Gender en opvoeding: hoe gendernormen de ontwikkeling van kinderen beïnvloeden

Over jongens en meiden bestaan veel ideeën. Bijvoorbeeld dat meiden gevoelig zijn. En dat jongens niet graag over emoties praten. Door deze gendernormen leren kinderen al vroeg dat ze zich op een bepaalde manier moeten gedragen, omdat ze biologisch een jongen of meisje zijn. Soms is dat niet erg. Maar soms kan het hun ontwikkeling beperken. Op deze pagina lees je hoe gendernormen de ontwikkeling van kinderen beïnvloeden.

Hoe ontstaat meidengedrag en jongensgedrag?

Heel lang dachten we dat gedrag vooral door genen en hormonen komt. En dat meiden daardoor vaker uit zichzelf met poppen spelen. En jongens met auto's. Genen en hormonen spelen zeker een rol. Maar kinderen leren gedrag ook aan door hun omgeving. Dat begint al snel na de geboorte. 

Hoe leren kinderen gedrag aan door hun omgeving?

Dat komt vooral door onbewuste verwachtingen die veel mensen hebben. Bijvoorbeeld dat jongens stoer moeten zijn. En meiden lief. Deze verwachtingen heten gendernormen. Vaak merken mensen helemaal niet dat ze deze verwachtingen hebben. Ze zitten in hun hoofd, zonder dat ze het weten. Dat komt door wat we al vanaf jonge leeftijd zien en horen: thuis, op school, in boeken, films en reclames. Omdat kinderen vanaf jonge leeftijd meekrijgen hoe ze 'horen' te doen, passen ze hun gedrag daar op aan. 

Voorbeeld 

Tijdens gym botsen een jongen en een meisje tegen elkaar aan. De leraar rent naar het meisje en troost haar. Hij doet dit, omdat hij onbewust denkt dat meiden sneller pijn hebben dan jongens. Het meisje begint te huilen. Zij heeft onbewust geleerd dat meiden kwetsbaar mogen zijn. De jongen staat snel op en probeert niet te huilen. Hij heeft in zijn omgeving meegekregen dat jongens stoer horen te zijn. De leraar zegt tegen hem: 'Goed zo, jij kunt wel tegen een stootje.' De jongen vindt het compliment fijn, en denkt: 'Zie je wel, het is goed als ik niet huil.'

Voorbeeld 

Een jongen van 4 speelt thuis graag met een pop. Als opa en oma op bezoek komen, vragen ze: 'Wil je je nieuwe brandweerauto aan ons laten zien?' Ze bedoelen het aardig en zeggen niks negatiefs over de pop. Maar ze geven vooral aandacht aan het 'stoere' speelgoed. Na een tijdje speelt de jongen vaker met de brandweerauto dan met de pop. Ook omdat hij op school vooral meiden in de poppenhoek ziet spelen. Hij heeft onbewust geleerd dat de brandweerauto blijkbaar 'beter bij hem past'.

Is het erg dat we andere verwachtingen hebben van meiden en jongens?

Het is niet per se erg dat we anders denken over jongens en meiden. Maar onze ideeën hebben wel invloed op hoe we kinderen behandelen: hoe we reageren op hun gedrag, wat we stimuleren en wat we van ze verwachten. Dat kan schadelijke gevolgen hebben voor hun ontwikkeling. Een paar voorbeelden:

'Techniek is voor jongens'

Vaak zeggen mensen dat techniek echt iets voor jongens is. Jonge kinderen zien in voorleesboeken vaak klusjesmannen, en geen klusjesvrouwen. Bij speelgoedreclames zien ze meestal een jongen met een gereedschapskist spelen. En jongens worden vaker aangemoedigd om op school technische vakken te kiezen. Meiden gaan hierdoor geloven dat jongens beter zijn in techniek. Het gevolg is dat ze zichzelf onderschatten en hun interesse in techniek verliezen. Ook gaan ze opleidingen vermijden die eigenlijk goed bij ze passen. Hierdoor komen hun talenten niet tot bloei. 

