Is het normaal hoe ik me voel?

Als jongere doe je de hele tijd nieuwe ervaringen op. Dat is leuk en spannend, maar het kan je ook onzeker maken. Bedenk dat je nooit alles in één keer goed kunt doen. Je leert altijd met vallen en opstaan. Daardoor gaat je gevoel vaak met pieken en dalen. Dat is normaal. En als je er zelf niet uitkomt, helpt het om er met anderen over te praten.

Veel veranderingen

Vanaf de puberteit verandert er veel tegelijk voor je:

  • Je lichaam: je groeit en krijgt andere maten en mannelijke of vrouwelijke kenmerken, je voelt je aangetrokken tot anderen, wordt verliefd en soms ook seksueel actief.
  • Je identiteit: je denkt na over wie je bent, wie je wilt zijn en hoe anderen je zien en over je denken.
  • Je sociale contacten: je zoekt contact met andere jongeren die van dezelfde dingen houden of dezelfde behoefte hebben aan iets nieuws, je gaat uit en maakt nieuwe vrienden, maar je komt ook mensen tegen met wie het niet klikt.
  • Je zelfstandigheid: je gaat steeds meer zelf de wereld ontdekken, komt in aanraking met andere mensen en gewoontes dan je thuis gewend bent, en je gaat experimenteren.
  • Je verantwoordelijkheden: je gaat steeds meer zorgen voor je eigen gezondheid, geld, kleren en andere spullen, maar ook voor familie en vrienden. En je gaat zelf dingen ondernemen of organiseren.

Een hobbelige weg

Je bent bezig met je toekomst. Je denkt na over wie je wilt worden, hoe je wilt leven en met wie. Tegelijkertijd ben je bezig om te ontdekken wat je daarvoor nodig hebt. Dat is meestal leuk en spannend, maar soms is het ook een hobbelige weg met stevige hellingen en diepe kuilen. Dat kan er bijvoorbeeld zo uitzien:

  • Het ene moment gaat het lekker en lukt bijna alles. Daardoor krijg je het gevoel dat je alles aankunt. Het volgende moment zit het tegen en lukt het niet om je doel te halen, hoe hard je het ook probeert. Dat is balen. Je ouders, leraren of vrienden begrijpen niet altijd hoe je je daarover voelt. Dat maakt je boos of verdrietig. 
  • Het kan gebeuren dat je verkeerde keuzes maakt en in de problemen komt. Je ontdekt bijvoorbeeld te laat dat je nieuwe vrienden eigenlijk niet kunt vertrouwen. Of je doet iets waarvoor je je achteraf schaamt. Of je raakt in paniek omdat je niet weet hoe je een  probleem moet oplossen. Daar kun je flink van in de stress raken. Dat is vervelend, maar het kan iedereen overkomen. Lees hoe je beter kunt omgaan met stress.
  • Soms kun je goed bij je ouders terecht als er iets misgaat, maar dat is niet altijd zo. Soms wil je het er juist niet met je ouders over hebben. Dan moet je bedenken met welke andere vertrouwde volwassene je kunt praten over wat je is overkomen, bijvoorbeeld met een oma of tante, een buurman, een leraar of iemand van je sportclub of het buurthuis.

Wat werkt voor jou?

Door de sociale media lijkt het soms of iedereen er goed uitziet, gelukkig is en geweldige prestaties levert. Maar tegenvallers, fouten en je rot voelen horen ook bij het leven. Om daarmee te kunnen omgaan heb je veerkracht nodig. Dat betekent dat je zelf kunt herstellen na pech of tegenslag. Wat daarvoor kan helpen is:

  • Terugkijken naar de hobbels die je al eerder in je leven genomen hebt: bijvoorbeeld toen je merkte dat dingen moeilijker of saaier waren dan je had verwacht. Toen je hevige verliefdheid niet beantwoord werd of belachelijk werd gemaakt. Of toen je door de corona-lockdowns je vrienden en familie niet meer kon ontmoeten zoals je gewend was. Wat werkte toen om je weer beter te gaan voelen?
  • Ontdekken wat voor jou wel en niet werkt als het tegenzit: daar is geen recept voor te geven. Iedereen doet dat op zijn eigen manier.
  • Het er met elkaar over hebben en elkaar steunen: alle jongeren staan voor vergelijkbare uitdagingen. Daarom is veerkracht ook iets wat je samen kunt ontwikkelen.

Wat als het niet gaat?

Het is moeilijk om gewoon door te gaan met je leven als veel dingen tegenzitten. Of als je je erg in de steek gelaten of eenzaam voelt. Als je lang met zo’n vervelend gevoel blijft zitten, raak je in een dip. Dan durf je misschien niets meer te doen omdat je bang bent dat er nog meer misgaat. Je gevoelens kun je niet zomaar veranderen, maar niets doen lost ook niets op. Dit kan helpen om uit een dip te komen:

  • Dingen doen die je leuk vindt, met mensen bij wie je je op je gemak voelt: dat geeft je vaak meteen een beter gevoel over jezelf. Bovendien kun je dan met anderen bespreken waarom je in een dip zat. Dat helpt weer om je eigen gedachten op een rijtje te krijgen. En daardoor begrijpen anderen jou ook beter. Kijk voor tips bij Praten over hoe je je voelt.
  • Hulp zoeken als je het moeilijk vindt om leuke dingen te gaan doen: wacht niet met het zoeken van hulp als je echt helemaal geen energie of zin hebt om iets leuks te gaan doen. Of als je steeds tegen dezelfde problemen oploopt die je niet kunt oplossen. Of als je zo teleurgesteld bent dat je niemand meer vertrouwt. Je kunt niet alles zelf oplossen. En dat hoeft ook niet. Kijk voor informatie over hulp bij Wie kan mij helpen?

Alle pagina's over welbevinden

Naar het overzicht

Martijn van Wietmarschen

Martijn van Wietmarschen

adviseur transformatie jeugdstelsel