Cijfers over gezinnen

Aantal gezinnen in Nederland

Grafiek gezinnen in 2020

In 2020 zijn er ruim 2,6 miljoen gezinnen met thuiswonende kinderen, waaronder bijna 1,9 miljoen met een jongste kind onder de 18 jaar. Het aantal gehuwde paren met thuiswonende kinderen bedraagt ruim 1,5 miljoen en is daarmee in de meerderheid. Het aantal niet-gehuwde paren met kinderen bedraagt 447.284. In 2020 zijn er 589.975 eenoudergezinnen (circa 23 procent van de gezinnen), waarbij het in de meeste gevallen gaat om een alleenstaande moeder met een of meer kinderen. Ten opzichte van 2019 is er sprake van een lichte stijging in het aantal eenoudergezinnen. Toen ging het bij ruim 22 procent van de gezinnen om een eenoudergezin.

De afgelopen tien jaar is het aantal gezinnen met kinderen toegenomen met ruim 70.000. Hierbij neemt het aantal ongehuwde paren met kinderen geleidelijk toe. Het aantal gehuwde paren met kinderen neemt daarentegen af. In 2009 waren er 314.566 ongehuwde paren met kinderen. In 2020 zijn het er 447.284. Ook het aantal eenoudergezinnen stijgt gestaag. In 2009 waren er 474.909 eenoudergezinnen. In 2020 gaat het om 589.975 gezinnen met een of meer kinderen (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2021).

Complexe gezinnen

In 2017 groeit ruim een half miljoen minderjarige kinderen op in een complex gezinsverband. Dat is 16 procent van de ruim 3,4 miljoen minderjarige kinderen. Twintig jaar eerder ging het om 10 procent van alle minderjarige kinderen.

Daarnaast woonde in 2017 van 21 procent van alle minderjarige kinderen de ouders niet meer bij elkaar. De ouders van deze kinderen waren gescheiden, hadden nooit samengewoond of één van de ouders was overleden.

Van de minderjarige kinderen in complexe gezinsverbanden had circa de helft één of twee stiefouders. 66 procent had wel halfbroers of -zussen en geen stiefbroers of -zussen. 15 procent had wel stiefbroers of -zussen maar geen halfbroers of -zussen.

Van een complex gezinsverband wordt gesproken als kinderen opgroeien met één of twee stiefouders, stiefbroers- of zussen of halfbroers- of zussen (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2020).

Kindertal per type gezin

Grafiek kindertal per type gezin in 2019

Nog steeds geldt voor de meeste gezinnen met kinderen dat de ouders gehuwd zijn. In 2020 gaat het om bijna 1,6 miljoen gehuwde paren met kinderen. Dat is ruim 60 procent van alle huishoudens met thuiswonende kinderen. Bij zowel gehuwde stellen als ongehuwde stellen bestaan de meeste gezinnen uit ouders met twee kinderen. In beide groepen heeft circa 45 procent van de gezinnen twee thuiswonende kinderen. Bij eenoudergezinnen heeft bijna 30 procent twee kinderen (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2021).

Het gemiddeld kindertal is de afgelopen twintig jaar gedaald bij vrouwen met- en zonder migratieachtergrond gedaald. Een vrouw zonder migratieachtergrond krijgt in 2019 gemiddeld 1,57 kinderen. Vrouwen met een migratieachtergrond krijgen 1,6 kinderen. Hierbij krijgen vrouwen met een Marokkaanse of Turkse achtergrond gemiddeld de meeste kinderen. Zij krijgen respectievelijk 2,2 en 1,7 kinderen. Vrouwen met een Surinaamse achtergrond krijgen de minste kinderen. Zij krijgen gemiddeld 1,5 kind. Tussen vrouwen met een Antilliaanse, Surinaamse of Nederlandse achtergrond zijn er in 2019 nog nauwelijks verschillen. Het kindertal binnen deze groepen ligt rond de 1,5 kind per vrouw (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2020).

Definitie

Een gezin bestaat uit een ouder(paar) met één of meer kinderen. Het kan gaan om een gehuwd of ongehuwd ouderpaar, of een alleenstaande ouder. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) omschrijft gezinnen als huishoudens waar volwassenen met kinderen samenwonen, waarmee ze een ouder-kind relatie hebben. Adoptie- en stiefkinderen worden daarbij wel meegeteld, pleegkinderen niet. Het gaat om gezinnen die samen in een huis wonen en als zodanig staan ingeschreven bij de gemeente. Weekendgezinnen van ouders met een omgangsregeling worden hierbij dus niet meegeteld. Overigens kan een gezin ook bestaan uit ouders en hun volwassen kinderen. Maar als het over opgroeien en opvoeden gaat, gaat het om gezinnen met minderjarige kinderen of thuiswonende kinderen tot 25 jaar.

Meer informatie

Ouderschap en opvoeding

Lees ook

Deniz Ince

Drs. Deniz Ince

medewerker inhoud