Hoe ga ik om met iemand die autisme heeft?

Omgaan met iemand die autisme heeft, kan soms lastig zijn. Contact leggen werkt anders en je weet niet altijd wat je wel en niet van iemand kunt verwachten. Daarom geven we hier een aantal tips.

Waar kun je op letten?

Autisme is voor iedereen anders. Wel kun je op een aantal dingen letten.

Behoefte aan duidelijke structuur en voorspelbaarheid

Mensen met autisme vinden het fijn om te weten wat ze kunnen verwachten. Als iemand gewend is om elke dag om precies zes uur ‘s avonds te eten, houd er dan rekening mee dat hij het misschien wel erger vindt dan anderen als jij pas om vijf over zes aanschuift.

Duidelijk en concreet communiceren

Mensen met autisme vinden het soms moeilijk om dingen als sarcasme, grapjes of beeldspraak te begrijpen. Ze nemen je woorden soms heel letterlijk. Het kan voor mensen met autisme ook moeilijk zijn om hoofd- en bijzaken van elkaar te onderscheiden. Maak daarom duidelijk wat jouw punt is. Communiceer rustig, duidelijk, direct en precies.

Vragen wat iemand graag van je wil

Je kunt iemand met autisme helpen door op een directe manier te vragen wat hij of zij van je wil.

Positieve kanten benadrukken

Autisme heeft ook sterke kanten, zoals goed kunnen analyseren of creatieve oplossingen bedenken. Vaak hebben mensen met autisme ook veel oog voor detail. Bekijk samen waar iemand goed in is en hoe dat is in te zetten.

Mijn broer of zus heeft autisme

Als je broer of zus autisme heeft, merk je dat in jullie gezin. Je broer of zus krijgt meer tijd en aandacht van je ouders. En je ouders verwachten van jou begrip, bijvoorbeeld dat je niet boos wordt als je broer of zus iets van jou kapot maakt. Dat is niet makkelijk. Daarom zijn hier wat tips:

  • Vraag je ouders rustig waarom je anders behandeld wordt dan je broer of zus met autisme. Het voelt misschien niet eerlijk, maar misschien is er wel een goede reden voor.
  • Leg uit aan je ouders hoe het voor jou voelt om anders behandeld te worden. En vraag bijvoorbeeld of je een keer iets leuks kunt gaan doen met een van je ouders, zodat jij ook een keer speciale aandacht krijgt.
  • Zoek contact met lotgenoten, bijvoorbeeld via een Autisme Informatie Centrum van de NVA.
  • Veel GGZ-instellingen bieden zogenaamde ‘brusjescursussen’ aan voor broers en zussen van kinderen met autisme. Je kunt dan meer leren over autisme, hoe jij ermee om kunt gaan en ervaringen uitwisselen met lotgenoten.

Mijn vader of moeder heeft autisme

Het is niet altijd makkelijk om kind te zijn van iemand met autisme. Je kunt bijvoorbeeld het gevoel hebben dat jij niet belangrijk bent, omdat je ouder weinig liefde uit of geen interesse heeft voor wat jou bezighoudt. Of misschien vind je je ouder heel streng omdat hij of zij niet zo flexibel is met regels. Hier zijn wat tips:

  • Praat erover met mensen in je omgeving, bijvoorbeeld je andere ouder, broers en zussen of vrienden die kunnen begrijpen wat jij moeilijk vindt.
  • Zoek contact met lotgenoten, bijvoorbeeld via een Autisme Informatie Centrum van de NVA.

De inhoud van deze pagina is tot stand gekomen in samenwerking met Landelijk Kenniscentrum LVB en Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie.

Alle pagina’s over autisme

Naar het overzicht

Daniëlle de Veld