Hoe kom ik tot mensgericht armoedebeleid?

Een effectieve aanpak van armoede begint met een mensgerichte benadering: je maakt beleid vanuit de leefwereld van gezinnen, door centraal te stellen hoe zij de situatie ervaren en wat zij nodig hebben. Vooroordelen over mensen in armoede staan mensgericht beleid in de weg. Als beleidsmaker is het daarom belangrijk om je bewust te worden van je vooroordelen. En de echte situatie van mensen in armoede te leren kennen. 

Wees je bewust van vooroordelen over mensen in armoede

Armoedebeleid slaagt er niet altijd in om mensen in armoede te bereiken of ondersteunen. Dat komt onder andere door aannames of vooroordelen die je als beleidsmaker kunt hebben over mensen die in armoede leven. Aannames of vooroordelen over wat mensen willen en kunnen en hoe ze zich gedragen, noemen we mensbeelden. Deze ideeën kloppen vaak niet met de werkelijkheid, maar ze beïnvloeden wel je gedrag. Vaak gebeurt dat onbewust.

Een bestaand mensbeeld over mensen in armoede is dat zij door eigen schuld in hun situatie zijn geraakt en dat ze er onvoldoende aan doen om eruit te komen. Dit kan leiden tot beleid dat gericht is op zelfredzaamheid, terwijl dat hen niet helpt en geen recht doet aan hun situatie. Het is daarom belangrijk dat je je bewust bent van je eigen vooroordelen. Want hoe je over mensen denkt, kan terugkomen in keuzes in het beleid dat je ontwikkelt.

Lees meer over mensbeelden en waarom ze effectief armoedebeleid in de weg staanLees meer over vooroordelen

Reflecteer op je mensbeelden

Als je je meer bewust bent van je mensbeelden, is de volgende stap om hier regelmatig op te reflecteren. Door je mensbeelden expliciet te maken, hebben ze minder invloed op de manier waarop je beleid maakt. Het Sociaal en Cultuur Planbureau formuleerde enkele vragen die je jezelf kunt stellen om bewuster te worden van je eigen positie en ideeën:

  • Hoe beïnvloeden mijn denkbeelden, normen en waarden mijn aannames en ideeën over het beleid of beleidsprobleem?
  • Hoe beïnvloeden mijn denkbeelden, normen en waarden mijn aannames en ideeën over de mensen voor wie het beleid bedoeld is?
  • Hoe verhouden mijn denkbeelden, normen en waarden zich tot die van anderen, zoals mijn collega's?
  • In hoeverre zijn mijn denkbeelden, normen en waarden veranderd door de tijd of situatie? En in welke opzichten ben ik veranderd?

Leer de situatie van mensen in armoede kennen

Leven in armoede is geen vrijwillige keuze. Het veroorzaakt bij veel mensen chronische stress en veel emoties. Daardoor worden soms keuzes gemaakt die niet logisch lijken. Door in contact te komen met mensen in armoede kun je voorkomen dat je beleid maakt op basis van vooroordelen. Je begrijpt hun keuzes en situatie beter. Zo kun je een realistisch beeld vormen van hun leefwereld.

Probeer bijvoorbeeld te achterhalen wat het betekent om rond te komen met een inkomen onder of net boven de armoedegrens. Je beseft dan hoe weinig geld dit is. Het is belangrijk om de veerkracht van mensen in armoede te erkennen en daar respect voor te hebben. Met deze inzichten begrijp je beter waar mensen in armoede dagelijks mee te maken hebben, wat hun uitdagingen zijn en wat wel mogelijk is. Hierop kun je effectief, mensgericht beleid baseren.

Gebruik kennis van ervaringsdeskundigen

Gebruik bij je armoedebeleid de kennis van mensen die zelf in armoede hebben geleefd. Zij weten hoe dit is. Luister daarom naar hun verhalen, waar ze tegenaan lopen en hoe ze omgaan met hun situatie. Bijvoorbeeld met regels en formulieren, de hulp die ze wel of juist niet krijgen en het maken van keuzes onder druk. Je kunt dan beleid ontwikkelen dat aansluit bij hun dagelijkse werkelijkheid en hen ook echt helpt.

Als beleidsmaker aan de slag met ervaringskennis

Leestip

In zijn boek 'Armoede uitgelegd aan mensen met geld' vertelt Tim 'S Jongers over het belang van structureel bescheiden zijn en luisteren naar anderen. Als beleidsmaker moet je niet van bovenaf regels opleggen aan anderen. Het is juist belangrijk dat je van onderaf probeert te begrijpen wat de situatie van mensen in armoede is. Zij weten zelf het beste hoe ze door jou geholpen kunnen worden.

Zet ervaringsdeskundigen in

Je kunt ook ervaringsdeskundigen inzetten als buddy van mensen in armoede. Omdat zij de situatie goed kennen, is de afstand kleiner. Ervaringsdeskundigen weten beter wat mensen in armoede nodig hebben. Zij voelen zich dan ook sneller begrepen als iemand met ze praat die hun situatie snapt. Als je je laat adviseren door ervaringsdeskundigen, kun je je beleid aanpassen op de realistische situatie van mensen in armoede.

Je kunt ook ervaringsdeskundigen binnen de gemeente aannemen als collega. Dit helpt om je beleid inclusiever te maken en zorgt ervoor dat je minder vanuit verkeerde mensbeelden denkt. In de NJi-podcast De beleidsmakers Jeugd legt een beleidsadviseur van de gemeente Eemsdelta uit hoe zij ervaringsdeskundigen als buddy inzetten.

Werk op basis van vertrouwen

Ga ervan uit dat mensen in armoede hulp nodig hebben, luister naar hun behoeften en bied passende hulp aan. Wacht niet tot mensen zelf hulp aanvragen. En laat hen ook niet bewijzen dat ze recht hebben op bepaalde regelingen en hulp. Werk op basis van vertrouwen. Zet bijvoorbeeld regelingen proactief in als je weet dat mensen er recht op hebben, ook als ze zelf nog geen aanvraag hebben gedaan. Door schaamte, stress, onzekerheid en ingewikkelde regels durven mensen namelijk vaak geen hulp te vragen, vooral als het beleid gebaseerd is op wantrouwen. Een voorbeeld is de aanpak 'Gewoon geld geven' waarin gemeenten een bedrag geven aan mensen in de bijstand. Hoe dit uitpakt wordt nu onderzocht door de Hogeschool van Amsterdam.

Vertrouwen betekent ook dat mensen in armoede zelf kunnen beslissen hoe ze de ondersteuning gebruiken. Zo voorkom je kleinerende situaties waarin anderen bepalen wat zij moeten doen.

Hannes van de Ven

Hannes van de Ven

inhoudsdeskundige Kwaliteit, beleid en monitoring
h.vandeven [at] nji.nl