• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Cijfers over Jeugd en Opvoeding

Partnergeweld

Onder partnergeweld verstaan we de gedragingen, handelingen en houdingen van één van de partners of ex-partners die erop gericht zijn de ander te controleren en te domineren. Het omvat fysieke, psychische, seksuele en economische agressie, bedreigingen of geweldplegingen die zich herhalen of kunnen herhalen en die de integriteit van de ander aantasten. Dit geweld treft niet alleen het slachtoffer, maar ook de andere familieleden, waaronder de kinderen. Termen die ook gebruikt worden zijn 'relationeel geweld', 'geweld tussen partners' en 'partnermishandeling'. Partnergeweld is een specifieke vorm van huiselijk geweld. (Nationaal Actieplan Partnergeweld België, 2005)

Bij partnergeweld gaat het om geweld tussen partners of ex-partners. Vaak is er sprake van machtsongelijkheid, waarbij de pleger overwicht heeft over het slachtoffer. Er ontstaat vaak een patroon van geweld. Er kan een situatie ontstaan, waarin één van de partners ernstige vormen van geweld, dwang en controle uitoefent over de ander. Ook kunnen in een relatie conflicten uit de hand lopen en beide partners geweld gebruiken. Als er kinderen zijn, raakt het geweld direct of indirect ook hen.

Partnergeweld: een vorm van huiselijk geweld

Partnergeweld is een vorm van huiselijk geweld, net als kindermishandeling, oudermishandeling en ouderenmishandeling. De officiële definitie van huiselijk geweld luidt: 'geweld dat door iemand uit de huiselijke kring van het slachtoffer gepleegd is.' Het gaat om alle vormen van herhaaldelijk lichamelijk, psychisch en seksueel geweld en verwaarlozing, die plaatsvinden in de privésfeer en waarbij betrokkenen in een familiale verhouding staan of hebben gestaan (Ferwerda, 2007). Geweld betekent in dit verband: de aantasting van de persoonlijke integriteit. Het kan gaan om geestelijk, lichamelijk en seksueel geweld. Tot de huiselijke kring van slachtoffers behoren (ex-)partners, gezinsleden, familieleden en huisvrienden. Bij huiselijk geweld gaat het dus niet om de plek waar het geweld plaatsvindt, maar om de onderlinge relatie tussen slachtoffer en pleger.

Kinderen als getuige van partnergeweld

De kinderen van ouders die te maken hebben met partnergeweld noemen we 'kinderen die getuige zijn van partnergeweld'. Met getuige zijn van geweld bedoelen we 'alle manieren waarop kinderen kunnen merken dat er sprake is van geweld tussen hun ouders.' Kinderen kunnen het geweld bijvoorbeeld zien of horen, de dreiging voelen als er sprake is van herhaald geweld en de gevolgen op korte en lange termijn meemaken, zoals letsel bij hun moeder of een vlucht naar een veilige plek.

Vormen van partnergeweld

Voor 2002 werd in plaats van 'partnergeweld' de term 'vrouwenmishandeling' gebruikt. De term 'partnergeweld' is hiervoor in de plaats gekomen, omdat ook mannen slachtoffer kunnen zijn van geweld door hun partner. Specifieke vormen van partnergeweld zijn geweld tussen ex-partners, verkeringsgeweld, stalking en eergerelateerd geweld. Het slachtoffer en de pleger van partnergeweld kunnen ex-partners van elkaar zijn. Het geweld kan begonnen zijn tijdens de relatie en doorgaan nadat de relatie is verbroken of begonnen zijn na het verbreken van de relatie. Het partnergeweld kan beginnen als het slachtoffer en de pleger nog tieners zijn en verkering hebben met elkaar, in dit geval spreken we over verkeringsgeweld. Als stalking of eergerelateerd geweld tussen (ex-)partners plaatsvindt, zijn dat specifieke vormen van partnergeweld. Bij stalking, of belaging, blijft de ene partner de andere partner na het verbreken van de relatie lastig vallen en mishandelen. Bij eergerelateerd geweld wordt het geweld gepleegd in een reactie op een (mogelijke) dreiging dat de eer van de partner(s) en de familie wordt aangetast.


Bronnen

  • Ferwerda, H. (2007). 'Met de deur in huis : omvang, aard, achtergrondkenmerken en aanpak van huiselijk geweld in 2006'. Arnhem: Advies- en Onderzoeksgroep Beke
  • Ministerie van Justitie, Directie Jeugd en Criminaliteitspreventie (2002). 'Privé geweld - publieke zaak : een nota over de gezamenlijke aanpak van huiselijk geweld'. Den Haag: Ministerie van Justitie
  • Römkens, Renée (1986). 'Vrouwenmishandeling : Over geweld tegen vrouwen in heterosexuele partnerrelaties'. 's-Gravenhage: DOP
  • Ent, D.W. van der, ... [et al.] (2001). 'Thuisgeweld, een zorg voor de politie'. Utrecht: Reed Business

Kerncijfers

9 procent van de volwassenen zegt de afgelopen vijf jaar slachtoffer te zijn geweest van huiselijk geweld. In het grootste deel van de gevallen gaat het om partnergeweld: in ruim een derde van de voorvallen (34 procent) noemt het slachtoffer de levenspartner als dader, 46 procent noemt een ex-partner.  In 65 procent van de gevallen van huiselijk geweld gaat het om lichamelijk geweld en in 8 procent om seksueel geweld. Meer vrouwen dan mannen zijn slachtoffer (60 tegenover 40 procent) (Van Dijk e.a., 2010).

