Niet altijd dichtbij, maar wel betrokken: de rol van ouders in het jongerenwerk

Ouders zijn in het jongerenwerk niet altijd direct betrokken. Jongeren komen vaak zelf naar het jongerencentrum en hebben daar een eigen plek, los van thuis. Toch kunnen ouders op verschillende momenten een belangrijke rol spelen. Bijvoorbeeld bij een eerste kennismaking, bij praktische afspraken of wanneer een jongere ondersteuning nodig heeft. Hoe vinden jongerenwerkers de balans tussen jongeren ruimte geven en ouders betrekken? Jongerenwerkers Christina Dogan en Marissa de Groot van Stichting de Welle vertellen hoe zij die verbinding vormgeven. 

Het is vooral belangrijk dat we van elkaar weten wat we voor een jongere kunnen betekenen.

Een eigen plek voor jongeren 

Jongeren kunnen vrijwillig gebruikmaken van het jongerenwerk van Stichting De Welle. Sommige jongeren komen via school, maatschappelijk werk of de gemeente in contact met jongerenwerk. Maar jongeren komen ook regelmatig uit zichzelf naar het jongerencentrum. 'Ze hebben bijvoorbeeld geen plek om met vrienden af te spreken: thuis kan dat niet altijd en op straat worden ze soms aangesproken vanwege overlast', vertelt Christina. 'Zo komen ze bij ons terecht, zonder dat ouders daar altijd van weten.' 

Dat jongeren zelf naar het jongerenwerk komen, past bij de levensfase waarin zij steeds zelfstandiger worden en meer hun eigen keuzes maken. Ouders blijven belangrijk in hun leven, maar zijn niet bij alles wat jongeren doen betrokken. Het jongerenwerk biedt jongeren een plek waar zij zichzelf kunnen zijn en zelf kunnen bepalen of en met wie zij contact hebben. 'We zijn met meerdere jongerenwerkers, dus er is vaak wel iemand bij wie een jongere zich prettig voelt. Als je geen behoefte hebt om met ons te praten, hoeft dat niet. We verwachten alleen dat je elkaar groet en respectvol met elkaar omgaat. De rest komt vanzelf.'

Ouders betrekken bij de eerste kennismaking 

Jongerencentra hebben volgens Marissa van oudsher niet altijd de beste reputatie. Dat beeld gaat soms jaren terug en speelt bij sommige ouders nog steeds mee. 'Sommige ouders zeggen: "Daar kwam ik vroeger ook en ik heb daar een goede tijd gehad, dus prima dat mijn kind daar naartoe gaat." Maar er is ook een groep die juist denkt: "Daar wilde ik vroeger absoluut niet zijn, dus mijn kind ga ik daar ook niet laten komen".' Ook nu zien sommige ouders het jongerencentrum als een plek waar vooral "probleemjongeren" komen, "foute dingen" gebeuren en ouders nauwelijks betrokken zijn. 

Daarom bieden de jongerenwerkers ouders de mogelijkheid om kennis te maken met het jongerencentrum en met hun manier van werken. Als een jongere dat prettig vindt, kan hij of zij samen met de ouders komen kijken. 'Dat kan bijvoorbeeld voordat een jongere voor het eerst naar de inloop komt of tijdens een kennismakingsgesprek voor Join Us', vertelt Christina. 'Zo weten ouders waar hun kind naartoe gaat en kan een jongere op een vertrouwde manier kennismaken.' 

Niet iedere jongere vindt het makkelijk om zelf contact te zoeken. Zeker voor jongeren die wat verlegen zijn of het spannend vinden om naar een nieuwe plek te gaan, kan het helpen als een ouder in het begin betrokken is. Zo kan een ouder helpen om de eerste stap te zetten. 

Die kennismaking met ouders vindt bewust buiten de openingstijden plaats. Het jongerencentrum is in de eerste plaats een plek voor jongeren, waar zij zich vrij moeten voelen. Christina: 'We willen voorkomen dat het een soort "kijkmoment" wordt voor volwassenen. Ook willen we niet dat ouders in de groep gaan observeren en bijvoorbeeld denken: "Oh, die en die is er ook, en die zit te vapen. Dat mag thuis niet". Dat soort situaties proberen we te vermijden.'  

