaren jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond minder sociale steun, minder vrije tijd en een mindere goede algemene gezondheid dan jongeren zonder migratieachtergrond. In het voortgezet onderwijs zegt 76 procent van de jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond voldoende sociale steun te ontvangen tegenover 82 procent van de jongeren met een Nederlandse achtergrond. Bijna 12 procent van de jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond geeft aan te weinig vrije tijd te hebben. Voor jongeren van Nederlandse origine geldt dit voor ruim 9 procent.

Voor wat betreft algemene gezondheid geeft ruim 82 procent van middelbare scholieren met een niet-westerse migratieachtergrond in goede gezondheid te verkeren. Bij jongeren met een Nederlandse achtergrond gaat het om bijna 87 procent.

Daarentegen rapporteren jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond meer veerkracht dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond (respectievelijk 38,8 procent en 34,3 procent. Ze kunnen beter met moeilijkere situaties omgaan en rapporteren sterkere eigenwaarde. Ook ervaren ze minder prestatiedruk op school (respectievelijk 28 procent en 29,5 procent).

Deze gegevens zijn afkomstig uit het Unicef onderzoek naar het mentaal welbevinden van jongeren (Trimbos Instituut, 2020).

Definitie

Welbevinden is de mate waarin iemand zich tevreden voelt met zijn of haar leven. De eigen lichamelijke en psychosociale gezondheid en de omstandigheden waarin iemand leeft, zijn mede bepalend voor de mate van welbevinden.

Welbevinden is volgens het woordenboek synoniem aan welzijn. Maar in het begrip welbevinden zit - meer dan in het begrip welzijn - het persoonlijk ervaren welzijn. Dat is de mate waarin iemand zichzelf goed voelt en lekker in z'n vel zit. De bepalingen van het 'Verdrag inzake de rechten van het kind' laten zien wat er nodig is voor het objectieve welzijn van kinderen en jongeren. Het gaat dan om de mogelijkheden die zij hebben en de materiële omstandigheden waarin zij leven. Voor welbevinden zijn er wel een aantal voorwaarden die onder het objectieve welzijn vallen. Bij een kind dat honger lijdt, is er bijvoorbeeld geen sprake van welbevinden. Maar objectief welzijn vormt op zichzelf geen garantie voor welbevinden. Een belangrijk punt is dat welbevinden meer is dan de afwezigheid van leed. Het geeft eerder aan dat er sprake is van positieve emoties en ervaringen. Welbevinden wordt ook vaak in verband gebracht met 'kwaliteit van leven'. Onderzoek naar welbevinden gebeurt veelal door respondenten te vragen hun eigen leven een rapportcijfer te geven.

Meer informatie

Sterke basis voor de jeugd

Deniz Ince

Drs. Deniz Ince

medewerker inhoud