• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Cijfers over Jeugd en Opvoeding

Huiselijk geweld

Huiselijk geweld is geweld dat wordt gepleegd door iemand uit de huiselijke kring van het slachtoffer. Dat kunnen zijn: partners, ex-partners, gezinsleden, familieleden en huisvrienden. Het gaat bij huiselijk geweld om lichamelijke, seksuele en psychische vormen van geweld. Vormen van huiselijk geweld zijn onder andere kindermishandeling, partnergeweld en eergerelateerd geweld.

Onder partnergeweld verstaan we de gedragingen, handelingen en houdingen van één van de partners of ex-partners die erop gericht zijn de ander te controleren en te domineren. Het omvat fysieke, psychische, seksuele en economische agressie, bedreigingen of geweldplegingen die zich herhalen of kunnen herhalen en die de integriteit van de ander aantasten. Dit geweld treft niet alleen het slachtoffer, maar ook de andere familieleden, waaronder de kinderen. Termen die ook gebruikt worden zijn 'relationeel geweld', 'geweld tussen partners' en 'partnermishandeling'. Partnergeweld is een specifieke vorm van huiselijk geweld.

Kinderen als getuige van partnergeweld

De kinderen van ouders die te maken hebben met partnergeweld noemen we 'kinderen die getuige zijn van partnergeweld'. Met getuige zijn van geweld bedoelen we 'alle manieren waarop kinderen kunnen merken dat er sprake is van geweld tussen hun ouders.' Kinderen kunnen het geweld bijvoorbeeld zien of horen, de dreiging voelen als er sprake is van herhaald geweld en de gevolgen op korte en lange termijn meemaken, zoals letsel bij hun moeder of een vlucht naar een veilige plek.

Bronnen

Kerncijfers

5,5 procent van de volwassenen zegt de afgelopen vijf jaar minstens één keer slachtoffer te zijn geweest van huiselijk geweld. Het gaat hier om lichamelijk of seksueel geweld. Vrouwen hebbben hier met 6,2 procent meer mee te maken dan mannen (4,7 procent). Wanneer gekeken wordt naar het type geweld zegt 5,4 procent van de vrouwen slachtoffer geweest te zijn van lichamelijk geweld en 1,8 procent van seksueel geweld. Bij mannen is dit respectievelijk 4,5 procent en 0,3 procent. Volgens de slachtoffers waren kinderen in 23,5 procent van de voorvallen getuige van huiselijk geweld.

Het meeste partnergeweld komt eenmalig tot hooguit enkele keren voor (76 procent). Naar schatting is 1,1 procent van de vrouwen en 0,2 procent van de mannen structureel (dat wil zeggen minstens één keer per maand) slachtoffer van partnergeweld. Partnermishandeling leidt in 15 procent van de gevallen tot letsel (van Eijkern e.a. 2018).

Sinds 2008 (van Dijk e.a. 2010) blijkt er een daling te zijn in het percentage slachtoffers van huiselijk geweld. In 2008 rapporteerden circa 10 procent van de ondervraagden dat zij in de afgelopen vijf jaar minstens één keer slachtoffer waren van lichamelijk of seksueel geweld. In 2017 is dit bijna gehalveerd. De daling geldt voor geweld tussen (ex)partners, structureel en incidenteel geweld en voor de verschillende leeftijdsgroepen. De grootste daling is echter te zijn onder jongvolwassenen van 18-24 jaar. De onderzoekers melden echter dat niet met zekerheid te stellen is dat de prevalentie daadwerkelijk is afgenomen door een gewijzigde  steekproefmethode.

Samenloop van kindermishandeling en huiselijk geweld

De Nationale Prevalentiestudie Mishandeling maakt gebruik van informatie van professionals (zogenaamde informatenstudie) en is gericht op kinderen en jeugdigden van 0 tot en met 17 jaar die relatief ernstig of structureel zijn mishandeld. Naar schatting zijn er in 2017 tussen de 90.000 en 127.000 kidneren en jeugdigen die met één of meerdere vormen van mihsandleing t emaken hebben gehad. Bij 48 procent van de kinderen die slachtoffer zijn van mishandeling speler ook andere vormen van huiselijk geweld in het gezin waarbij in 62 procent van de gevallen sprake is van huiselijk geweld tussen ouders onderling.

Wat de verschillende vormen van mishandeling betreft is bij 28% van de kinderen die slachtoffer zijn van seksueel misbruik ook sprake van een vorm van huiselijk geweld in het gezin. In 17% van de gevallen van seksueel misbruik was het kind ook getuige van het huiselijk geweld. Voor fysieke mishandeling is dat 53% (30% getuige), voor emotionele mishandeling 65% (54% getuige), voor fysieke verwaarlozing 37% (26% getuige) en voor emotionele verwaarlozing 56% (53% getuige) (Alink e.a. 2018).

In het Scholierenonderzoek naar kindermishandeling is in 2016 gekeken naar de samenloop van kindermishandeling en huiselijk geweld in gezinnen. Geschat wordt dat bij 2,5 procent van de 12-17 jarigen scholieren sprake is van mishandeling tegen het kind gericht én van fysiek geweld tussen de ouders onderling. Dit betreft een zelfrapportage studie (Schellingerhout & Ramakers, 2017).

Laatst bewerkt: 15 februari 2019


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Alink, L., Prevoo, M., Berkel, S. van, Liniting, M., Klein Velderman, M., Pannebakker, F. (2018).NPM-2017: Nationale prevalentiestudie mishandeling van kinderen en jeugdigen. Leiden: Universiteit Leiden/TNO.
  • Schellingerhout, R. & Ramakers, C. (2017). Scholieronderzoek Kindermishandeling 2016. ITS/ Radboud Universiteit.  
  • Ten Boom, A. & Wittebrood, K. (2019). De prevalentie van huiselijk geweld en kindermishandeling in Nederland. Den Haag: Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies