Triple P: Positief Pedagogisch Programma niveau 4 en 5

Niveau 4 van het Positief Pedagogisch Programma – Triple P – is een oudertraining gericht op het voorkomen of verminderen van ernstige gedrags-, emotionele en ontwikkelingsproblemen bij kinderen. Het aanvullende niveau 5 is gericht op bijkomende risicofactoren in het gezin.

Erkend als: 
Effectief volgens eerste aanwijzingen
Op: 
Door: 
Deelcommissie Jeugdzorg en psychosociale/pedagogische preventie
Erkend als integraal vve-programma.: 
Momenteel in herbeoordeling: 
Gericht op: 
Emotionele problemen, Gedragsproblemen, Opvoeding
Leeftijd: 
2-16 jaar
Doel: 
Preventie van problemen, Verminderen problemen
Methode: 
Gezinsgerichte aanpak
Locatie: 
In de wijk, Op meerdere locaties
Uitvoering: 
Voorziening voor lichte hulp en ondersteuning

Doelgroep

Kinderen tot 16 jaar met milde tot ernstige emotionele en gedragsproblemen. De intermediaire doelgroep zijn ouders van deze kinderen die het gedrag van hun kind moeilijk hanteerbaar vinden.

Aanpak

Triple P niveau 4 omvat zeventien opvoedstrategieën waarmee ouders kunnen werken aan een goede band met hun kind, wenselijk gedrag kunnen stimuleren, nieuwe vaardigheden en gedrag kunnen aanleren, en leren omgaan met ongewenst gedrag. Elke sessie bestaat uit een combinatie van informatieoverdracht, opdrachten uit het werkboek, modeling en video-instructie, en het toepassen van opvoedstrategieën in een rollenspel.

Het aanvullende niveau 5 is gericht op het opheffen van belemmerende factoren in het gezin, zoals persoonlijke problemen of relatieproblemen, zodat ouders de geleerde strategieën effectief kunnen toepassen.

Tijdsinvestering

Het programma kan onder meer bestaan uit een individueel begeleidingstraject en een oudercursus. De interventie bestaat uit acht tot tien sessies, bij voorkeur in een wekelijkse frequentie. Het doorlopen van niveau 4 duurt ongeveer 2,5 maand.

Toelichting oordeel Erkenningscommissie

De commissie vindt Triple P niveau 4 en 5 een mooi programma met goede kwaliteitsondersteuning, opleiding en intervisiemogelijkheden. De erkenningscommissie ziet “eerste aanwijzingen voor effectiviteit” voor de individuele- en de groepsvariant. Voor de online en zelfhulp-variant vindt de commissie onvoldoende onderbouwd dat deze passend zijn bij de ernst van de problematiek van de beschreven doelgroep, waardoor deze op dit moment niet worden erkend.

Meer weten?

Meer weten over deze interventie? Neem contact op met: