Waarom mensbeelden effectief armoedebeleid in de weg staan

Armoedebeleid slaagt er niet altijd in om mensen in armoede te bereiken of ondersteunen. Dat komt onder andere door mensbeelden: aannames of vooroordelen die beleidsmakers meestal onbewust kunnen hebben over mensen die in armoede leven. Bijvoorbeeld aannames dat mensen door hun eigen schuld arm zijn geworden en dat ze niet genoeg doen om eruit te komen. Deze beelden kloppen vaak niet en staan effectief beleid in de weg. Hoe komt dit en hoe kun je het als beleidsmaker anders doen?

Welke mensbeelden bestaan er over mensen in armoede?

Mensbeelden zijn aannames of vooroordelen over wat mensen willen en kunnen, en hoe ze zich gedragen. Zo wordt vaak gedacht dat mensen in armoede ongemotiveerd en ongezond zijn. En dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor hun situatie. Bijvoorbeeld doordat ze door eigen verkeerde keuzes in de armoede zijn terechtgekomen. En dat ze niet uit de armoede komen omdat ze niet willen werken, of zelfs profiteren van sociale voorzieningen en fraude plegen. Media en politiek kunnen bijdragen aan deze vooroordelen door mensen in armoede neer te zetten als slachtoffers of probleemgevallen.

Het dominante beeld van mensen in armoede wordt sterk beïnvloed door de meritocratie: het heersende idee in de samenleving dat succes het resultaat is van hard werken en falen je eigen schuld is. Dit lijkt eerlijk, omdat dit idee ervan uitgaat dat iedereen hetzelfde kan bereiken. Maar dat is niet zo. Want niet iedereen krijgt dezelfde kansen. De bestaande ongelijkheden worden juist groter als de samenleving blijft denken en handelen vanuit het idee van de meritocratie.

Mensbeelden over armoede zijn onjuist 

De mensbeelden over mensen in armoede zijn schadelijk en onterecht. Niemand kiest zelf voor een leven in armoede. Veel mensen in armoede hebben gewoon werk. Armoede kan door veel factoren ontstaan. Het komt vaak niet door iemands eigen fouten, maar door pech, ongelijke kansen en ingrijpende gebeurtenissen in iemands leven, zoals een scheiding of een faillissement. Maar deze mensbeelden heersen wel sterk in de samenleving. Ze hebben zelfs invloed op hoe mensen in armoede zichzelf zien. Zij voelen vaak schuld en schaamte, terwijl hun situatie vaak buiten hun controle ligt.

Gevolgen van stereotiepe mensbeelden op armoedebeleid

Veel beleidsmakers hebben zelf nooit armoede ervaren. Je kunt dan moeilijk begrijpen wat het betekent om in armoede te leven en overleven. Hierdoor kijk je van een afstand naar het probleem en bestaat het risico dat je sneller stereotiepe mensbeelden volgt. Dat is riskant: stereotypen zijn versimpelde versies van de werkelijkheid. En niemand voldoet precies aan een stereotype. Maar stereotypen van anderen hebben onbewust invloed op je gedrag. Dat kan voor een beleidsmaker betekenen dat je beleid niet goed aansluit bij de realiteit.

Beleid dat voortkomt uit het beeld van eigen verantwoordelijkheid

Als je er als beleidsmaker van uitgaat dat mensen zelf verantwoordelijk zijn voor hun situatie of profiteren van voorzieningen, is je beleid vaak vooral gericht op controle en bewijsvoering. Om hulp te krijgen, moeten mensen steeds aantonen dat ze in armoede leven. Dit is voor hen vernederend en zwaar. Ook zorgt het voor schaamte en stigmatisering. Hierdoor maken mensen vaak geen gebruik van de regelingen.

Beleid dat voorkomt uit het beeld van de zelfredzame burger

Het idee dat burgers zelfredzaam zijn, zorgt ervoor dat je als beleidsmaker minder geneigd bent om actief hulp te bieden. Je verwacht dan misschien dat mensen in armoede zelf initiatief nemen. Hierdoor krijgen ze niet de hulp die ze nodig hebben.

Effectief armoedebeleid vraagt om ander mensbeeld

Een effectief armoedebeleid begint met vertrouwen in mensen die in armoede leven. Het is belangrijk dat je begrijpt dat armoede geen vrijwillige keuze is. Cijfers laten zien dat steeds meer mensen in armoede werken. Een baan is dus niet altijd de oplossing voor armoede, want die hebben mensen vaak al. Daarom is het belangrijk dat je actief hulp aanbiedt, zoals regelingen, en niet wacht tot mensen zelf om hulp vragen.

Het is daarbij belangrijk dat je de werkelijke situatie van mensen in armoede begrijpt, en ook de emotionele gevolgen en stress die armoede veroorzaken. Mensen in armoede lopen vaak tegen complexe systemen en wet- en regelgeving aan. Ook hebben ze vaak een beperkt sociaal netwerk en weinig tijd of rust om hun situatie te verbeteren. Ze ervaren vaak stress, zijn onzeker en hebben weinig ruimte om goed doordachte keuzes te maken. Heb dan ook oprecht contact met mensen in armoede, zodat je beter weet wat in hun leven speelt en waar ze behoefte aan hebben. Zo kun je vooroordelen en stereotypen over mensen in armoede doorbreken.

Hannes van de Ven

Hannes van de Ven

inhoudsdeskundige Kwaliteit, beleid en monitoring
h.vandeven [at] nji.nl