Feiten en cijfers over klimaatverandering

Er bestaat een enorme hoeveelheid informatie over de ontwikkeling van het klimaat, zowel internationaal als voor Nederland. Lastig is dat de informatie soms niet objectief is. Welke kennis is er vanuit onderzoek beschikbaar voor jongeren, opvoeders en anderen?

Internationale onderzoeken

Internationaal zijn bekende informatiebronnen:

  • Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC). Veel van de informatie is taai, maar via een aparte site zijn er begrijpelijke (Engelstalige) video’s en rapporten voorhanden.
  • NASA. De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie heeft voor kinderen een apart (Engelstalig) dossier op internet gezet. Via een andere themasite stelt de NASA veel informatie op een toegankelijke manier voor een breder publiek beschikbaar.
  • Unicef. Deze organisatie monitort de betekenis van klimaatontwikkelingen. Zij kijkt naar de rechten en naar de kwetsbaarheid van kinderen. Zie bijvoorbeeld een rapport uit 2021, met een ranglijst van landen, waarop  de CO2-uitstoot per inwoner wordt weergegeven. Ook is er  een ranglijst van landen die laat zien in welke mate kinderen risico lopen door klimaatverandering.

Nederlandse onderzoeken

Het KNMI geeft een overzicht van de cijfers over het klimaat wereldwijd en voor Nederland. Voor vier regio’s van ons land is concreet uitgewerkt waar zij mee te maken krijgen als we uitgaan van vier klimaatscenario’s. Het geeft ook antwoord op veelgestelde vragen.

Universiteiten doen onderzoek naar klimaatverandering en naar manieren om hiermee om te gaan. Veel informatie is ook voor niet-wetenschappers toegankelijk. Zie bijvoorbeeld:

Hoe denken kinderen en jongeren over het klimaat?

Instanties als het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) verzamelen informatie over allerlei zaken die met klimaat­verandering te maken hebben. Zo brengen zij in kaart hoe Nederlanders denken over dit onderwerp, in welke mate zij zich zorgen maken en hoe ze aankijken tegen maatregelen.

Er zijn ook nog andere organisaties, zoals het Jeugdjournaal, Kidsweek, Rode Kruis en bedrijven zoals ArlaFoods die studies doen naar hoe specifiek kinderen en jongeren in Nederland denken over het klimaat en wat er moet gebeuren. Deze studies zetten we hieronder op een rij.

We zijn nog bezig met het verzamelen van meer gedetailleerde gegevens en het achterhalen van de oorspronkelijke rapporten om de kwaliteit van studies in te kunnen schatten. De informatie die we tot nu toe gevonden hebben, laat de volgende hoofdlijnen zien:

  • Ongeveer 70 procent van de kinderen en jongeren maakt zich zorgen om klimaatverandering: angst en verdriet worden bij de kinderen genoemd als hun meest voorkomende gevoelens; sommigen liggen er letterlijk wakker van; ongeveer 20 procent vond in 2019 de drukte over dit onderwerp overdreven. De kinderen kennen het thema meestal van tv en school.
  • Kinderen en jongeren verwachten actie van de overheid en het bedrijfsleven om de problemen aan te pakken.
  • Een ruime meerderheid van de kinderen en jongeren wil er zelf iets aan doen, maar niet iedereen weet hoe of wat. Maatregelen die eenvoudig zijn te realiseren, zoals korter douchen, minder kleding kopen en minder afval produceren zijn het populairst. Het beperken van vliegvakanties en vlees eten zijn minder populair.
  • Kinderen en jongeren lijken ouders te stimuleren om meer te letten op hun impact op het klimaat. Jongvolwassenen lijken meer dan ouderen bereid om voor radicale keuzes te gaan en daarvoor de kosten te dragen.
  • De meeste studies laten door de tijd heen geen duidelijke verandering zien in de zorgen en actiebereidheid bij kinderen, jongeren en opvoeders. Enkele studies wijken daarvan af en tonen een toename van de zorgen en een afname van de scepsis. Tussen 2019 en 2021 zien we met name een sterke afname van het aantal volwassenen dat de aandacht voor het klimaat overdreven vindt. Onder kinderen is dat nog niet onderzocht.  

