Cijfers over jeugdwerkloosheid

Aantal werkloze jongeren

In 2021 was 9,3 procent van de 15- tot 25-jarige beroepsbevolking werkloos. In 2020 ging het om 9,1 procent. Na een lange periode van afname van het percentage werkzoekende jongeren is er door de coronapandemie in 2020 en 2021 sprake van een stijging.

Grafiek Jeugdwerkloosheid onder jongeren

Jeugdwerkloosheid onder jongeren (2014-2021) 

Jaar Alle jongeren Met startkwalificatie Zonder startkwalificatie
2014 12,7% 9,2% 17,3%
2015 11,3% 7,7% 15,9%
2016 10,8% 7,6% 14,9%
2017 8,9% 6,3% 12,3%
2018 7,2% 5,1% 9,9%
2019 6,7% 4,9% 9,2%
2020 9,1% 7,5% 11,4%
2021 9,3% 7,3% 12,5%

Sinds 2014 daalt het aantal werkzoekende jongeren geleidelijk. In 2014 ging het om bijna 13 procent. In 2019 lag het werkloosheidspercentage onder jongeren lager dan ooit. In 2020 steeg het percentage, maar waren er nog steeds minder jongeren op zoek naar werk dan in de periode voor 2014 (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2021).

Jongeren zonder startkwalificatie

Jongeren zonder startkwalificatie, dat wil zeggen zonder een diploma op havo-, vwo- of mbo-2-niveau, zijn over de jaren heen vaker werkloos dan jongeren met een startkwalificatie. In 2021 was van de jongeren zonder startkwalificatie 12,5 procent werkloos. Dit is een duidelijk stijging vergeleken met 2020, toen was het 11,4 procent. Van de jongeren met een startkwalificatie was in 2021 7,3 procent werkloos. Dit is een lichte daling ten opzichte van 2020: toen ging het om 7,5 procent. (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2022).

Het CBS onderzocht onder de ruim 87 duizend jongeren die in 2008 het middelbaar beroepsonderwijs verlieten hoe hun arbeidsmarktpositie er tien jaar later uitzag. Van deze jongeren had 39 procent bij uitstroom nog geen startkwalificatie behaald. Negen van de tien jongeren die met een startkwalificatie het mbo verlieten én niet meer terugkeerden in het onderwijs, had in 2018 betaald werk. Onder jongeren zonder startkwalificatie was dit slechts zeven op de tien.

Ook jongeren zonder startkwalificatie die na tien jaar wel werk hebben weten te vinden, doen vaak onder voor jongeren met een startkwalificatie. Zo valt op dat het gemiddelde uurloon in 2018 lager is, namelijk 14,72 euro zonder startkwalificatie tegenover 17,87 euro met startkwalificatie. Daarnaast hadden de voortijdig schoolverlaters minder vaak een vast contract (40 procent) dan jongeren met een startkwalificatie (56 procent) en werkten ze relatief vaker minder dan 20 uur per week (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2021).

Jongeren met een migratieachtergrond

De werkloosheid onder jongeren met een migratieachtergrond was in 2021 met 15,0 procent twee keer zo groot als die onder jongeren met een Nederlandse achtergrond. Onder jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond is het percentage werklozen met 15,4 procent in 2021 het hoogst. Onder jongeren met een westerse migratieachtergrond en een Nederlandse achtergrond gaat het om respectievelijk 15,0 procent en 7,5 procent.

Na een lange periode van daling van het percentage werkzoekende jongeren met een migratieachtergrond is er sinds 2020 onder invloed van corona weer sprake van een stijging. In 2020 ging het om 14,6 procent van de jongeren met een migratieachtergrond dat op zoek was naar werk. In 2021 is dit gestegen naar 15,0 procent. Onder jongeren met een Nederlandse achtergrond was er in 2020 na een lange periode van daling sprake van een stijging. In 2021 is het percentage werkzoekende jongeren echter met 7,5 procent gelijk gebleven (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2022).

