De geharmoniseerde outcome-set voor jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering

Om een gesprek te kunnen voeren over of hulp het gewenste effect heeft, vragen gemeenten bepaalde indicatoren van jeugdhulpaanbieders. De geharmoniseerde outcome-set brengt meer eenheid in de gevraagde indicatoren. Op deze pagina lees je eerst over de outcome-set voor jeugdhulp. Daarna komt de outcome-set voor jeugdbescherming en jeugdreclassering aan bod.

Wat is outcome?  

Outcome gaat over de uitkomsten van hulp. Jeugdhulpaanbieders brengen per traject de uitkomsten in beeld. Ze doen dat op de manier die het best aansluit bij hun werk. Gemeenten willen graag weten wat de uitkomsten zijn van de hulp die ze in hun gemeente hebben ingekocht. In de Jeugdwet is vastgelegd dat gemeenten benoemen welke outcome-indicatoren ze willen ontvangen van hun aanbieders.  

Wat is de geharmoniseerde outcome-set voor jeugdhulp? 

Jeugdhulpaanbieders werken vaak voor verschillende gemeenten. Als deze gemeenten allerlei verschillende outcome-indicatoren vragen, kan dat voor aanbieders een enorme administratieve last worden. Daarom hebben VNG, de brancheorganisaties en de Landelijke Organisatie Cliëntraden een geharmoniseerde set outcome-indicatoren vastgesteld, met hulp van het Nederlands Jeugdinstituut.  

Welke indicatoren zitten in de geharmoniseerde outcome-set voor jeugdhulp?

De geharmoniseerde set is:

  1. Uitval of bereik
  2. Cliënttevredenheid (over het nut van de hulp)
  3. Doelrealisatie:
    3.1 De mate waarin cliënten zonder hulp verder kunnen
    3.2 De mate waarin er na beëindiging geen nieuwe start plaatsvindt (herhaald beroep)

    In geval van individuele, niet vrij toegankelijke jeugdhulp ook:
    3.3 De mate waarin problemen verminderd zijn en zelfredzaamheid of participatie is toegenomen
    3.4 De mate waarin overeengekomen doelen gerealiseerd zijn, gemeten met de GAS-systematiek op een schaal van -1 tot en met 2.

Meer informatie over de vraagstelling en de afspraken rond de afname van deze vragen, vind je in de publicatie Harmonisatie outcome in jeugdhulp, jeugdgezondheidszorg, jeugdbescherming en jeugdreclassering

Ben ik als jeugdhulpaanbieder verplicht outcome te meten?  

Ja. Sinds 2026 zijn alle jeugdhulpaanbieders verplicht om in de Beleidsinformatie Jeugd drie outcome-indicatoren mee te leveren over afgesloten trajecten:  

  • Indicator 1: de reden van beëindiging  
  • Indicator 2: of cliënten tevreden zijn met het nut van de hulp  
  • Indicator 3.1: in hoeverre de cliënten denken dat ze zonder hulp verder kunnen 

De indicatoren 3.3 (afname problematiek) en 3.4 (in hoeverre zijn de doelen bereikt) worden niet uitgevraagd in de Beleidsinformatie Jeugd. 

Lees meer over deze verplichting en hoe je deze informatie kunt aanleveren in: 

Informatieprotocol Beleidsinformatie Jeugd vanaf 2026Informatie over het aanleveren van de geharmoniseerde outcome-indicatoren aan het CBS

Indicator 3.2 (herhaald beroep) wordt door het CBS berekend op basis van de totale beleidsinformatie van alle jeugdhulpaanbieders. Na het aanleveren van de gegevens levert het CBS je een spiegelrapportage terug. Daarin zijn de gegevens verzameld voor al je cliënten, uitgesplitst per gemeente en jeugdzorgregio. Je kunt een gemeente dan vertellen hoeveel kinderen uit hun gemeente tevreden of erg tevreden waren met jullie hulp. Als je die gegevens aan een gemeente of regio laat zien, is het belangrijk om samen in gesprek te gaan. Je kunt dan vertellen hoe jullie binnen de organisatie leren van deze en andere gegevens.   

Hoe je dat gesprek voert, lees je in Samen in gesprek over cijfers.  

Voor gemeenten die hun contractgesprek meer over uitkomsten en kwaliteit willen laten gaan, is er Van contractgesprek naar kwaliteitsgesprek.

In 2015 ontstond de beleidsinformatie Jeugd. Vanaf dat moment leverden alle jeugdhulpaanbieders informatie aan over uitval (indicator 1), omdat ze de reden van beëindiging van een traject invulden. Ook herhaald beroep (indicator 3.2) kon direct worden berekend door het CBS.  

