• HET NJi WERKT AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Cijfers over Jeugd en Opvoeding

Delinquentie

Onder delinquent (of crimineel) gedrag vallen verschillende gedragingen die door de wetgever strafbaar zijn gesteld.

Delinquent of crimineel gedrag is een verzamelterm voor verschillende soorten gedrag die volgens de wet strafbaar zijn en die daarom tot een boete of straf kunnen leiden. Kinderen onder de twaalf jaar kunnen in Nederland volgens het strafrecht niet veroordeeld worden. Officieel gaat het bij jeugddelinquentie dus om jongeren in de leeftijdscategorie vanaf twaalf jaar.

Strafbare feiten of delicten zijn te verdelen in vier typen: geweldsdelicten, vermogensdelicten, vernieling en overige delicten. Binnen deze typen kan weer een onderscheid worden gemaakt tussen overtredingen en misdrijven. Overtredingen zijn voornamelijk lichte vormen van regelovertredingen zoals zwartrijden en vuurwerk afsteken buiten de daarvoor bestemde periode. Misdrijven zijn zwaardere strafbare feiten zoals (winkel)diefstal, inbraak, mishandeling, beroving of verkrachting.


Bron

  • Laan, A. van der, Blom, M. (2011). 'Jeugdcriminaliteit in de periode 1996-2010 : ontwikkelingen in zelfgerapporteerde daders, door de politie aangehouden verdachten en strafrechtelijke daders op basis van de Monitor Jeugdcriminaliteit 2010'. Den Haag: Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC)

Kerncijfers

Het aantal  geregistreerde minderjarige verdachten is in 2016 opnieuw gedaald. Per 1.000 12-17 jarigen staan in 2016 ruim 16 geregistreerd als verdachte van een misdrijf. Deze jeugdigen zijn minstens één keer verdacht geweest van een misdrijf. In 2006 ging het om ruim 42 per 1.000 minderjarigen. De afgelopen tien jaar is de jeugdcriminaliteit met ruim een helft afgenomen. De geregistreerde jeugdcriminaliteit daalt harder dan de criminaliteit onder volwassenen. Van alle registraties van verdachten betrof in 2016 ruim 11 procent een minderjarige (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2017).

Dit zijn gegevens gebaseerd op registraties door de politie. Daarnaast zijn er gegevens verkregen uit onderzoek waarbij jongeren bevraagd zijn over hun eigen gedrag. Het gaat dan om zelfgerapporteerde criminaliteit, Deze cijfers liggen een stuk hoger. In 2015 zegt ruim een derde (35 procent) van de 12- tot en met 17- jarigen dat ze zich in de voorafgaande 12 maanden schuldig hebben gemaakt aan één of meerdere van de 27 gevraagde delicten. Online delicten vallen daar niet onder. Ten opzichte van 2010 is er sprake van een daling. Toen zei 38 procent van de minderjarigen zich schildig gemaakt te hebben aan regelovertreden gedrag (Van der Laan & Goudriaan, 2016).

Laatst bewerkt: 20 april 2017


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Centraal Bureau voor de Statistiek (2017). Geregistreerde verdachten.
  • Kalidien, S. (2016). 'Criminaliteit en Rechtshandhaving 2015. Ontwikkelingen en samenhang'. Den Haag: CBS, WODC, Raad voor de Rechtsspraak.
  • Laan, A. van der, & Goudriaan, H. (2016). Monitor Jeugdcriminaliteit.Ontwikkelingen in de jeugdcriminaliteit 2007-2015.Den Haag: Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC).

Geregistreerde verdachten naar herkomst (2006-2016)

De afgelopen tien jaar is er bij alle herkomstgroepen een aanzienlijke daling te zien in het aantal geregistreerde minderjarige verdachten van een misdrijf.  Jongeren met een niet-Nederlandse afkomst staan, vergeleken met jongeren met een Nederlandse achtergrond, nog steeds veel vaker geregistreerd als verdachte van een misdrijf.  