'Huilen is niet mannelijk'

Jongens krijgen vaak te horen dat ze sterk en stoer moeten zijn. Mensen zeggen: 'Jongens huilen niet'. Of 'Je bent toch geen meisje?' Ook geven ze goedbedoelde complimenten, zoals 'Wat ben jij een stoere jongen zeg!'  Zulke uitspraken leren jongens dat het zwak is om emoties te tonen. Ze gaan daardoor hun emoties verbergen. Jongens die met deze ideeën worden opgevoed, hebben later meer moeite met het uiten van angsten, verdriet of kwetsbaarheid. Ook praten ze minder snel met anderen als ze niet lekker in hun vel zitten. En ze kunnen moeite hebben met het aangaan van relaties. 

Moet je als ouder je kind genderneutraal opvoeden?

Nee, genderneutraal opvoeden is niet nodig. Een ouder hoeft roze niet te vermijden voor een dochter. Of een zoon met poppen laten spelen. Het gaat erom dat een ouder zich bewust is van de verwachtingen over jongens en meiden. En daar rekening mee houdt in de opvoeding. Dit heet genderbewust opvoeden. Dan geef je een kind de ruimte om zichzelf te zijn. Zonder verwachtingen over hoe jongens of meiden zich horen te gedragen. Zo kan een kind doen wat het leuk vindt en wat bij je kind past. Dat helpt bij een fijne en goede ontwikkeling.

Genderbewust opvoeden: hoe doe je dat als ouder? Lees de tips

Gendernormen leiden tot genderongelijkheid 

Gendernormen hebben niet alleen invloed op individuele kinderen, maar ook op de hele samenleving. Ze vormen de basis voor genderongelijkheid: verschillen in kansen, waardering en verdeling van taken tussen mannen en vrouwen. Denk aan loonverschillen, de ongelijke verdeling van zorgtaken, vooroordelen over mannelijkheid en hardnekkige ideeën over wie slachtoffer of pleger is van (seksueel) geweld. Genderongelijkheid ontstaat niet op één plek, maar stapelt zich op door kleine, dagelijkse verwachtingen en keuzes. 

Lees meer over genderongelijkheid in Nederland

In het kort

Kinderen leren al jong wat 'jongensgedrag of meidengedrag' is. Bijvoorbeeld dat jongens stoer moeten zijn en meiden lief. Deze ideeën ontstaan door wat ze zien en horen in hun omgeving: thuis, op school, in boeken, films en reclames. Daardoor passen ze hun gedrag onbewust aan en kunnen ze sommige talenten of interesses minder ontwikkelen. Het is niet nodig om een kind genderneutraal op te voeden, maar geef het wel de ruimte om zichzelf te zijn. Dit heet genderbewust opvoeden.

Chaplin, T. M., en A. Aldao (2012). Gender differences in emotion expression in children: A meta-analytic review. Psychological Bulletin, jaargang 139, nummer 4, p. 735–765.

Halim, M. L. D. (2016). Princesses and Superheroes: Social‐Cognitive Influences on Early Gender Rigidity. Child Development Perspectives, jaargang 10, nummer 3, p. 155–160.

Meyer, M., A. Cimpian, en S.J. Leslie (2015). Girls' interest in STEM fields is shaped by the belief that brilliance is a male trait. Science, jaargang 347, nummer 6219, p. 262–265.

Miller, D. I., J.E. Lauer, C. Tanenbaum, en L. Burr (2024). The development of children's gender stereotypes about STEM and verbal abilities: A preregistered meta-analytic review of 98 studies. Psychological Bulletin, jaargang 150, nummer 12, p. 1363–1396. 

Rhodes, M., S.-J. Leslie, K.M. Yee, en K. Saunders (2022). Subtle language cues reinforce gender stereotypes in early childhood. Child Development, jaargang 93, nummer 3, p. e223–e236.

The LEGO Group & Edelman DXI (2024). Perceptions of creativity in children: Global attitudes report.

Foto Vivian den Blanken

Vivian den Blanken

inhoudsdeskundige Opgroeien en opvoeden