Vanaf 2018 werden ook de vraag naar cliënttevredenheid en "kunt u zonder hulp verder" verplicht. Dit gold niet voor solistisch werkende aanbieders en aanbieders die met hun gemeente andere afspraken hadden gemaakt, bijvoorbeeld om de indicatoren direct aan de gemeente te leveren.

In de geharmoniseerde outcome-set is het bij indicator 3.3 mogelijk de afname van problematiek en de toename van zelfredzaamheid op te nemen. Dit wordt gemeten aan de hand van een Reliable Change Index (RCI). Deze brengt in beeld wat het effect van de hulp was.  

Er zijn veel instrumenten die je kunt gebruiken om problematiek te meten, zoals de databank Instrumenten. Bij deze instrumenten is het niet altijd mogelijk om een Reliable Change Index (RCI) te berekenen. Omdat het belangrijker is om een inhoudelijk betekenisvolle vragenlijst te gebruiken dan om volgens de regels een RCI te kunnen berekenen, is deze indicator niet verplicht gesteld. Daardoor kunnen aanbieders de vragenlijsten blijven afnemen die inhoudelijk relevant zijn en wordt zo de ontwikkeling van deze vragenlijst verder gestimuleerd. Zo wordt het voor steeds meer vragenlijsten mogelijk om een RCI te berekenen.  

Voor indicator 3.4 (zijn de doelen bereikt?) geldt iets vergelijkbaars. De GAS-systematiek die nodig is voor deze indicator wordt (nog) niet door alle jeugdhulpaanbieders gebruikt. Dat betekent dat zij het niet kunnen aanleveren, en daardoor kan het niet worden verplicht.  

Welke indicatoren zitten in de geharmoniseerde outcome-set voor jeugdbescherming en jeugdreclassering? 

Ook voor jeugdbescherming en jeugdreclassering is een geharmoniseerd outcome-set geformuleerd. De opgenomen indicatoren zijn: 

  • Verloop van het traject 
  • Cliëntervaring 
  • Doelrealisatie: 
    • Herhaald beroep 
    • Afname ontwikkelingsbedreiging (jeugdbescherming) 
    • Acceptatie van noodzakelijke hulp (jeugdbescherming) 
    • Afname dynamische criminogene factoren (jeugdreclassering) 

Een deel van deze outcome-indicatoren is verder uitgewerkt, zodat ze makkelijk toe te passen zijn. Lees bij het CBS meer over herhaald beroep en het verloop van jeugdbescherming en -reclassering

Duiding van outcome voor jeugdbescherming  

Gecertificeerde instellingen, die jeugdbescherming verzorgen, bieden zelf geen hulp. Ze zijn daarvoor afhankelijk van de beschikbaarheid en kwaliteit van hulpverleningsinstanties. Zijzelf zijn meer procesgericht. Daarom hebben procesindicatoren een grote rol in het duidingsgesprek over de outcome-indicatoren. Want deze laten zien waar verbeteringen mogelijk zijn.  

Relevante procesindicatoren zijn bijvoorbeeld: 

  • De samenwerkingsrelatie tussen jongere en professional. 
  • De samenwerking tussen partners in de zorg en begeleiding die gezinnen ontvangen.  
  • Externe belemmerende factoren die ervoor zorgen dat jongeren niet krijgen wat ze nodig hebben. Voorbeelden kunnen zijn: de beschikbaarheid van passende zorg, belemmerende wetgeving en krapte in de arbeidsmarkt. 
  • Kenmerken van de doelgroep: factoren zoals de complexiteit van de problemen van jongeren en hun realistische toekomstperspectief, bepalen mede welke resultaten haalbaar zijn. 

Meer informatie vind je in het eindrapport Zicht op outcome in de jeugdbescherming en de jeugdreclassering. Ook lees je hier welke vervolgstappen nodig zijn om deze indicatoren meer uniform te gaan meten. En je vind er het verantwoordingsdocument over hoe de indicatoren tot stand zijn gekomen. 

In het kort 

De geharmoniseerde outcome-set brengt meer eenheid in de outcome-indicatoren die gemeenten vragen van jeugdhulpaanbieders. Sinds 2026 leveren alle jeugdhulpaanbieders in de Beleidsinformatie Jeugd drie indicatoren mee over afgesloten trajecten. Ook voor jeugdbescherming en jeugdreclassering is een geharmoniseerde outcome-set geformuleerd, met procesindicatoren om de outcome goed te duiden. 

In de publicatie Outcome-indicatoren in de jeugdhulp. Inventarisatie van het gebruik door jeugdhulpaanbieders en gemeenten lees je hoe het ruim een jaar na de invoering van de basisset outcome-indicatoren gesteld was met de implementatie en benutting van de indicatoren.

Afke Donker

Dr. Afke Donker

senior inhoudsdeskundige Kwaliteit, beleid en monitoring
a.donker [at] nji.nl