Opgroeien met een pleegbroer of pleegzus, hoe is dat?

Opgroeien met een pleegbroer of -zus, daar kies je als kind zelf niet bewust voor. Joanne was 8 jaar toen haar eerste pleegbroertje in huis kwam. En Samuel weet niet beter dan dat er altijd pleegbroers of -zussen waren. Wat betekent die keuze van hun ouders voor hun eigen jeugd?

‘Het is supergezellig, zo’n groot gezin’, zegt Joanne (19). Ze woont nog thuis, studeert Bestuurskunde en heeft twee broers en twee zussen. Haar oudste broer en zus zijn het huis uit en door de jaren heen ving het gezin zestien pleegkinderen op, van 0 tot ongeveer 3 jaar. De laatste twee pleegzusjes gingen dit jaar terug naar hun eigen familie en de ouders van Joanne zijn met pleegzorg gestopt.

Vijf pleegbroers

Samuel (17) was een jaar of 4 toen zijn eerste pleegbroertje kwam. ‘Nog niet zo lang geleden zijn mijn ouders een gezinshuis gestart om van pleegzorg hun beroep te maken en meer kinderen te kunnen opvangen’, vertelt hij. ‘Er wonen nu vijf pleegbroers tussen 4 en 12 jaar oud bij ons in huis.’ Samuel studeert Elektrotechniek en heeft een oudere zus die ook thuis woont en twee oudere broers die al uit huis zijn. ‘Ik zie dat mijn ouders er gelukkig van worden dat ze andere kinderen kunnen helpen. En ik realiseer me daardoor ook dat niet alle kinderen een goed thuis hebben, terwijl ieder kind dat wel verdient.’

Vanuit haar hart

Joanne herkent dat. ‘Mijn moeder ving pleegkinderen op vanuit haar hart. Ze heeft altijd haar best gedaan om de impact voor ons zo klein mogelijk te houden. En na elke plaatsing overlegden we met het hele gezin of we weer een ander kind zouden opvangen.’

Toch is het volgens Joanne voor ‘eigen kinderen’ soms best lastig om te zien wat pleegzorg vraagt van hun ouders. Als haar moeder een zware dag had, voelde ze dat direct als ze thuiskwam van school. ‘Dat was best vervelend als ik zelf mijn verhaal kwijt wilde. Ik was immers ook met mijn eigen dingen bezig en het voelde alsof er dan inbreuk werd gemaakt op mijn leven.’

Altijd druk

Ook Samuel merkt dat het voor zijn ouders soms niet meevalt om iedereen evenveel aandacht te geven. En er is altijd drukte in huis. ‘Dat kan leuk zijn, maar ook vervelend als je even niets aan je hoofd wilt. Mijn kamer is dan de enige plek waar ik rust vind.’ Wat Joanne lastig vond, is dat ze nooit goed wist wat haar eigen rol was ten opzichte van haar pleegbroers of -zussen. ‘Het draait altijd om het pleegkind en de pleegouders. Het zou fijn zijn geweest als iemand van pleegzorg aan mij had gevraagd hoe ik het ervaarde. Als eigen kind val je er toch een beetje buiten.’

‘Open-minded’

Terwijl ze dat zegt, benadrukt Joanne dat ze haar ouders niet wil afvallen. ‘Pleegzorg was hun keuze, maar ging altijd in overleg. Daarover kon ik ook echt wel met mijn ouders praten. En ik kende de verhalen van mijn pleegbroertjes en -zusjes. Zij hadden het zoveel moeilijker dan ik. Ik begrijp dus goed waarom ze bij ons woonden. En doordat ik met hen opgroeide, ben ik ‘open-minded’ geworden. Ik oordeel niet snel over andere mensen omdat ik niet weet wat ze hebben meegemaakt.’

Een bevrijding

Bij Samuel thuis wordt ondanks de drukte veel gepraat over hoe het gaat. ‘Ik denk wel dat mijn ouders denken dat ik mezelf kan redden. En als er echt iets is, dan trek ik aan de bel.’ Dat deed hij ook toen zijn ouders het heel druk hadden met een pleegbroer die ze steeds in de gaten moesten houden. ‘Ik vond dat hij echt mijn leven beperkte en toen hij vertrok, voelde dat als een bevrijding. Dat hadden mijn ouders echt wel door.’

Afscheid nemen van een pleegbroer of -zus hoort erbij in een pleeggezin. Dat dat niet altijd een opluchting is, weet Samuel ook. ‘Een van mijn pleegbroers woonde al lang bij ons en was echt mijn beste maat. Toen hij vertrok, had ik het daar wel moeilijk mee.’

Rouwproces

Joanne herinnert zich nog goed dat ze haar eerste pleegbroertje na twee jaar terugbrachten naar zijn eigen moeder. ‘Ik was 10 en hij was best wel mijn broertje geworden’, vertelt ze. ‘Maar toen hij zijn eigen familie zag, negeerde hij ons volledig en ik vond dat best heftig. Achteraf denk ik dat je toch door een soort rouwproces gaat, het voelt als verlies. Tegelijkertijd went het ook weer snel om met je eigen familie te zijn. En je weet dat hij weer terug is waar hij hoort.’

Ook gezellig

Zouden Joanne en Samuel zelf ooit pleegouder willen worden? Samuel: ‘Ik voel me nu al wel een soort ouder voor die kids. Maar dat mijn vader zijn baan heeft opgezegd om een gezinshuis te beginnen, vind ik dan wel weer een flinke stap. Als ik zie hoe druk ze zijn, weet ik niet of ik dat zou willen.’

Joanne twijfelt ook. ‘Ik weet welke impact het op mijn ouders heeft gehad. En mijn eventuele partner moet het natuurlijk ook willen. De laatste plaatsing was best heftig en mijn ouders hebben besloten dat het goed is zo. Mijn moeder past nu op twee kleinkinderen en vond het moeilijk om die zorg met pleegkinderen te combineren. Ik ben niet veel thuis, maar de rust is best lekker. Hoewel het ook gezellig is om een 2- of 3-jarig pleegbroertje of -zusje om je heen te hebben.’

Tips voor kinderen van pleegouders

Tips voor pleegouders

  • Neem als pleegouder de tijd om met je eigen kinderen te reflecteren: hoe verloopt de plaatsing, wat gaat er goed en wat zou anders kunnen?
  • Maak tijd vrij om individuele aandacht te geven aan je kind, door samen iets leuks te doen.
  • Afscheid nemen van een pleegkind is niet altijd makkelijk en ieder gezinslid ervaart dat anders. Praat daar veel over met elkaar.

Tips voor professionals

  • Neem als pleegzorgwerker de tijd om de eigen kinderen apart te spreken en te vragen naar hun ervaringen. Kinderen kunnen zich vanuit een loyaliteitsgevoel geremd voelen om te vertellen wat zij werkelijk vinden als hun ouders erbij zijn.
  • Informeer als pleegzorgwerker of de eigen kinderen behoefte hebben aan contact met eigen kinderen uit andere pleeggezinnen om ervaringen te delen.

Lees ook

Alle pagina’s over pleegzorg

Naar het overzicht

Yamuna Ditters

Yamuna Ditters

adviseur transformatie en internationale kennis