In 2016 staan circa 12 per 1.000 jongeren met een Nederlandse afkomst geregistreerd als verdachte. Onder jongeren met een niet-Nederlandse achtergrond gaat het om bijna 34 jongeren. Jongeren met een niet-westers achtergrond zijn, vergeleken met die met een westerse-achtergrond,  twee keer zo vaak verdacht van een misdrijf.

Onder de grootste migrantengroepen in Nederland is in 2016 het aantal verdachten het hoogst onder jongeren met een Antilliaanse-Arubaanse afkomst (ruim 59 per 1.000 jongeren) en het laagst onder jongeren met een Turkse afkomst (28 per 1.000 jongeren).

Laatst bewerkt: 20 april 2017


Zelfgerapporteerde daderschap (2015)

Cijfers verkregen uit onderzoek waarbij jongeren bevraagd zijn over hun eigen gedrag liggen een stuk hoger dan de cijfers over geregistreerd daderschap. Het gaat dan om zelfgerapporteerde criminaliteit. In 2015 zegt ruim een derde (35 procent) van de 12- tot en met 17- jarigen dat ze zich in de voorafgaande 12 maanden schuldig hebben gemaakt aan één of meerdere van de 27 gevraagde delicten. Online delicten vallen daar niet onder. Ten opzichte van 2010 is er sprake van een daling. Toen zei 38 procent van de minderjarigen zich schuldig gemaakt te hebben aan regelovertredend gedrag.

De drie meest gerapporteerde geweldsdelicten in 2015 zijn iemand slaan zonder verwonding, iemand bedreigen en iemand slaan met verwonding (waarbij verwondingen uiteenlopen van een blauw oog of bloedneus tot ernstiger vormen) (Van der Laan & Goudriaan, 2016).

Onder twaalfminners (10 en 11 jarigen) is het percentage zelfgerapporteerde daderschap in de periode 2010-2015 met 20 procent gelijk gebleven. Het percentage kinderen dat in 2015 zegt een of meerdere geweldsdelicten te hebben gepleegd (13%) is hoger dan bij vermogensdelicten (9%) en vandalisme (6%). Binnen de categorie geweld gaat het voor het grootste deel om kinderen die zeggen 'iemand te hebben geslagen zonder verwonding' (11%), gevolgd door 'slaan met
verwonding' (5%).

Er is zowel bij twaalfminners als bij 12-17 jarigen nauwelijks verschil in prevalentie tussen autochtonen en allochtonen (Van der Laan & Goudriaan, 2016). 

Laatst bewerkt: 6 april 2016


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Van der Laan, A. & Goudriaan, H. (2016). Monitor Jeugdcriminaliteit. Ontwikkelingen in de jeugdcriminaliteit 2007-2015. Den Haag: WODC.

Online delicten (2015)

Ruim 30 procent van de 12-18 jarige zegt in het voorgaand jaar wel eens een cyberdelict te hebben gepleeg. Daarbij gaat het meestal om inloggen op een computer of netwerk zonder toestemming (12 procent) of om wachtwoorden van iemand anders veranderen (6,6 procent).

Ruim 20 procent van de 12-17 jarigen geeft daarnaast aan zich schuldig te hebben gemaakt aan een gedigitaliseerd delict. Het gaat hierbij om onder andere het zich voordoen als iemand anders op internet (11,7 procent), iemand bedreigen via email, sms of chat (7,7 procent), bedreigen via sociale media (8,4 procent) of verspreiden van seksueel getint beeldmateriaal van minderjarigen (4,4 procent) (Van der Laan en Goudriaan, 2016).  

Laatst bewerkt: 1 april 2016


Gebruikte onderzoeken en/of registraties

Gebruikte publicaties

  • Van der Laan, A. & Goudriaan, H. (2016). Monitor Jeugdcriminaliteit. Ontwikkelingen in jeugdcriminaliteit 2007-2015). Den Haag: WODC.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.