Kinderen in een gezin met huiselijk geweld

Er wonen naar schatting 60.000 kinderen in een gezin waar sprake is van huiselijk geweld. Hiervan zijn 25.000 kinderen ook daadwerkelijk aanwezig bij incidenten van huiselijk geweld (Nieuwenhuis, 2008). Het gaat hierbij om een brede definitie van huiselijk geweld, die meer omvat dan partnergeweld. De schatting is gebaseerd op een steekproef van duizend politieregistraties van incidenten van huiselijk geweld in 2006. Waarschijnlijk is er sprake van een onderschatting, omdat niet alle huiselijk geweld bij de politie bekend is.

Weinig verschil tussen autochtonen en allochtonen

Autochtonen en allochtonen zijn ongeveer net zo vaak slachtoffer van huiselijk geweld. Dit blijkt uit recent onderzoek onder personen van Nederlandse, Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse afkomst (Van Dijk e.a. 2010; Van Dijk e.a. 2002).

Trends onduidelijk

De afgelopen jaren zijn de politiecijfers over huiselijk geweld gestegen (Ferwerda 2009). Daaruit valt echter niet direct op te maken dat er daadwerkelijk meer geweld gepleegd wordt. Bij de gestegen politiecijfers kan ook de toegenomen aandacht voor huiselijk geweld een rol spelen. Onderzoek onder slachtoffers van huiselijk geweld leveren ook geen bruikbare trendcijfers op. Zowel in 1997 als in 2010 (Van Dijk e.a. 2010; Van Dijk e.a. 1997; Wittebrood en Veldheer 2005) is onderzoek gedaan naar de omvang van huiselijk geweld, maar de onderzoeken zijn niet met elkaar vergeleken en ook niet op precies dezelfde wijze uitgevoerd.

Laatst bewerkt: 14 januari 2014


Slachtoffers van partnergeweld

Uit cijfers van de 'Family database van de OESO' blijkt dat in Nederland, net als in de meeste OESO-landen, partnergeweld niet vaak voorkomt. De OESO is een samenwerkingsverband van dertig voornamelijk westerse landen. Binnen de OESO-landen loopt het percentage van de bevolking dat melding maakt van partnergeweld uiteen van nul procent in Estland tot 2,37 procent in Nieuw-Zeeland. In Nederland maakt 0,8 procent van de gehele bevolking melding van partnergeweld. Het partnergeweldpercentage is gebaseerd op enquêtes die rond 2005 zijn gehouden en gaat over mannen en vrouwen en die te maken hebben gehad met misdrijven, waaronder partnergeweld door de partner of ex-partner.

Uit gegevens van de OESO komt naar voren dat deze cijfers voorzichtig geïnterpreteerd moeten worden, ondermeer omdat in enquêtes over misdrijven de mate van partnergeweld onderschat wordt.

Laatst bewerkt: 17 januari 2014


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Andere dodelijke slachtoffers van partnergeweld

Binnen de 27 landen van de Europese landen loopt het aantal 'bijkomende dodelijke slachtoffers' van partnergeweld in 2006 uiteen van nul in Cyprus, Luxemburg en Malta tot 28 in Duitsland. In Nederland bedroeg dit naar schatting 5 in 2006. Dit is in verhouding tot andere Westerse landen dus laag (Nectoux, 2010).

Deze schattingen gaan over het aantal slachtoffers van zogenaamde 'collateral homocides' in 2006. Het gaat dan om kinderen en gezinsleden die op het moment van het misdrijf ook aanwezig waren en gedood zijn. Deze zogenaamde bijkomende dodelijke slachtoffers gaan over familieleden, vooral kinderen. Deze gegevens zijn afkomstig uit een project waarin schattingen zijn gemaakt van het aantal sterfgevallen als gevolg van partnergeweld in alle landen van de Europese Unie. De schattingen zijn gemaakt met behulp van een model, waarvoor gegevens uit de lidstaten én theoretische gegevens zijn gebruikt.

Laatst bewerkt: 17 januari 2014


Gebruikte publicaties

  • Nectoux, M. (red.) (2010), Estimation of Intimate Partner Violence related mortality in Europe - IPV EU_Mortality.
  • Daphne III Project NoJLS/2007/DAP-1/140 . Synthesis of the scientific report.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.