Cijfers over gezinnen

Aantal gezinnen in Nederland

Grafiek gezinnen in 2023

Gegevens in een tabel

Gezinnen in 2023

Type gezin Percentage
Tweeoudergezinnen 77%
Eenoudergezinnen 23%

In 2023 zijn er ruim 2,6 miljoen gezinnen met thuiswonende kinderen, waaronder ruim 1,8 miljoen met een jongste kind onder de 18 jaar. Ten opzichte van 2022 is het aantal gezinnen met thuiswonende kinderen met 30.000 gegroeid. Het aantal gehuwde paren met thuiswonende kinderen bedraagt in 2023 ruim 1,5 miljoen en is daarmee nog steeds in de meerderheid. Het aantal niet-gehuwde paren met kinderen bedraagt 470.189. In 2023 zijn er 610.633 eenoudergezinnen (circa 23 procent van de gezinnen), waarbij het in de meeste gevallen gaat om een alleenstaande moeder met een of meer kinderen. Ten opzichte van 2022 is de verhouding eenoudergezin-tweeoudergezin percentueel hetzelfde gebleven. In beide jaren gaat het om 77 procent tweeoudergezinnen en 23 procent eenoudergezinnen.

De afgelopen twintig jaar is het aantal gezinnen met kinderen toegenomen met bijna 130.000. Hierbij neemt het aantal ongehuwde paren met kinderen geleidelijk toe. Het aantal gehuwde paren met kinderen neemt daarentegen af. Van het totaal aantal gezinnen met thuiswonende kinderen ging het in 2003 om circa 75 procent gehuwde paren. In 2023 is dit percentage gedaald naar 60 procent. Het percentage ongehuwde paren met thuiswonende kinderen is gestegen van 9 procent in 2003 naar 18 procent in 2023. Ook het aantal eenoudergezinnen is gestegen. In 2003 was circa 17 procent van de gezinnen een eenoudergezin. In 2023 is dit gestegen naar circa 23 procent (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2023).

Kindertal per type gezin

Grafiek kindertal per type gezin

Gegevens in een tabel

Kindertal per type gezin in 2023

Type gezin 1 kind 2 kinderen 3 of meer kinderen Totaal
Ongehuwde paren 197.393 213.159 59.637 470.189
Gehuwde paren 573.500 691.936 299.011 1.564.447
Eenoudergezinnen 375.750 176.748 58.135 610.633

Nog steeds geldt voor de meeste gezinnen met kinderen dat de ouders gehuwd zijn. In 2023 gaat het om ruim 1,5 miljoen gehuwde paren met kinderen. Dat is circa 60 procent van alle huishoudens met thuiswonende kinderen. Bij zowel gehuwde stellen als ongehuwde stellen bestaan de meeste gezinnen uit ouders met twee kinderen. Onder de gehuwde stellen heeft ruim 44 procent twee thuiswonende kinderen; onder de ongehuwde paren gaat het om ruim 45 procent. Bij eenoudergezinnen heeft de meerderheid (61 procent) één kind (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2022).

Complexe gezinnen

In 2017 groeit ruim een half miljoen minderjarige kinderen op in een complex gezinsverband. Dat is 16 procent van de ruim 3,4 miljoen minderjarige kinderen. Twintig jaar eerder ging het om 10 procent van alle minderjarige kinderen.

Daarnaast woonde in 2017 van 21 procent van alle minderjarige kinderen de ouders niet meer bij elkaar. De ouders van deze kinderen waren gescheiden, hadden nooit samengewoond of één van de ouders was overleden.

Van de minderjarige kinderen in complexe gezinsverbanden had circa de helft één of twee stiefouders. 66 procent had wel halfbroers of -zussen en geen stiefbroers of -zussen. 15 procent had wel stiefbroers of -zussen maar geen halfbroers of -zussen.

Van een complex gezinsverband wordt gesproken als kinderen opgroeien met één of twee stiefouders, stiefbroers- of zussen of halfbroers- of zussen (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2020).

Definitie

Een gezin bestaat uit een ouder(paar) met één of meer kinderen. Het kan gaan om een gehuwd of ongehuwd ouderpaar, of een alleenstaande ouder. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) omschrijft gezinnen als huishoudens waar volwassenen met kinderen samenwonen, waarmee ze een ouder-kind relatie hebben. Adoptie- en stiefkinderen worden daarbij wel meegeteld, pleegkinderen niet. Het gaat om gezinnen die samen in een huis wonen en als zodanig staan ingeschreven bij de gemeente. Weekendgezinnen van ouders met een omgangsregeling worden hierbij dus niet meegeteld. Overigens kan een gezin ook bestaan uit ouders en hun volwassen kinderen. Maar als het over opgroeien en opvoeden gaat, gaat het om gezinnen met minderjarige kinderen of thuiswonende kinderen tot 25 jaar.

Meer informatie

Opvoeden en ouderschap

Deniz Ince

Drs. Deniz Ince

medewerker inhoud