We tekenen hierbij aan dat het beeld nog weinig exact is, omdat we voor een deel gebruikmaken van indirecte bronnen en veel details over de meeste studies en de kwaliteit ervan nog ontbreken.

Nederlandse studies over hoe jongeren klimaatverandering ervaren

De onderstaande studies zijn momenteel bij ons in beeld.

2007

Een voor het Jeugdjournaal uitgevoerd onderzoek onder kinderen en jongeren van 9-13 jaar maakt duidelijk dat 84 procent van de kinderen zich zorgen maakt over het klimaat (73 procent soms, 11 procent veel). 5 procent zegt vaak en 54 procent soms bang te zijn vanwege de klimaatproblemen. 67 procent wil graag iets doen, maar weet niet hoe dat moet. Intomart voerde het onderzoek uit en onder meer het dagblad Trouw bracht het onder de aandacht. Wij hebben de onderzoeksdetails  opgevraagd.

2013

Het NCDO Centrum voor mondiaal burgerschap constateerde in een studie in 2012 onder 20.000 kinderen in groep 6-8 dat slechts 1 op de 10 kinderen van menig was dat het met de wereld voor wat betreft milieu, klimaat en armoede de goed kant op gaat. In een nadere representatieve studie in 2013 onder 1033 kinderen bleek dat kinderen zich meer zorgen maken om de beschikbaarheid van drinkwater en voedsel voor de rest van de wereld (33 procent maakt zich zorgen) dan voor Nederland (16 procent maakt zich zorgen). Voor overstromingen door klimaatverandering ligt dat gelijk: 25 procent van de kinderen maakt zich daarover zorgen als het gaat om zowel Nederland als de rest van de wereld. 80 procent zegt goed voor de aarde te willen zorgen.

2015

Onderzoeksbureaus OneTwentyOne en Quirius voerden een representatief onderzoek uit voor Natuur & Milieu onder 767 kinderen van 8-12 jaar. 74 procent van de kinderen bleek weleens van ‘klimaatverandering’ te hebben gehoord (91 procent daarvan op school, 70 procent op tv; 49 procent van thuis). 69 procent heeft geen fijn gevoel bij klimaatverandering. 86 procent vindt het belangrijk om met zijn allen iets ertegen te doen. 50 procent weet niet of ze thuis (met het gezin) iets kunnen doen, 50 procent weet niet of ze zelf iets kunnen doen, 40 procent doet zelf al wel iets. 98 procent ziet voor de regering een rol weggelegd; 48 procent ook voor bedrijven (49 procent weet niet of bedrijven wat kunnen doen).

2016 

Onderzoek van GfK in opdracht van Achmea toont dat jongeren (18 – 25 jaar) zich ervan bewust zijn dat het klimaat verandert. Het merendeel (87 procent) verwacht dat de samenleving daardoor sterk zal veranderen. 67 procent ziet het als een bedreiging; 30 procent houdt zich er echt mee bezig. De meerderheid is zich er wel van bewust, maar doet er zelf weinig mee. Volgens jongeren moeten vooral bedrijven en de overheid maatregelen nemen. Onderzoeksdetails zijn door ons opgevraagd.

2019

Een enquête van Save the Children en KidsWeek in 2019 laat zien dat 75 procent van 800 ondervraagde kinderen (8-14 jaar) zich zorgen maakt over het klimaat. In een representatieve groep van 8-10 jaar ligt 7 procent er wel eens wakker van; bij de overige groep is dat 30 procent. De kinderen houden vooral rijke landen, multinationals en oliemaatschappijen verantwoordelijk. 19 procent van de groep van 8-10 jaar en 23 procent in de overige groep vindt de berichtgeving over klimaatverandering overdreven. Kidsweek heeft ons de gedetailleerde cijfers verschaft.

In een enquête van het Jeugdjournaal onder kinderen (details over leeftijd en omvang zijn ons onbekend) zegt 60 procent zich soms zorgen te maken over het klimaat, 10 procent doet dit regelmatig. Meer dan 70 procent vindt de aandacht voor het klimaat goed. 36 procent zou zelf willen meedoen met een klimaatdemonstratie. Toch vindt 44 procent het overdreven om je leven aan te passen voor het klimaat. De kinderen vinden dat politici beter naar hen moeten luisteren. Wij hebben onderzoeksdetails opgevraagd.

