Cijfers over gezinnen

Aantal gezinnen in Nederland

Grafiek gezinnen in 2021
Type gezin Percentage
Tweeoudergezinnen 77%
Eenoudergezinnen 23%

In 2022 zijn er ruim 2,6 miljoen gezinnen met thuiswonende kinderen, waaronder ruim 1,8 miljoen met een jongste kind onder de 18 jaar. Het aantal gehuwde paren met thuiswonende kinderen bedraagt ruim 1,5 miljoen en is daarmee in de meerderheid. Het aantal niet-gehuwde paren met kinderen bedraagt 466.083. In 2021 zijn er 596.408 eenoudergezinnen (circa 23 procent van de gezinnen), waarbij het in de meeste gevallen gaat om een alleenstaande moeder met een of meer kinderen. Ten opzichte van 2021 is de verhouding eenoudergezin-tweeoudergezin percentueel hetzelfde gebleven. In beide jaren gaat het om 77 procent tweeoudergezinnen en 23 procent eenoudergezinnen.

De afgelopen tien jaar is het aantal gezinnen met kinderen toegenomen met bijna 60.000. Hierbij neemt het aantal ongehuwde paren met kinderen geleidelijk toe. Het aantal gehuwde paren met kinderen neemt daarentegen af. In 2012 waren er 361.168 ongehuwde paren met kinderen. In 2022 zijn het er 466.083. Ook het aantal eenoudergezinnen is gestegen. In 2012 waren er 510.894 eenoudergezinnen. In 2022 gaat het om 596.408 eenoudergezinnen met een of meer kinderen (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2022).

Kindertal per type gezin

Grafiek kindertal per type gezin
Type gezin Totaal 1 kind 2 kinderen 3 of meer kinderen
Ongehuwde paren 466.083 194.717 212.937 58.429
Gehuwde paren 1.553.715 565.298 690.522 297.895
Eenoudergezinnen 596.408 366.681 173.091 56.636

Nog steeds geldt voor de meeste gezinnen met kinderen dat de ouders gehuwd zijn. In 2022 gaat het om bijna 1,6 miljoen gehuwde paren met kinderen. Dat is circa 60 procent van alle huishoudens met thuiswonende kinderen. Bij zowel gehuwde stellen als ongehuwde stellen bestaan de meeste gezinnen uit ouders met twee kinderen. Onder de gehuwde stellen heeft ruim 44 procent twee thuiswonende kinderen; onder de ongehuwde paren gaat het om 46 procent. Bij eenoudergezinnen heeft 29 procent twee kinderen (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2022).

Het gemiddeld kindertal is de afgelopen twintig jaar bij vrouwen met en zonder migratieachtergrond gedaald. Een vrouw zonder migratieachtergrond krijgt in 2021 gemiddeld 1,66 kinderen. Vrouwen met een migratieachtergrond krijgen 1,56 kinderen. Hierbij krijgen vrouwen met niet-westerse migratieachtergrond met 1,72 kinderen de meeste kinderen. Onder vrouwen met een westerse migratieachtergrond gaat het om 1,34 kinderen. Onder vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond ligt het kindertal onder vrouwen met een Marokkaanse achtergrond met 2,22 kinderen het hoogst en onder vrouwen met een Surinaamse achtergrond met 1,53 kinderen het laagst (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2022).

Complexe gezinnen

In 2017 groeit ruim een half miljoen minderjarige kinderen op in een complex gezinsverband. Dat is 16 procent van de ruim 3,4 miljoen minderjarige kinderen. Twintig jaar eerder ging het om 10 procent van alle minderjarige kinderen.

Daarnaast woonde in 2017 van 21 procent van alle minderjarige kinderen de ouders niet meer bij elkaar. De ouders van deze kinderen waren gescheiden, hadden nooit samengewoond of één van de ouders was overleden.

Van de minderjarige kinderen in complexe gezinsverbanden had circa de helft één of twee stiefouders. 66 procent had wel halfbroers of -zussen en geen stiefbroers of -zussen. 15 procent had wel stiefbroers of -zussen maar geen halfbroers of -zussen.

Van een complex gezinsverband wordt gesproken als kinderen opgroeien met één of twee stiefouders, stiefbroers- of zussen of halfbroers- of zussen (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2020).

Definitie

Een gezin bestaat uit een ouder(paar) met één of meer kinderen. Het kan gaan om een gehuwd of ongehuwd ouderpaar, of een alleenstaande ouder. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) omschrijft gezinnen als huishoudens waar volwassenen met kinderen samenwonen, waarmee ze een ouder-kind relatie hebben. Adoptie- en stiefkinderen worden daarbij wel meegeteld, pleegkinderen niet. Het gaat om gezinnen die samen in een huis wonen en als zodanig staan ingeschreven bij de gemeente. Weekendgezinnen van ouders met een omgangsregeling worden hierbij dus niet meegeteld. Overigens kan een gezin ook bestaan uit ouders en hun volwassen kinderen. Maar als het over opgroeien en opvoeden gaat, gaat het om gezinnen met minderjarige kinderen of thuiswonende kinderen tot 25 jaar.

Meer informatie

Ouderschap en opvoeding

Deniz Ince

Drs. Deniz Ince

medewerker inhoud