Vraag en antwoord radicalisering

1. Wat houdt radicalisering in?

Radicalisering is het proces waarbij een persoon of groep in toenemende mate opvattingen ontwikkelt die op gespannen voet met of zelfs haaks staan op de democratische rechtsorde. Een persoon of groep is daarbij steeds meer bereid om hier in de praktijk consequenties aan te verbinden, zowel in handelen als in mondelinge of schriftelijke uitingen.

Radicalisering kan tot verschillende vormen van extremisme leiden. De meest voorkomende zijn: jihadisme of moslimextremisme, links-extremisme en rechts-extremisme.

2. Waarom radicaliseren jongeren? En welke jongeren lopen het risico om te radicaliseren?

Een enkele verklaring voor het radicaliseringsproces van jongeren is niet te geven. Het gaat meestal om een combinatie van individuele en sociale factoren. Wel is het zo dat jongeren in het algemeen meer vatbaar zijn voor radicale boodschappen. Zij bevinden zich in een levensfase waarin ze een eigen identiteit moeten vormgeven. Tegelijk zijn ze in die periode gevoelig voor groepsdruk, hebben ze meer moeite met het weerstaan van impulsen en willen ze behoeften liefst onmiddellijk bevredigen. Deze factoren maken dat adolescenten meer vatbaar zijn voor radicale ideeën dan volwassenen.

Daarnaast spelen sociale factoren een rol, zoals de zogenaamde pedagogische mismatch. Hiervan is sprake wanneer thuis, op school en op straat tegenstrijdige normen en waarden bestaan. Jongeren kunnen het gevoel krijgen dat zij nergens thuishoren en het zelf moeten uitzoeken.

Vaak zetten concrete gebeurtenissen het proces in gang of versnellen het. Een voorbeeld is de dood van een naaste of het verbreken van sociale relaties. Die gebeurtenissen heten ook wel triggerfactoren.

Meer informatie

Triggerfactoren: Expertise-unit Sociale Stabiliteit heeft een online tool triggerfactoren ontwikkeld die je kan helpen bij het tegengaan van radicalisering. 

3. Hoe radicaliseren jongeren?

Het radicaliseringsproces verloopt niet volgens een vast stramien. Je kunt het zien als een combinatie van 'pushfactoren' en 'pullfactoren'. De pushfactoren bestaan uit ongunstige sociale omstandigheden waarin een jongere verkeert bijvoorbeeld: discriminatie, sociale uitsluiting, vernedering, onrecht en kansarm of kansloos op de arbeidsmarkt. Dit kunnen echte of vermeende omstandigheden zijn.

Belangrijk is hoe een jongere de omstandigheden ervaart. Andere pushfactoren liggen bij de jongere zelf, bijvoorbeeld psychische problematiek, of een lichte sociale of cognitieve beperking, waardoor een jongere eerder gevoelens van uitsluiting en onrecht ervaart. Samen vormen deze pushfactoren een potentiële voedingsbodem voor radicalisering.

Pullfactoren bestaan uit de aanwezigheid en het aanbod van radicale ideologieën, zowel online als offline. Online kan het gaan om propagandamateriaal van radicale groeperingen. Bij jihadisme wordt zo een sterk beroep gedaan op moslims om in verzet te komen tegen het onrecht dat hen of hun medemoslims wordt aangedaan door ongelovigen. Offline kan het gaan om groepen radicaliserende buurtjongeren, imams in de moskee met radicale standpunten of verhalen over jongeren die een rechts-extreme groep vormen.

4. Om hoeveel jongeren gaat het?

Dat is niet bekend. Omdat radicalisering een proces is, kun je niet alle gevallen zonder meer bij elkaar optellen. De ene jongere heeft misschien net belangstelling gekregen voor radicale boodschappen, terwijl de andere deze al verspreidt.

De AIVD brengt regelmatig rapporten uit met de stand van zaken van verschillende vormen van extremisme en salafisme.

Een indicator voor jihadisme is het aantal personen dat naar Syrië of Irak reist om zich bij Islamitische Staat (IS) aan te sluiten. Tot november 2017 waren dat er circa 285. Het is onbekend hoeveel jongeren zich hier onder bevinden.

5. Hoe groot is het gevaar van geradicaliseerde jongeren in Nederland?

Dat is moeilijk te zeggen. De kwartaalrapporten van de Nederlandse Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid bevat geen leeftijdsgegevens van geradicaliseerde inwoners.

De grootste dreiging gaat uit van het jihadisme. Nederland heeft misschien weinig geradicaliseerde inwoners, maar zij vormen wel een dreiging voor de nationale veiligheid. Dat geldt speciaal voor personen die naar Syrië of Irak reizen om zich aan te sluiten bij Islamitische Staat. Met name jongeren gaan weg als relatieve amateurs maar kunnen terugkomen als professionals. Dat baart de veiligheidsdiensten zorgen.

De rapportage Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN) noemt ook enkele activiteiten van rechts- en links-extremistische groepen, waarbij ook de incidentele confrontaties tussen deze twee worden beschreven.

Meer informatie

Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid

6. Hoe herken ik een radicaliserende jongere?

Signalen zijn vaak lastig te duiden. Een jongere die zich positief uitlaat over de heilige oorlog of nazisymbolen laat zien, kan aan het radicaliseren zijn. Maar het kan ook puberaal uitdagend gedrag zijn. Het hoeft niet direct een signaal van radicalisering te zijn, maar kan reden zijn extra op te letten.

Meer informatie

7. Hoe kan ik als leerkracht, jongerenwerker of beroepskracht in de jeugdhulp voorkomen dat een jongere radicaliseert?

Je kunt dat niet alleen. Belangrijk is dat je je zorgen deelt met collega’s en andere beroepskrachten en eventueel met de ouders van de jongere. Het is ook belangrijk in gesprek te blijven met de jongere en deze niet meteen apart te zetten.

Meer informatie

8. Bij welke organisaties kan ik terecht voor welke vragen?
9. Welk beleid hanteert de overheid ten aan zien van geradicaliseerde jongeren?

Lees ook

Hannes van de Ven

Hannes van de Ven

adviseur werk en inkomen jongvolwassenen