Jeugdwerkloosheid naar herkomst

Grafiek Percentage jeugdwerklozen naar herkomst 2012-2020

Percentage jeugdwerklozen naar herkomst (2012 - 2021) 

  2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021
Totaal 11,7 13,2 12,7 11,3 10,8 8,9 7,2 6,7 9,1 9,3
Nederlandse achtergrond 9,5 10,9 10,3 8,9 8,9 7,2 6,0 5,4 7,5 7,5
Migratie-achtergrond 20,9 21,7 21,7 19,9 18,1 14,9 11,3 11,2 14,6 15,0
Niet-westerse achtergrond 24,5 25,4 24,9 22,1 20,7 16,8 11,2 11,9 15,2 15,4
Westerse achtergrond 14,5 14,5 15,3 15,4 12,9 11,2 11,4 9,8 13,1 14,2

In 2020 was 14,6 procent van de jongeren van 15 tot 25 jaar met een migratieachtergrond op zoek naar een baan. Ten opzichte van 2019 is er sprake van een stijging van bijna 3,5 procent. Onder jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond is het percentage werklozen met 15,2 procent in 2020 het hoogst. Onder jongeren met een westerse migratieachtergond en een Nederlandse achtergrond gaat het om respectievelijk 13,1 procent en 7,5 procent.

Jongeren zonder werk en opleiding

Jongeren die geen werk hebben en ook geen onderwijs volgen, worden aangeduid als NEET-jongeren. NEET staat voor 'Not in Education, Employment, or Training'. In 2018 waren er in Nederland bijna 233.000 NEET-jongeren tussen de 16 en 27 jaar. Dat is ongeveer 10 procent van alle 16- tot 27-jarigen. In de onderstaande figuur is te zien hoeveel NEET-jongeren er per arbeidsregio waren in 2018.

Of een jongere in een situatie zonder werk of opleiding terechtkomt, hangt af van veel factoren. Maar sommige jongeren met een bepaalde achtergrond worden vaker NEET dan anderen. Dit is te zien in onderstaande figuur.

Over deze cijfers

De cijfers over jongeren zonder werk en opleiding zijn berekend door het NJi met behulp van microdata van CBS. Hierbij zijn verschillende gegevens geanalyseerd over de arbeid, onderwijs en zorg van jongeren in de periode 2010-2018. Voor meer informatie over deze analyse kun je mailen naar t.tuenter@nji.nl.

Definitie

Alle 15- tot 65-jarigen die een betaalde baan hebben van ten minste twaalf uur per week of op zoek zijn naar een baan van ten minste twaalf uur per week behoren tot de beroepsbevolking. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de werkzame en de werkloze beroepsbevolking. Tot de werkloze beroepsbevolking worden personen gerekend die minimaal twaalf uur per week willen werken, daarvoor beschikbaar zijn, en activiteiten ontplooien om werk van minstens twaalf uur per week te vinden.

Tot aan 2020 was er onder de jeugd, en dus ook jongeren met een migratieachtergrond, sprake van een daling in het aantal werkzoekenden. Toch komt werkloosheid onder deze groep bijna twee keer zoveel voor als onder jongeren met een Nederlandse achtergrond. Onder jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond komt werkloosheid twee keer zoveel voor als onder jongeren met een Nederlandse achtergrond (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2021).

Meer informatie

Voortijdig schoolverlaten en verzuim

Regionale cijfers voor gemeenten en samenwerkingsverbanden onderwijs met bertekking tot het aantal werkzoekende jongeren zijn beschikbaar op de monitor Aansluiting Onderwijs Jeugdhulp: werkzoekende jongeren.

Regionale cijfers met betrekking tot aantal jongeren met een uitkering zijn te vinden op de monitor Aansluiting Onderwijs Jeugdhulp: jongeren met een uitkering.

Deniz Ince

Drs. Deniz Ince

medewerker inhoud