Marissa merkt dat jongeren zich anders kunnen gaan gedragen als er ouders aanwezig zijn. 'Sommige jongeren gaan juist weg als er ouders zijn. Dan kunnen ze niet hun eigen ding doen, omdat ze zich bekeken voelen.' 

Christina vertelt over een verlegen jongen die op zoek was naar een plek om zijn vrije tijd door te brengen. 'In het begin waren zijn ouders daar heel betrokken bij. Ze zijn samen met hem het jongerencentrum komen bekijken. Op een gegeven moment deden zij een stap terug en kwam hij gewoon zelf wanneer hij daar zin in had. We zagen de ouders daarna eigenlijk niet meer. In die beginfase was hun betrokkenheid wel heel fijn. Ze konden hem als het ware aan ons overdragen. Voor hem gaf het vertrouwen: als mijn ouders dit oké vinden, dan durf ik hier ook te komen. Uiteindelijk vond hij hier helemaal zijn eigen weg.' 

Ouders in beeld wanneer dat nodig is 

In het jongerenwerk is direct contact met ouders niet altijd nodig. Toch zijn er situaties waarin jongerenwerkers ouders bewust betrekken. Dat gebeurt bijvoorbeeld als een jongere de regels ernstig overtreedt, als er praktische afspraken gemaakt moeten worden of wanneer de leeftijd van een jongere daarom vraagt. 

Christina noemt als voorbeeld een situatie waarin een jongere schade veroorzaakt in het jongerencentrum. 'Neem het voorbeeld van een kapotte ruit: daar komt een verzekering bij kijken. Dan ga je rustig in gesprek met de jongere. Je legt uit wat er is gebeurd en dat je in dit geval contact moet opnemen met de ouders om het netjes af te handelen.' 

Bij jongere kinderen is contact met ouders vaak vanzelfsprekender. Marissa ziet dat bijvoorbeeld tijdens de inloop. 'Er zijn ook meisjes van tien of elf jaar die soms wat langer willen blijven. Dan vraag ik: kun je je ouders even laten weten dat je later thuis bent? Vaak hebben ze al een telefoon, dus dan zeg ik: bel je vader of moeder even. Zo weten ouders waar hun kind is en kunnen ze toestemming geven om langer te blijven. Als een tienjarige normaal om een bepaalde tijd thuis moet zijn en ineens later komt, snap ik dat ouders zich zorgen maken. Je verwacht in die leeftijd ook nog meer sturing vanuit ouders.' Naarmate jongeren ouder worden en zelfstandiger keuzes maken, verandert de rol van ouders. Het contact met het jongerenwerk wordt dan minder vanzelfsprekend. 

Het contact kan ook andersom ontstaan: ouders kunnen zelf bij het jongerenwerk terecht. 'Als ouders vragen hebben of het even niet meer weten, kunnen wij meedenken. Misschien zijn wij niet altijd de juiste partij, maar we kunnen wel helpen of doorverwijzen.' 

Soms verandert de rol van ouders gedurende een traject. Dat merkte Christina tijdens een documentaireproject waarin jongeren centraal stonden. Een van de deelnemers was minderjarig en woonde bij de start van het project nog thuis. Haar ouders gaven toestemming voor haar deelname en werden uitgenodigd voor een informatiebijeenkomst. 

Later veranderde de thuissituatie ingrijpend. De jongere ging uit huis en wilde geen contact meer met haar ouders. Toen de première van de documentaire dichterbij kwam, gaf zij duidelijk aan dat ze haar ouders daar niet bij wilde hebben. De jongerenwerkers respecteerden die wens. 

De ouders vroegen later alsnog om iemand van de documentaire te spreken. Christina vond dat spannend, maar begreep ook hun kant: als ouder wil je weten wat je kind in een documentaire over zichzelf heeft verteld. Uiteindelijk maakten ze een afspraak en konden de ouders de documentaire vooraf bekijken. 'Gelukkig viel het gesprek erg mee. Ze waren dankbaar en vonden het prettig dat ze de film mochten zien.' 

De situatie liet Christina zien hoe belangrijk het is om zowel de stem van de jongere als de positie van ouders mee te nemen. 'We willen de stem en keuze van de jongere respecteren, maar bij minderjarigen kun je ouders niet helemaal buiten beeld houden. Je moet steeds zorgvuldig de belangen van jongeren én ouders tegen elkaar afwegen.' 

Jongeren ondersteunen in het contact met hun netwerk 

Ook zonder intensief contact spelen ouders volgens Christina een belangrijke rol. 'Je hebt misschien niet altijd heel veel één-op-één contact met ouders, maar ze spelen wel degelijk een rol in ons achterhoofd. Ouders staan dicht bij de jongere, wonen in hetzelfde huis en moeten vaak toestemming geven voor dingen.' 

Soms helpen jongerenwerkers een jongere om zelf het gesprek met een ouder aan te gaan. Christina geeft als voorbeeld een jongere die van havo naar het mbo wilde, terwijl haar ouders daar eerst niet voor openstonden. 'Dan kijk je samen: bij welke ouder kun je dit het beste eerst aankaarten? Wie staat er misschien iets meer voor open? En hoe voer je zo'n gesprek? Wat kun je zeggen?' 

Tegelijkertijd kijken jongerenwerkers ook naar de andere mensen om een jongere heen. 'We kijken altijd: wie in het netwerk van de jongere kan iets betekenen?' vertelt Christina. 'Als het bijvoorbeeld niet goed gaat op school, kunnen wij dat niet oplossen. We kunnen wel meedenken, maar je hebt anderen nodig om echt verder te komen.' 

Daarbij is het volgens Christina belangrijk dat jongeren zelf de stappen zetten. 'Het is belangrijk dat jongeren het zelf doen en ervaren. Dat ze zelf successen meemaken, maar ook leren omgaan met een "nee". Dan moeten ze opnieuw nadenken: hoe pak ik dit anders aan? Zo leren ze hun plan bijstellen. Ik denk dat dat ook de unieke positie is van jongerenwerkers.'  

Een brug naar passende ondersteuning 

Christina ziet een belangrijk verschil met bijvoorbeeld school of hulpverlening. 'Wij zijn geen docenten, geen trainers en geen psychologen. We zijn volwassenen die zich bewegen in de leefwereld van jongeren, hun taal spreken en door hen geaccepteerd worden.' Jongeren kiezen zelf of zij contact willen. Dat maakt het contact laagdrempelig en geeft jongeren ruimte om op hun eigen tempo vertrouwen op te bouwen. Marissa: 'Het is heel laagdrempelig, dus jongeren nemen dingen ook sneller van ons aan.' Dat kan helpen om samen met een jongere de stap naar andere ondersteuning te zetten. 

Een voorbeeld daarvan is een jongere die zich eerst niet herkende in de term "jonge mantelzorger". Christina: 'Dat wilde ze eerst niet horen. Maar het zaadje was wel geplant. Een paar weken later kwam ze terug met een flyer van een groep voor jonge mantelzorgers. Ze wilde daarheen, maar vond het spannend. Samen hebben we gekeken wat zij nodig had: wilde ze dat ik contact legde of wilde ze zelf bellen? Uiteindelijk heb ik voor haar het eerste contact gelegd. Dat vond ze fijn, omdat de eerste stap daardoor makkelijker was.' 

Na dat eerste contact pakte de jongere het zelf verder op. Ze gaat nog steeds naar de bijeenkomsten. 'Voor ons houdt het daar eigenlijk op. Mantelzorg is niet onze expertise, maar we hebben haar wel kunnen begeleiden naar de juiste plek. Nu doet ze het zelf en blijven wij op de achtergrond bereikbaar. We hoeven dan ook niet haar ouders te bellen. Zij kan dit zelf.'

De juiste balans in oudercontact 

Contact met ouders is volgens Christina geen voorwaarde om jongerenwerk te kunnen doen, maar het kan de ondersteuning van jongeren wel versterken. 'We kunnen ons werk in principe wel doen zonder ouders, maar het is wél belangrijk dat ouders weten dat jongerenwerkers er zijn.' 

Hoeveel contact er met ouders nodig is, verschilt volgens Marissa per situatie. 'Bij een vrijblijvende inloop hoeft er niet veel contact met ouders te zijn. Jongeren komen zelf, wanneer ze daar behoefte aan hebben. Bij meer gestructureerde trajecten of projecten is de rol van ouders vaak groter.' 

Ouders zijn daarmee niet altijd dichtbij, maar wel betrokken. 'Je hoeft niet voortdurend contact te hebben met ouders. Het is vooral belangrijk dat we van elkaar weten wat we voor een jongere kunnen betekenen en wanneer het goed is om elkaar te betrekken.' 

Lees ook