• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Kindermishandeling

Cijfers

Kerncijfers

In 2010 zijn in Nederland ruim 118.000 kinderen en jongeren van 0 tot 18 jaar blootgesteld aan een vorm van kindermishandeling. Het gaat hierbij om ruim 3 procent van het totaal kinderen. De meerderheid van de gevallen betreffen emotionele en fysieke verwaarlozing, met respectievelijk 36 en 24 procent van de gevallen. Seksueel misbruik wordt met 4 procent het minst gemeld. Deze gegevens komen uit de Nationale prevalentie Studie Mishandeling 2010. Dit betreft een studie onder beroepskrachten en Advies- en Meldpunten Kindermishandeling (NPM, 2011). Een herhaling van de Nationale prevalentiestudie Kindermishandeling volgt binnenkort. Recentere gegevens voor de hele jeugdpopulatie ontbreken vooralsnog.

In 2016 hebben echter twee zelfrapportage onderzoeken plaatsgevonden onder scholieren van respectievelijk groep 7 en 8 van het basisonderwijs (Vink, e.a.; De Augeo Jongerentaskforce, 2016) en de eerste vier jaar van het voortgezet onderwijs (Schellingerhout & Ramakers, 2017).

Het onderzoek onder de basisschoolleerlingen was gericht op ingrijpende jeugdervaringen onder leerlingen van groep 7 en 8. Bijna 27 procent van leerlingen uit groep 7 en 8 zegt ooit met één of meerdere vormen van kindermishandeling te maken heeft gehad. Ook in dit onderzoek komt verwaarlozing het meeste voor (Vink, e.a., 2016; De Augeo Jongerentaskforce, 2016).

Het Scholierenonderzoek Kindermishandeling 2016 onder leerlingen in het voortgezet onderwijs betreft een deelonderzoek van de Nationale Prevalentiestudie Kindermishandeling. In 2016 zegt bijna 25 procent van de leerlingen ooit in het leven slachtoffer geweest te zijn van kindermishandeling. Ten opzichte van de vorige meting in 2010 is er hierbij sprake van een significante daling. In 2010 gaf bijna 35 procent van de leerlingen ooit met één of meerdere vormen van kindermishandeling te maken hebben gehad. In het afgelopen jaar zegt ruim 12 procent hiermee te maken hebben gehad. Hoewel er ten opzichte van 2010 ook hier sprake is van een daling (2010 18,7 procent) is deze niet significant (Schellingerhout & Ramakers, 2017).

 

Laatst bewerkt: 20 juni 2017


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Alink, L., IJzendoorn, R. van, Bakermans, M., ... [et al.] (2011). 'Kindermishandeling in Nederland Anno 2010 : de Tweede Nationale Prevalentiestudie Mishandeling van kinderen'. Leiden: Casimir.
  • De Augeo Jongerentaskforce (2016). Ik heb al veel meegemaakt. Ingrijpende jeugdervaringen (ACEs) bij leerlingen in groep 7/8 van het regulier basisonderwijs. Driebergen-Rijssenburg: Augeo.
  • Schellingerhout, R. & Ramakers, C. (2017). Scholieronderzoek Kindermishandeling 2016. Nijmegen: ITS & Radboud Universiteit.
  • Vink, R., van der Pal, S., Eekhout, I., Pannebakker, F. Mulder, T. (2016). Ik heb al veelgemaakt. Ingrijpende jeugdervaringen (ACE) bij leerlingen in groep 7/8 van het regulier basisonderwijs. Leiden: TNO.

Kindermishandeling onder scholieren

Basisonderwijs

Bijna 27 procent van de leerlingen van groep 7 en 8 van het regulier basisonderwijs heeft, naar eigen zeggen, ooit in het leven met één of meerdere vormen van kindermishandeling te maken gehad. In het onderzoek  gaat het om lichamelijke en emotionele verwaarlozing en mishandeling, seksueel misbruik en/of getuige zijn van geweld tussen ouders. Ruim 13 procent van de kinderen geeft aan één vorm van mishandeling te hebben meegemaakt, 8,5 procent twee vormen, 3,3 procent drie vormen, 1,1 procent vier vormen en 0,6 procent vijf vormen. verwaarlozing komt het meeste voor. Deze gegevens zijn afkomstig van zelfrapportage onderzoek naar ingrijpende jeugdervaringen van basisschool leerlingen (De Augeo Taskforce, 2016; Vink, e.a. 2016).

Voortgezet onderwijs

In 2016 zegt bijna 25 procent van de leerlingen in de eerste vier leerjaren van het voortgezet onderwijs  'ooit in het leven' slachtoffer geweest te zijn van kindermishandeling. Ruim 12 procent zegt in het onderzoeksjaar  met één of meerdere vormen van mishandeling te maken hebben gehad. Ten opzichte van 2010 is er sprake van een significante daling voor kindermishandeling die onder leerlingen ooit heeft plaatsgevonden. In 2010 zei bijna 35 procent ooit met kindermishandeling te maken hebben gehad.  Voor kindermishandeling die in het afgelopen jaar heeft plaatsgevonden is er wel sprake een daling maar deze is niet significant. In 2010 zei circa 18,7 procent van de leerlingen in het afgelopen jaar met één of meerdere vormen van kindermishandeling te maken hebben gehad.

Deze gegevens zijn afkomstig uit het Scholierenonderzoek Kindermishandeling 2016 (Schellingerhout & Ramakers, 2017). Eerder heeft dit onderzoek ook plaatsgevonden in 2006 en 2010. Het scholierenonderzoek maakt deel uit van de informantenstudie Nationale Prevalentie Studie Mishandeling (NPM), waarvan vooralsnog de laatste gegevens uit 2010 dateren. Een herhaling van de NPM volgt binnenkort. De uitkomsten van beide studies samen zullen leiden tot een schatting van de prevalentie van kindermishandeling in Nederland.

Laatst bewerkt: 20 juni 2017


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Alink, L., IJzendoorn, R. van, Bakermans, M., ... [et al.] (2011). 'Kindermishandeling in Nederland Anno 2010 : de Tweede Nationale Prevalentiestudie Mishandeling van kinderen en'. Leiden: Casimir.
  • De Augeo Jongerentaskforce (2016). Ik heb al veel meegemaakt. Ingrijpende jeugdervaringen (ACE) bij leerlingen in groep 7/8 van het regulier basisonderwijs. Driebergen-Rijsenburg: Augeo.
  • Schellingerhout, R. & Ramakers, C. (2017). Scholierenonderzoek Kindermishandeling 2016. Nijmegen: ITS & Radboud Universiteit. 
  • Vink, R., van der Pal, S., Eekhout, I., Pannebakker, F. & Mulder, T. (2016). Ik heb al veel meegemaakt. Ingrijpende jeugdervaringen (ACE) bij leerlingen in groep 7/8 van het regulier basisonderwijs. Leiden: TNO Gezond leven.

Registratiegegevens Advies- en Meldpunten Kindermishandeling (2013)

In 2013 is er 66.715 keer contact opgenomen met een Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) door mensen die in hun omgeving kindermishandeling vermoedden. Iets minder dan een derde van de meldingen in 2013 leidde tot een onderzoek door Jeugdzorg 
Het aantal eerste contacten steeg met 2,3 procent ten opzichte van 2012. De eerste contacten die tot een onderzoek leidden, namen eveneens toe met 1,7 procent.  

Iedereen die kindermishandeling vermoedt kan voor advies en ondersteuning contact opnemen met een Advies- en Meldpunt Kindermishandeling. Het AMK kan gebeld worden voor een éénmalig advies, voor een consult (met eventueel vervolg) of voor een melding van een vermoeden van kindermishandeling. De contacten worden door de AMK's geregistreerd. Per 1 Januari 2015 heet de AMK Veilig Thuis. Cijfers over 2014 en 2015 zijn nog niet beschikbaar.

Registratiegegevens Advies- en Meldpunten Kindermishandeling

2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013
Adviezen 27.929 33.643 36.790 42.849 43.925 46.739 45.887 46.922
Onderzoeken 13.815 16.932 16.156 16.587 17.076 19.254 19.453 19.793
Totaal 41.744 50.575 52.946 59.436 62.001 65.993 65.340 66.715

Laatst bewerkt: 13 oktober 2015


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Jeugdzorg Nederland (2014). Advies- en Meldpunten Kindermsihandeling (AMK). Overzicht 2013. Utrecht: Jeugdzorg Nederland.
Vragen?

Josine Holdorp is contactpersoon.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.