NCKO-Kwaliteitsmonitor

De NCKO-Kwaliteitsmonitor is een instrument waarmee kinderopvangorganisaties de pedagogische kwaliteit van hun opvang kunnen meten.

Onderwerp: 
Kinderopvang
Doel: 
Evaluatie
Leeftijd: 
0-4 jaar

Doel

De NCKO-Kwaliteitsmonitor meet de pedagogische kwaliteit van de Nederlandse kinderopvang voor 0- tot 4-jarigen met het doel de kwaliteit te optimaliseren.

Doelgroep

De pedagogische kwaliteit wordt voor een groot deel bepaald door de vaardigheden van de pedagogisch medewerker in de omgang met kinderen. Daarom zijn de pedagogisch medewerkers de belangrijkste doelgroep van de NCKO-Kwaliteitsmonitor.

Materialen

De materialen van de NCKO-Kwaliteitsmonitor bestaan uit een schriftelijke handleiding, een dvd met videofragmenten ter illustratie van het onderdeel 'Interactievaardigheden', scoreformulieren voor de  onderdelen 'Interactievaardigheden' en 'Kwaliteit van de leefomgeving' en een cd-rom met de Stabiliteitsmeter.   

Gebruik

Het gebruik van de NCKO-Kwaliteitsmonitor is vooral voorbehouden aan leidinggevenden en kwaliteitsmedewerkers.

Het gebruik van het eerste onderdeel, de interactievaardigheden van de pedagogisch medewerkers, verloopt volgens vijf stappen:

  1. Bestuderen van de handleiding die bij iedere interactievaardigheid voorbeelden (in woord en beeld) bevat van een hoge, middelmatige of lage score.
  2. Informeren van betrokkenen en het maken van afspraken over het tijdstip van filmen en over de kinderen en situaties die gefilmd worden.
  3. (Laten) maken van tien minuten durende video-opnamen op de groep tijdens veel voorkomende dagelijkse situaties. Belangrijk bij het filmen is dat de interactie tussen de pedagogisch medewerker en de kinderen goed in beeld is. 
  4. Voorbereiden van de bespreking van de opnamen. De leidinggevende scoort de kwaliteit van de gefilmde interactievaardigheden, destilleert hieruit leerpunten en het selecteert opnamen die de leerpunten ondersteunen.
  5. Bespreken van de opnamen waarbij leidinggevende en pedagogisch medewerker eerst de beelden bekijken waarna de pedagogisch medewerker in de gelegenheid  wordt gesteld om commentaar te geven.  

Om het tweede onderdeel, de pedagogische kwaliteit van de leefomgeving, te beoordelen vult de gebruiker op een observatielijst in welke onderwerpen wel en niet worden waargenomen. Het observeren van alle onderwerpen neemt ongeveer drie uur in beslag.
 
Voor het beoordelen van het derde onderdeel, de structurele kwaliteit, houdt een administratief of pedagogisch medewerker gedurende een week gegevens bij over de bezetting met behulp van het computerprogramma 'Stabiliteitsmeter'. Dit programma berekent automatisch de gewenste structurele kwaliteitsmaten.

Gebruik in Routine Outcome Monitoring (ROM)

Dit instrument wordt (nog) niet gebruikt om een Reliable Change Index (RCI) te berekenen. Een Reliable Change Index brengt voor een specifieke cliënt in kaart wat het effect is van de hulpverlening.

Routine Outcome Monitoring (ROM)

Dit instrument wordt (nog) niet gebruikt om een Reliable Change Index (RCI) te berekenen. Een Reliable Change Index brengt voor een specifieke cliënt in kaart wat het effect is van de hulpverlening.

Niet beoordeeld door COTAN

Dit instrument is niet beoordeeld door de Commissie Testaangelegenheden Nederland (COTAN) van het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP). Deze commissie beoordeelt de kwaliteit van psychodiagnostische instrumenten in Nederland.

Let op: Dat een instrument niet is beoordeeld, zegt nog niets over de kwaliteit.

Bestellen en meer informatie

Uitgeverij SWP

020 - 330 72 00
klantenservice@mailswp.nl

Website van het Nederlands Consortium Kinderopvang Onderzoek