Het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) deed een herhaald onderzoek naar de mate waarin jongeren en volwassenen zich zorgen maken over de opwarming van de aarde: in 2009 bij 2.036 personen en in 2018 2.138. Zij zagen een duidelijke verschuiving. Het percentage 16-24 jarigen dat het (geheel) eens was met de stelling ‘Ik maak me grote zorgen’ neemt toe: van 29 procent in 2009 naar 50 procent in 2018. In de groep 25-34 jaar is dat van 32 procent naar 57 procent. Het percentage 16-24 jarigen dat het (geheel) eens was met de stelling ‘De verhalen over opwarming zijn sterk overdreven’ neemt af: van 20 procent naar 12 procent. In de groep 25-34 jaar is dat van 21 procent naar 9 procent. 

Natuur- en Milieufederatie Utrecht deed – mede gesteund door de Provincie – met behulp van een online tool onderzoek onder 2199 jongeren van 16-26 jaar in 10 Utrechtse gemeenten. Zo’n 70-80 procent van hen maakt zich zorgen over het klimaat. Maatregelen als korter douchen, minder kleding kopen, zonnepanelen plaatsen en windmolens bouwen zien de meesten wel zitten; minder vliegvakanties ligt gevoelig. De onderzoekers wijzen erop dat de groep respondenten selectief kan zijn; doel is vooral jongeren de gelegenheid te geven om te participeren.

2020

Een representatief onderzoek van Het Rode Kruis onder 712 jongvolwassenen van 18-35 jaar geeft aan dat 73 procent zich zorgen maakt over het klimaat; 27 procent heeft niet echt of geen zorgen. Bij 21 procent zijn de zorgen na een half jaar (na begin coronacrisis) toegenomen. 90 procent ziet nu al de gevolgen. 76 procent zegt nu al iets te doen (72 procent minder water gebruiken, 74 procent minder afval produceren, 60 procent minder verre reizen maken, 63 procent minder vlees eten), 15 procent zegt dit in de toekomst te willen doen.

I&O Research deed een representatief onderzoek onder 3727 jongeren (12-18 jaar) en 4361 jongvolwassenen (19-30 jaar) om te peilen hoe zij denken over de energietransitie. 90 procent is positief over zonne-energie, 60 procent over (meer) windmolens op land. 38 procent wil voor duurzamere energie meer betalen. 52 procent wil zuiniger omgaan met energie. 68 procent ziet een rol voor de overheid om duurzaam energiegebruik te stimuleren; 46 procent (ook) een rol voor energiebedrijven; 3 procent vindt dat niemand hierin een rol heeft. Ongeveer de helft wil ook meedenken over de aanpak. 10 procent voelt helemaal geen verantwoordelijkheid.

3Vraagt deed een representatief onderzoek onder 1867 jongeren en jongvolwassenen (16-34) naar hun zorgen over klimaatverandering en hun manieren van klimaatbewust leven. 72 procent van de jongeren geeft aan dat zij klimaatverandering een probleem vinden en 62 procent maakt zich zorgen om de gevolgen van de klimaatverandering. Ze maken zich vooral zorgen om extreme weersomstandigheden, hogere temperaturen, een stijgende zeespiegel en de uitputting van natuurlijke bronnen. De meerderheid vindt dat ze redelijk of heel klimaatbewust leven; de maatregelen die zij hiervoor nemen verschillen.

2021

Representatief onderzoek van het CBS onder 3648 personen van 18 jaar en ouder laat zien dat 98 procent van de jongeren van 18-25 jaar het zeker of waarschijnlijk vindt dat het klimaat verandert. 67 procent denkt dat dat helemaal of vooral door de mens komt. 79 procent denkt dat dat de verandering nog geheel of deels is tegen te houden. De percentages onder deze jongeren zijn de hoogste van alle andere leeftijdsgroepen, maar de verschillen zijn niet heel groot.

