Kindermishandeling

Kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld

Iedere vorm van geweld binnen een (afhankelijkheids)relatie valt onder huiselijk geweld. Denk hierbij aan lichamelijke mishandeling, psychische mishandeling, of seksueel geweld binnen de huiselijke kring. Een veel voorkomende vorm van huiselijk geweld is (ex-) partnergeweld. Partnergeweld is iedere vorm van herhaaldelijk geweld (fysiek, seksueel, psychisch of economisch) tussen volwassen partners die samen een huishouden vormen of tussen ex-partners. Zowel mannen als vrouwen kunnen slachtoffer zijn van partnergeweld.

Kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld, zoals (ex) partnergeweld, kunnen op allerlei manieren merken hiermee geconfronteerd worden. Zij zien of horen bijvoorbeeld geweld en conflicten tussen hun ouders of worden geconfronteerd met de gevolgen ervan, bijvoorbeeld verwondingen van één van beide ouders of het moeten vluchten naar een veilige plek.

Partnergeweld en kindermishandeling gaan vaak samen. Het kind is dan niet alleen getuige van geweld in het gezin, maar ook slachtoffer. Naar schatting is tussen de dertig en zestig procent van de kinderen niet alleen getuige van het geweld, maar ook zelf slachtoffer van geweld.

Cijfers

Op basis van een steekproef van politieregistraties van incidenten van huiselijk geweld in 2006, wonen naar schatting 60.000 kinderen in een gezin waar sprake is van huiselijk geweld. Hiervan zijn 25.000 kinderen daadwerkelijk aanwezig bij incidenten van huiselijk geweld. Dit gaat uit van een brede definitie van huiselijk geweld: het gaat niet alleen om geweld tussen de partners, maar breder om geweld in het gezin. Waarschijnlijk is het werkelijke aantal groter, omdat niet alle huiselijk geweld bij de politie bekend is.

Gevolgen voor kinderen

De gevolgen van getuige zijn van huiselijk geweld zijn voor kinderen vergelijkbaar met de gevolgen van zelf mishandeld worden. Opgroeien in een gezin waar sprake is van geweld tussen de ouders is een aantasting van de basisvoorwaarden van het bestaan. Veiligheid, zelfvertrouwen, contacten met leeftijdgenoten en vertrouwen in anderen komen in het gedrang. Kinderen die partnergeweld meemaken, groeien op in een onveilige situatie, zowel fysiek als psychisch. Ze kunnen bij geweldsincidenten zelf gewond raken, bijvoorbeeld doordat ze bij een ouder op schoot zitten, of tussenbeide proberen te komen.

Geweld tussen ouders roept bij kinderen vaak heftige emoties op. Ze ervaren het als verwarrend en pijnlijk als ouders zowel een bron van veiligheid als van angst zijn. Ze groeien bovendien op met fundamentele twijfels en verwarring over de betekenis van liefde, intimiteit en geweld. De meest voorkomende reacties van kinderen zijn verdriet, angst, boosheid en machteloosheid. Als huiselijk geweld vaker plaatsvindt, leven kinderen in voortdurende angst voor een volgende aanvaring tussen de ouders.

Ongeveer veertig procent van de kinderen die thuis met regelmaat geweld tussen de ouders meemaakt, krijgt daardoor posttraumatische klachten. Kinderen die getuige zijn van partnergeweld tussen ouders, groeien op met gewelddadig gedrag als norm. Dit heeft veel gevolgen voor de manier waarop ze zelf, als kind en later als volwassene, met conflicten omgaan. Dit kan invloed hebben op de latere partnerrelatie van het kind, maar ook het risico op crimineel en gewelddadig gedrag op latere leeftijd vergroten.

Gevolgen voor de opvoeding

Door huiselijk geweld kunnen er problemen in de opvoeding ontstaan. De gevolgen van het partnergeweld voor de kinderen worden voor ouders vaak pas echt duidelijk als het geweld is gestopt. Ouders kunnen na partnergeweld kampen met probleemgedrag van hun kinderen en hun disciplinering. Vaak heeft de ouderrol geleden onder het geweld in het gezin door gebrek aan aandacht en liefde voor de kinderen, door verwaarlozing, afreageren en te toegeeflijk zijn. Voor ouders kan het moeilijk zijn om daarmee om te gaan en het vertrouwen van de kinderen weer te herstellen.

Veel ouders vinden het moeilijk om met hun kinderen te praten over wat er is gebeurd. Vaak ontbreekt steun vanuit de omgeving. Geweld tussen ouders heeft gevolgen voor het ouderschap. Bij partnergeweld zijn er veel heftige en ontregelende emoties bij de ouders. Vaak zijn ouders niet meer in staat om de zorg en veiligheid te bieden die het kind nodig heeft, omdat hun eigen problemen hen teveel in beslag nemen. Ouders denken meestal dat kinderen weinig of niets merken van het geweld en onderschatten de impact die het geweld op hun kinderen heeft.

Ook kan het zijn dat één van beide ouders zijn/haar verhaal bij één van de kinderen doet, waardoor dat kind de steunpilaar van die ouder wordt. Dan wordt gesproken van parentificatie. Parentificatie is een verschijnsel waarbij kinderen als het ware de ouderrol op zich nemen in situaties waarin ouders dat niet kunnen of willen. Het kind zorgt voor zijn ouders in plaats van andersom. Dit schaadt de ontwikkeling van het kind.

Wat werkt

Hulp aan kinderen is weinig effectief als niet ingezet wordt op het stoppen van het (ex-) partnergeweld. Voor een veilige opvoedingsklimaat is het nodig dat (ex-) partners leren samen te werken in de opvoeding van hun kind(eren), ook al zijn zij geen partners meer. Vervolgens lijken gecombineerde  interventies voor ouders en kinderen het meest succesvol te zijn om internaliserende en externaliserende problemen bij kinderen te verminderen. Hierbij vindt tegelijkertijd een groep voor kinderen en een groep voor moeders plaats.

Kinderen die getuige zijn van geweld tussen hun ouders zijn vaak ook zelf slachtoffer van mishandeling door een of beide ouders. Bij deze kinderen kunnen interventies ingezet worden die geschikt zijn om kindermishandeling aan te pakken.

Meer informatie over de hulp aan kinderen bij scheiding vindt u in dossier Scheiding op deze site en op richtlijnenjeugdhulp.nl in de Richtlijn Scheiding en problemen van jeugdigen.

Bronnen

  • Anthonijsz, I., Spruijt, & Zwikker, N. (2017). Scheiding en problemen van jeugdigen. Utrecht: NIP/NVO/BPSW.
  • Auteur(s) onbekend (2018), ‘Werkt de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld?’ Utrecht: Verwey-Jonker instituut. 
  • Baartman H. en C. Hoefnagels (2009), 'Als je moeder mishandeld wordt. Het ongehoorde verhaal van de kinderen', in: Tijdschrift Kindermishandeling, jaargang 2, nummer 4, p. 42-44.
  • Berge, I. ten e.a. (2012) 'Stoppen en helpen. Een adequaat antwoord op kindermishandeling.' Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut.
  • Graham-Bermann, S.A. en J.L. Edleson (2001), 'Domestic Violence in the lives of children. The future of research, intervention, and social policy'. Washington, American Psychological Association Books.
  • Kamphuis, M. (2015), ‘Te vroeg volwassen: Over parentificatie.’ Amsterdam: Uitgeverij Boom.
  • Nieuwenhuis, A. (2008). 'Huiselijk geweld op het netvlies gebrand : een onderzoek naar kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld'. Amsterdam: Vrije Universiteit.
  • Pels, T., K. Lünnemann en M. Steketee (2011), 'Opvoeden na partnergeweld. Ondersteuning van moeders en jongeren van diverse afkomst'. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.
Vragen?

Klaas Kooijman is contactpersoon.

Foto Klaas  Kooijman

Hebt u een vermoeden van kindermishandeling of huiselijk geweld?
Bel voor advies over of het melden van vermoedens:
Veilig Thuis: 0800 - 2000 (gratis) - www.ikvermoedhuiselijkgeweld.nl

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies