Jeugdparticipatie vormgeven

Jeugdparticipatie vraagt niet alleen inzet van kinderen en jongeren zelf. Sterker nog, het vraagt iets van de professionals die met hen werken. Jeugdparticipatie wordt pas duurzaam en betekenisvol wanneer:

  • de inbreng van kinderen en jongeren serieus wordt genomen en zichtbaar is wat er met hun inbreng wordt gedaan.
  • kinderen en jongeren goed worden geïnformeerd en onderlinge verwachtingen duidelijk zijn.
  • kinderen de middelen en mogelijkheden krijgen om te kunnen participeren. Denk aan meepraten buiten schooltijd, een vergoeding of tegemoetkoming en een participatievorm die past bij de leeftijd.
  • alle kinderen en jongeren de kans en mogelijkheid krijgen te participeren op een manier die bij hen past.
  • participatie onderdeel is van organisatie- en gemeentelijkbeleid en structureel plaatsvindt.

Formeel en informeel

In sommige voorzieningen waar kinderen komen en bij beleidsontwikkeling is jeugdparticipatie formeel geborgd. Denk aan de leerlingenraad op school en aan een jongerenraad bij een instelling voor jeugdhulp. Hier nemen vaak enkele jongeren aan deel. Maar participatie is voor élk kind en élke jongere belangrijk. Participatie hoeft dan ook niet altijd heel groots of formeel te zijn. Denk bijvoorbeeld aan een leerkracht die vraagt aan een leerling wat hij van zijn lessen vindt. Of aan een jeugdhulpprofessional die met een aantal jongeren in gesprek gaat over de inrichting van de groep. Participatie vraagt vooral een houding en mindset van volwassenen die uitdraagt dat de mening van kinderen en jongeren ertoe doet. 

Participatieladder

Meedoen kan op verschillende manieren: de een denkt liever eenmalig of incidenteel mee, de ander verbindt zich liever voor langere tijd aan een activiteit. In de ene situatie wordt er alleen naar iemands mening gevraagd, in de andere situatie werkt hij of zij mee aan een oplossing. Om te laten zien welke vormen van participatie er zijn heeft de socioloog Roger Hart (1992) de participatieladder ontwikkeld.

De term participatieladder geeft soms verwarring: een ladder suggereert een hiërarchie. Er bestaat niet één beste of ultieme vorm van participatie. Belangrijk is dat de vorm past bij het kind, de jongere en de situatie.

  • Informeren
    Volwassenen voeren het project of de activiteit uit. De jeugd wordt ad hoc betrokken door ze te informeren.

  • Raadplegen
    Volwassenen voeren het project of de activiteit uit. De jeugd wordt geraadpleegd, heeft inzicht in het proces en hun mening wordt serieus genomen.

  • Adviseren
    Volwassenen coördineren het project of de activiteit. De jeugd wordt bij onderdelen betrokken en om advies gevraagd.
     
  • Coproduceren
    De jeugd neemt het initiatief voor een project of activiteit en neemt besluiten over de uitvoering. Volwassenen hebben een begeleidende rol.
     
  • (Mee)beslissen
    De jeugd neemt het initiatief en voert het project uit. Volwassenen kunnen eventueel bij de besluitvorming betrokken worden

Schijnparticipatie

In de ladder staan ook vormen van schijnparticipatie. Schijnparticipatie betekent dat het lijkt alsof kinderen en jongeren mee mogen praten, maar als je goed kijkt blijkt dat niet zo te zijn. 

  • Afkopen
    Kinderen of jongeren lijken een stem te krijgen, maar zij hebben totaal geen invloed.
  • Decoratie
    Kinderen of jongeren worden ingezet om een actie van volwassenen mooier te maken.
  • Manipulatie
    Kinderen of jongeren worden ingezet bij activiteiten die door volwassenen geïnitieerd zijn, maar zij weten niet wat de doelen of activiteiten inhouden.

The Alexander Bridge of Participation

The Alexander Brigde of Participation is een andere benadering op het begrip participatie dan de participatieladder. De ontwikkelaars van The Alexander Bridge of Participation proberen participatie te duiden aan de hand van een metafoor: een brug met vier sterke pijlers. Anders dan bij de participatieladder zorgen de vier pijlers samen voor duurzame en betekenisvolle participatie.

De vier pijlers zijn:

  • Initiative: Participatie begint met initiatief van kinderen, jongeren en volwassenen.
  • Growth: Participatie zorgt voor groei van kinderen, jongeren, volwassenen en de samenleving als geheel.
  • Culture: Participatie vereist een participatiecultuur, tools with attitude en een formele inbedding.
  • Naturalness: Kinderen, jongeren en volwassenen participeren per definitie in een samenleving.

Op basis van deze vier pijlers komen kinderen, jongeren en volwassenen met elkaar in dialoog en werken zij duurzaam samen. Participatie begint met eigen initiatief. Met de juiste aandacht en ondersteuning daag je kinderen en jongeren uit en activeer je ze hun kracht of talent in te zetten.

Als deze twee pijlers zijn verweven in de grondhouding van professionals dan ligt er een stevige basis voor de derde pijler: een participatiecultuur binnen de organisatie. In deze cultuur is het vanzelfsprekend dat kinderen en jongeren onderdeel zijn van de samenwerking. Vormen van inspraak en medezeggenschap (initiative) volgen bij deze houding van nature (naturalness) en zijn betekenisvol (growth).

Lees ook

Nikki Udo

Nikki Udo, MSc

projectmedewerker