Van school naar duurzaam werk: wat betekent deze wet voor het onderwijs?
Met de Wet van school naar duurzaam werk krijgen scholen extra taken voor de begeleiding van jongeren naar vervolgonderwijs of werk. De begeleiding kan ook doorlopen nadat een jongere de school heeft verlaten. Scholen werken daarbij samen met gemeenten en doorstroompunten. Op deze pagina lees je wat de Wet van school naar duurzaam werk betekent voor scholen, wanneer andere partijen in beeld komen, en hoe zij samen verantwoordelijk zijn voor een goede overgang van school naar werk.
Wat is het doel van de Wet van school naar duurzaam werk?
De Wet van school naar duurzaam werk is er voor leerlingen van praktijkonderwijs (pro), voortgezet speciaal onderwijs (vso) en middelbaar beroepsonderwijs (mbo niveau 1 en mbo beroepsopleidende leerweg). Het gaat om jongeren met een verhoogd risico op schooluitval en om jongeren die al uitgevallen zijn.
Vaak stopt de begeleiding vanuit school zodra jongeren hun diploma hebben gehaald of stoppen met hun opleiding. En de gemeente komt pas in beeld als jongeren al problemen ervaren met het vinden van werk. De wet moet zorgen voor een betere aansluiting.
De hele wettekst lezen? Die vind je op Overheid.nl.
Wat wordt er van scholen verwacht?
Scholen krijgen extra verantwoordelijkheid bij de overgang van school naar vervolgonderwijs en werk. Dit betekent:
Al tijdens de opleiding starten met ondersteuning
Scholen moeten al tijdens de opleiding starten met loopbaan- en arbeidsoriëntatie. Dit gaat om advisering en ondersteuning bij de overstap naar vervolgonderwijs of werk.
Bijvoorbeeld: een leerling loopt stages, bezoekt bedrijven, oefent sollicitatiegesprekken, stelt samen met een mentor een uitstroomplan op en krijgt begeleiding bij de keuze voor vervolgonderwijs of werk.
Begeleiding ook na uitstroom laten doorlopen
Scholen moeten nazorg bieden. Het gaat om twee jaar na diplomering voor leerlingen van het pro en vso. En één jaar na diplomering voor studenten van het mbo. De nazorg bestaat uit een persoonlijke benadering van de jongere en aanbod dat past bij de behoeften van de jongere.
Bijvoorbeeld: een mentor, uitstroomcoördinator of jobcoach benadert een oud-leerling om te bespreken hoe het gaat op het werk of in een vervolgopleiding. Als er problemen ontstaan, kan de school tijdelijk extra begeleiding bieden of andere partners inschakelen.
Andere partijen op tijd betrekken
Scholen moeten op tijd externe partners betrekken als er aanvullende ondersteuning nodig is, zoals de gemeente en het doorstroompunt.
Bijvoorbeeld: de school neemt al vóór uitstroom contact op met de gemeente en het doorstroompunt. Bijvoorbeeld over jongeren die tijdens de opleiding moeite hebben met stage, schulden hebben of ondersteuning nodig hebben bij werk.
Zorgen voor goede overdracht
De school zorgt voor een warme overdracht als andere organisaties de begeleiding overnemen. De school bespreekt samen met de jongere en betrokken organisatie welke ondersteuning nodig is.
Regionaal samenwerken
Scholen werken samen met gemeenten, doorstroompunten en andere partners binnen een regionaal programma. Daarin maken zij afspraken over de ondersteuning van jongeren.
