Omgaan met prestatiedruk

Stel je voor, je kind haalt geen goede cijfers op school, heeft niet veel vrienden of blinkt niet uit in een sport of hobby. Het kan zijn dat je kind daardoor het gevoel heeft dat het niet goed genoeg is en niet voldoet aan de verwachtingen van zichzelf of anderen. En misschien heb jij als ouder, bewust of onbewust, soms ook dat gevoel. Als je kind een presentatie heeft gegeven op school − vraag je dan of het goed ging of vraag je of het leuk was? Onbewust geven we onze kinderen met bepaalde vragen het idee dat ze moeten voldoen. Hoe ga je hier als ouder mee om?

Tips om je kind te ondersteunen

Tegenwoordig denken we steeds meer dat het leven maakbaar is. Lukt het niet om bepaalde doelen te behalen, dan ligt dat aan jezelf. Jíj had het beter moeten doen. Jongeren willen het maximale halen uit zichzelf en het leven, en middelmatigheid lijkt niet oké. Het leven van jongeren draait hierdoor steeds meer om het nastreven van perfectie. Zo geeft een studie van het CBS uit 2021 aan dat 27 procent van de 12- en 13-jarigen vaak of regelmatig interne prestatiedruk ervaart. Dit loopt op tot 60 procent bij de 18- tot 21-jarigen, en zelfs tot 63 procent bij de 21- tot 25-jarigen. Ook uit een quickscan van UNICEF uit 2022 blijkt dat jongeren hiermee worstelen.

Het is belangrijk dat je kind leert dat tegenslagen en falen ook bij het leven horen en dat je hiervan kunt leren. Wij geven je daarom vijf tips om je kind te ondersteunen in het omgaan met prestatiedruk van buitenaf en om als ouder te voorkomen dat je zelf onbewust te veel de nadruk legt op de prestaties van je kind.

1. Leg de lat niet te hoog

Leer je kind dat het niet nodig is om alles te kunnen en overal goed in te zijn. In de huidige maatschappij draait het bij jongeren veel om concurreren: wie haalt de beste school- of sportresultaten, wie heeft de meeste vrienden, wie deelt de mooiste plaatjes op sociale media? Vertel je kind dat perfectie niet bestaat en dat fouten maken oké is. Fouten maken hoort bij het leven en is juist hartstikke leerzaam. Vertel daarnaast ook dat het niet nodig is om álles uit het leven te halen. Probeer juist rust te brengen. Niks doen, lummelen, of je af en toe vervelen is ook goed.

2. Luister en praat

Luister naar de problemen waar je kind mee rondloopt en probeer begrip te tonen. Luister zonder te oordelen. Tijden zijn veranderd, dus probeer kennis op te doen van de problemen waar jongeren tegenwoordig tegenaan lopen. Leer je kind omgaan met de ups en downs van het leven door bijvoorbeeld zo nu en dan samen ‘de misser van de week’ te bespreken. Zo leer je samen dat het goed is om niet alleen over successen te praten, maar ook over de tegenslagen in het leven. Als jij vertelt hoe je zelf omgaat met fouten of dingen die niet in één keer lukken, kan dat je kind helpen.

3. Observeer

Veel kinderen ervaren stress van school en werk. Volgens het CBS heeft een kwart van de leerlingen en studenten tussen 12 en 25 jaar vaak stress door school of studie en heeft 20,5 procent regelmatig tot vaak stress over de bijbaan of het werk. Ook kunnen ze om andere redenen niet lekker in hun vel zitten. Niet alle jongeren praten hier even makkelijk over. Observeer dus goed hoe het gaat met je kind. Eet het goed, slaapt het goed, is het vrolijk? Merk je dat er iets aan de hand is? Ga dan het gesprek aan. Dat kan goed bij de afwas of tijdens een ommetje. En steun je kind bij het eventuele gesprek met school of werk hierover.

4. Omgaan met de druk van sociale media

Op sociale media tonen mensen het ‘perfecte plaatje’. Ook jouw kind krijgt daar dagelijks mee te maken. De meest succesvolle mensen met de leukste en avontuurlijkste levens komen voorbij. Het is natuurlijk een schijnwereld, maar voor kinderen is dat soms nog lastig in te zien. Sociale media verbieden heeft geen zin, erover praten wél. Vraag bijvoorbeeld eens wat je kind allemaal tegenkomt op sociale media. Zie je veel perfecte plaatjes voorbijkomen, vertel dan dat dit niet realistisch is. Vertel dat niemand een perfect leven heeft, en dat ups en downs erbij horen. Laat je kind vooral ook weten dat het goed is zoals het is.

5. Wees voorzichtig met labels

Zoals Bert Wienen vertelde in de Mulock Houwer-lezing, krijgt een kind dat niet aan de norm voldoet tegenwoordig snel een label opgeplakt, zoals ADHD, depressie of burn-out. Zie jij, of iemand anders in jullie omgeving, dat jouw kind zich afwijkend gedraagt? Kijk dan eerst of er iets anders aan de hand is. Ander gedrag kan een signaal zijn dat er iets in de omgeving of het leven van het kind niet lekker loopt. Het wil dus niet zeggen dat je kind meteen een gedragsprobleem heeft. Is het opvallende gedrag bijvoorbeeld te verklaren door een te drukke klas, een te drukke agenda, gamen vóór school, slecht slapen of eenzaamheid? Zoals Bert Wienen zegt: ‘Dit zou betekenen dat de omgeving moet veranderen, níet het kind.’

Moet jouw kind een studiekeuze maken en ben je benieuwd hoe je je kind daarbij kunt begeleiden? Lees dan ook eens de tips op WUR.nl.

Alle pagina's over welbevinden

Naar het overzicht

Martijn van Wietmarschen

Martijn van Wietmarschen

adviseur transformatie jeugdstelsel