Uit panel-onderzoek van Cartoon Network, uitgevoerd in 13 landen (totaal 4124 kinderen 6-12 jaar, waaronder 150 kinderen in België, Nederland en Luxemburg - Benelux), blijkt dat 84 procent van de kinderen de klimaatverandering als een slechte ontwikkeling ziet. In de Benelux is dat 85 procent; de kinderen in deze landen kennen het thema vooral van TV (46 procent) en van school (44 procent) en ze noemen zorgen (65 procent), verdriet (63 procent) en angst (49 procent) als hun meest voorkomende gevoelens. Kinderen in de Benelux weten – vergeleken met andere landen - relatief vaak wat ze kunnen bijdragen aan de aanpak. Het bedrijf Warner Media heeft ons de gedetailleerde cijfers verschaft.

Het blad JM bericht (tegelijk met andere media) over een studie van het bedrijf ArlaFoods in samenwerking met bureau Kien onder ruim 1083 ouders van kinderen tussen 9 en 17 jaar. 56 procent van de kinderen maakt zich volgens de ouders zorgen over het klimaat. De helft van de kinderen is actief met het verminderen van zijn of haar impact. 31 procent van de  kinderen spreekt hun ouders aan op hun gedrag (zoals energieverbruik, keuze vervoermiddel, weggooien van voedsel) en bijna al deze ouders veranderen hierdoor hun gedrag. 80 procent van de ouders staat meer stil bij het klimaat omdat ze kinderen hebben. 9 op de 10 ouders vindt dat ze genoeg doen voor het klimaat, slechts 65 procent van de kinderen vindt dat hun ouders genoeg doen. Kien verschafte ons informatie die wijst op een hoge betrouwbaarheid van de resultaten. 

Dagblad Trouw liet door Kieskompas een representatief onderzoek doen onder 10.598 kiesgerechtigden. Jongvolwassenen (18-35) bleken het radicaalst in hun aanpak van de klimaatverandering. 51 procent is het (helemaal) eens met de stelling dat Nederland kerncentrales moet bouwen om de klimaatdoelen te halen. Bij oudere kiezers ligt het animo voor kernenergie lager (37-44 procent). Bijna een derde van de 35-minners vindt dat de overheid – net als bij corona - moet kunnen ingrijpen in de vrijheid van de samenleving om klimaatverandering tegen te gaan. Ook zijn jongeren meer bereid te betalen voor ingrijpender klimaatbeleid dan oudere Nederlanders. Je kunt hierbij denken aan hogere energiebelastingen, een vleestaks en aardgasvrije woningen. Kieskompas heeft ons de gedetailleerde cijfers verschaft.

Ipsos heeft in opdracht van NOS een enquête uitgevoerd onder 1007 stemgerechtigde Nederlanders in de aanloop naar de Klimaatconferentie van Glasgow. Daaruit blijkt dat 51 procent van de jongvolwassenen (18-34) het er (helemaal) mee eens is dat de overheid meer aandacht aan het klimaat moet besteden. 40 procent is het (helemaal) eens dat de invloed van Nederland op klimaatverandering klein is. Ouderen zijn het hierover vaker (helemaal) eens (55-60 procent). Jongvolwassenen zeggen ook vaker dat Nederland voorop moet lopen op het gebied van het klimaatbeleid (43 procent; bij ouderen is dat 21-24 procent). Vergeleken met 2019 zien we in de totale groep een sterke afname van het aantal volwassenen dat de aandacht voor het klimaat overdreven vindt: van 35 procent in 2019 naar 26 procent in 2021.

Motivaction voerde voor Energie Beheer Nederland een representatief onderzoek uit naar de attitude van Nederlandse jongvolwassenen rondom klimaat en energie. Het blijkt dat 80% van hen zich minstens lichte zorgen maakt over klimaatverandering. De meerderheid van deze groep wil iets tegen klimaatverandering doen en is bereid daarvoor meer belasting te betalen. Ongeveer 60% vindt het klimaat een groot probleem. Een derde vindt dat het probleem wordt overdreven, en 25% vindt dat maatregelen zoals het halveren van de uitstoot niet nodig zijn. Slechts 25% zegt dat de overheid en bedrijven zich voldoende voor het probleem inspannen. Veel jongvolwassenen geven ook aan een gevoel van afhankelijkheid en machteloosheid te ervaren als het gaat om de acties van bedrijven en overheden.  

