Cijfers over armoede in gezinnen

Minderjarige kinderen in armoede

In 2024 leefden ruim 92,7 duizend minderjarige kinderen in een huishouden met een inkomen en vermogen onder de armoedegrens. Dat is 2,8 procent van alle minderjarige kinderen. In 2018 ging het om 8,7 procent van de minderjarige kinderen. Daarna daalde het percentage stap voor stap: in 2019 ging het om 7,5 procent, in 2020 om 6,2 procent, in 2021 om 5,6 procent, in 2022 om 4,1 procent en in 2023 om 2,8 procent.

In 2024 leefden 22,9 duizend minderjarige kinderen in een huishouden dat langdurig (minimaal drie jaar op rij) arm is. Dat is 0,7 procent van alle minderjarige kinderen. Vergeleken met 2023 is het aantal gedaald. Toen leefde 29,7 duizend minderjarige kinderen in langdurige armoede.

Armoede bij kinderen naar samenstelling huishouden

Armoede kwam het meest voor bij eenoudergezinnen met thuiswonende kinderen. Van hen leefde 7,3 procent in 2024 onder de armoedegrens. Ten opzichte van 2023 is dit ongeveer gelijk gebleven. Toen ging het om 7,2 procent. Ten opzichte van eerdere jaren is het percentage aanzienlijk gedaald. In 2018 ging het om 23,1 procent van de eenoudergezinnen.

1,6 procent van de eenoudergezinnen met thuiswonende kinderen leefde in 2024 in langdurige armoede (minstens drie jaar op rij). Sinds 2020 is dit percentage gedaald, toen leefde 6,6 procent van de eenouderhuishoudens met thuiswonende kinderen in armoede. Van de tweeoudergezinnen met thuiswonende kinderen leefde 1,9 procent onder de armoedegrens. In 2023 ging het ook om 1,9 procent. In 2024 leefde 0,5 procent van de tweeoudergezinnen in langdurige armoede. In 2020 was dit 2,6 procent (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2025).

Armoede bij kinderen naar achtergrond

Onder kinderen die in Nederland geboren zijn maar van wie beide ouders in het buitenland geboren zijn, komt armoede relatief vaker voor dan onder kinderen van wie beide ouders in Nederland geboren zijn. Van de kinderen van wie beide ouders in het buitenland geboren zijn, leefde in 2024 5,5 procent in een gezin onder de armoedegrens. Armoede komt met 1,2 procent het minste voor onder kinderen die in Nederland zijn geboren en van wie ook beide ouders in Nederland geboren zijn.

Deze cijfers zijn berekend volgens de nieuwe methode voor het meten van armoede, die het CBS, het SCP en het Nibud hebben ontwikkeld. De nieuwe armoedegrens vervangt grenzen die tot nu toe werden gebruikt om armoede te meten. Niet alleen het inkomen maar ook spaargeld en ander meteen inzetbaar bezit telt nu mee bij de bepaling van armoede (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2025).

Definitie

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) hebben in 2024 een nieuwe methode ontwikkeld om armoede in Nederland te meten.

Het fundament van de nieuwe armoedegrens is het minimaal benodigde budget om van te leven, zoals het Nibud dat in zijn minimumvoorbeeldbegrotingen voor verschillende huishoudens berekent. In die nieuwe methode worden de werkelijke kosten die mensen hebben aan wonen en energie meegenomen in plaats van gemiddelden. Daarnaast is gekeken of huishoudens een financiële buffer hebben.

Als er na het betalen van de vaste lasten voor wonen, energie en zorg te weinig geld overblijft voor andere basisbehoeften, dan is een huishouden arm. Waar de armoedegrens voor een huishouden ligt, is afhankelijk van het soort huishouden. Hoe meer mensen, hoe meer er nodig is voor de minimale levensbehoeften. Op basis van de nieuwe methode is de armoedegrens in 2024:

  • Voor een alleenstaande: 1.600 euro netto per maand, bij een huur van 610 euro en energielasten van 145 euro.
  • Voor een paar met twee kinderen tot en met 12 jaar: 2.625 euro netto per maand.
  • Voor een tweeoudergezin met twee puberkinderen: 3.000 euro netto per maand.
  • Voor een eenoudergezin met twee puberkinderen: 2.605 euro netto per maand.

Als het huishouden een vermogen heeft dat hoger is dan de armoedegrens op jaarbasis, en daarmee een financiële buffer, dan is er geen sprake van armoede.
 

Foto Kiky van Mook

Kiky van Mook

inhoudsdeskundige Kwaliteit, beleid en monitoring
k.vanmook [at] nji.nl