Wet van school naar duurzaam werk in de praktijk
Joep is een mbo-student op niveau 2 die moeite heeft met het vinden van werk. Hij krijgt tijdens de opleiding al extra loopbaanbegeleiding vanuit school. Zijn mentor bespreekt met hem welke banen aansluiten bij zijn interesses en mogelijkheden. Ook ondersteunt de mentor hem bij het maken van zijn cv en het voorbereiden van sollicitatiegesprekken. Joep haalt zijn diploma, maar heeft nog geen passende baan gevonden. De school blijft Joep ondersteuning bij zijn overstap naar werk. Zijn mentor houdt contact met hem, bespreekt hoe het solliciteren verloopt en helpt hem als hij tegen problemen aanloopt. Voor Joep kan deze loopbaanbegeleiding vanuit het mbo tot één jaar na zijn diploma doorlopen. Heeft hij daarna nog ondersteuning nodig? Dan kan de school met instemming van Joep zorgen voor een warme overdracht naar de gemeente. Met toestemming van Joep stelt de school hiervoor een overdrachtsdocument op.
Meer lezen over mbo-studenten die extra hulp kunnen gebruiken bij het afronden van de opleiding? Lees het praktijkvoorbeeld Klas als Werkplaats – Albeda.
Wanneer komt het doorstroompunt in beeld?
Het doorstroompunt ondersteunt jongeren tot 27 jaar die geen startkwalificatie hebben. Een startkwalificatie is havo, vwo of minimaal mbo-2 niveau. Scholen voor het mbo en praktijkonderwijs werken nauw samen met het doorstroompunt als studenten de school voortijdig verlaten.
Zij kunnen het doorstroompunt bijvoorbeeld betrekken:
- bij (dreigende) uitval, langdurig verzuim of voortijdig schoolverlaten;
- als een leerling geen diploma voor havo, vwo of mbo dreigt te halen of al uitgevallen is;
- als de route naar vervolgonderwijs of werk nog onduidelijk is.
Wanneer komt de gemeente in beeld?
Heeft een jongere wel een diploma voor havo, vwo of mbo gehaald? Dan is de gemeente de samenwerkingspartner voor scholen. Gemeenten zijn volgens de Participatiewet verantwoordelijk voor het ondersteunen van jongeren bij het vinden en behouden van werk. Door de Wet van school naar duurzaam werk wordt de rol van de gemeente groter. Scholen kunnen de gemeente al tijdens de schoolloopbaan van de leerling betrekken. En zo samen met de leerling en de gemeente werken aan de overgang van school naar werk.
Wat kan een gemeente doen?
Gemeenten kunnen vanuit de Participatiewet verschillende voorzieningen inzetten om jongeren te ondersteunen. Welke ondersteuning een jongere krijgt, legt de gemeente vast in een verordening. Een aantal voorbeelden:
- Jobcoaching: een jobcoach helpt op de werkvloer met inwerken, taken structureren en het oplossen van problemen.
- Leerwerktrajecten: een combinatie van werken bij een erkend leerbedrijf met een gerichte beroepsopleiding.
- Beschut werk: een betaalde baan in een aangepaste werkomgeving voor mensen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking.
- Loonkostensubsidie: een compensatie voor werkgevers voor de lagere productiviteit van werknemers met een arbeidsbeperking.
- Bijstandsuitkering: tijdelijk inkomen terwijl een jongere actief zoekt naar werk.
Scholen, gemeenten en doorstroompunten werken samen
De overheid heeft er expliciet voor gekozen om geen strikte afbakening van taken vast te leggen. De wettelijk verantwoordelijkheid van scholen, gemeenten en doorstroompunten overlapt dus bewust:
- Scholen blijven langer betrokken bij de jongeren, ook na diplomering.
- Gemeenten kunnen eerder ondersteuning bieden, ook als een jongere nog op school zit.
- Het doorstroompunt begeleidt jongeren tot 27 jaar zonder diploma voor havo, vwo of mbo.
Deze overlap vraagt om nauwe samenwerking tussen scholen, gemeenten en doorstroompunten. Dit doen zij in een verplicht regionaal programma. Dit is een gezamenlijke plan van onderwijs, gemeenten en doorstroompunten om jongeren succesvol te begeleiden naar een diploma, vervolgopleiding of duurzame baan.
Bron
- Wet van school naar duurzaam werk (Overheid.nl).