Internationale studies over klimaatverandering, jeugd en opvoeding

Bovenstaande studies gaan over Nederlandse kinderen, jongeren en opvoeders, of over internationale studies waarin Nederland is meegenomen. We refereren in dit dossier ook naar een aantal internationale studies waarin Nederland niet voorkomt of apart wordt genoemd, maar die wel interessante informatie geven over hoe kinderen en jongeren in de klimaatkwestie staan. Die zetten we hier op een rij. Het is een voorlopige selectie waar we nog aan werken. 

2019

In Amerikaans onderzoek werden docenten getraind in het geven van klimaatlessen. De opvattingen over klimaat van 357 deelnemende kinderen (10-14 jaar) en hun ouders werden twee jaren gevolgd en vergeleken met 323 kinderen en ouders in een controlegroep. Kinderen en ouders in de experimentele groep toonden grotere stijgingen van zorgen over klimaatverandering dan de controlegroep. De effecten waren het sterkst onder vaders en conservatieve ouders, die vóór de interventie de laagste niveaus van klimaatzorg hadden. Dochters bleken het sterkst van invloed op het verhogen van de zorgen van de ouders.

2020

Een overzichtsstudie over 78 onderzoeken toont een positieve relatie tussen het uitvoeren van klimaatvriendelijk gedrag – zoals het kopen van een energiezuinige wasmachine of eten van minder vlees – en gevoelens van geluk. Deze relatie lijkt te gelden voor uiteenlopende groepen mensen en situaties. Hoe betekenisvoller het gedrag (zoals minder vlees eten, minder vliegen), hoe sterker de relatie met gevoelens van geluk. De onderzoekers concluderen dat het klimaatbeleid dus veel sterker de win-win-balans van duurzaamheidsprogramma's naar voren kan brengen: goed voor de omgeving én goed voor de mens.

2021

Unicef publiceert een rapport waaruit blijkt dat ongeveer een miljard kinderen een groot risico loopt door klimaatverandering. Nederland staat in de top 20 van landen met de grootste CO2-uitstoot per inwoner, maar scoort laag op het risico dat kinderen door klimaatverandering lopen, vooral in vergelijking met andere landen rond de evenaar. 

Een studie gepubliceerd in The Lancet, met 10.000 jongeren tussen 16 en25 jaar in 10 landen (arm en rijk), laat zien dat 84 procent zich minstens matige zorgen maakt over het klimaat. 27 procent maakt zich extreme zorgen, 11 procent maar een beetje, 5 procent helemaal niet. 75 procent vindt de toekomst beangstigend en 39 procent zegt te twijfelen of ze nog kinderen willen krijgen. 65 procent voelt zich door hun regering in de steek gelaten.  

Save the Children en de Vrije Universiteit Brussel laten in een onderzoek, dat ook is gepubliceerd in  Science, zien dat kinderen in hun toekomst een veel hogere kans hebben op het meemaken van weersextremen dan vorige generaties. Het hardst geraakt worden kinderen in landen met gemiddeld lage inkomens. Ingrijpende maatregelen kunnen de gevolgen minder maken. De aanbevelingen zijn dan ook om zeer voortvarend actie te ondernemen tegen klimaatverandering, kinderen als belangrijke belanghebbenden te zien en ze te beschermen tegen de impact die het klimaat op hun leven gaat hebben en ze een actieve rol te geven in het klimaatbeleid. Die actieve rol is niet alleen om kinderen als inspiratiebron te betrekken, maar vooral ook als rechthebbenden.

Het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) publiceert een rapport waaruit blijkt dat jongeren onder de 18 jaar klimaatverandering als een groter gevaar beschouwen dan volwassenen dat doen. Ook willen ze strengere maatregelen om klimaatverandering tegen te gaan. Het UNDP ondervroeg voor het onderzoek 689.000 inwoners van de twintig grootste economieën van de wereld, onder wie 302.000 jongeren. Nederland deed niet mee, wel vergelijkbare landen als Duitsland en Engeland. Van de volwassenen vindt 65 procent dat we ons in een wereldwijde klimaatcrisis bevinden. Onder jongeren is dat 70 procent. De meest populaire klimaatmaatregelen onder jongeren zijn het beschermen van natuurgebieden, het gebruik van hernieuwbare energie en klimaatvriendelijke landbouw.

Alle pagina's over klimaatverandering

Naar het overzicht

Tom van Yperen

Dr. Tom van Yperen

expert kwaliteit jeugdstelsel