Als je kind gepest wordt

Wieke vertelt over de ervaringen van haar dochter Kato met pesten en hoe ze probeerde haar zo goed mogelijk te steunen. Het pesten drukte als een donkere wolk op het gezin. Niet alleen bij dochter Kato zorgde het voor groot verdriet, ook bij moeder Wieke maakte het gevoelens van angst, verdriet, boosheid en machteloosheid los. Dit deed Kato geen goed, voelde Wieke: ‘Pas toen we de focus op Kato gingen leggen en niet meer op de pesters, kwam de omslag.’

In groep 3 begon het pesten toen Kato geen aansluiting vond in de klas. Ze was jonger, speelser en anders dan de andere meiden, een frêle poppetje dat vooral van dieren houdt. Klasgenoten scholden haar uit en schopten haar. Het lukte haar niet om zich hiertegen te verweren. School deed er weinig aan en Wieke besloot in gesprek te gaan met enkele moeders. Dit hielp. Maar in groep 6 begon het pesten opnieuw. Kato was veel alleen, was steeds misselijk en huilerig. Wieke: ‘Soms ging ze vol goede moed naar school om vervolgens met een beteuterd gezicht thuis te komen. Weer een negatieve ervaring erbij.’

Ze wilde echt niet naar school

Op een ochtend, jas al aan, rugzak – met geluksknuffel erin – op de rug, zette Kato met alle kracht die ze in zich had haar handen tegen de voordeur, zodat Wieke deze niet kon opendoen. Ze wilde echt niet naar school. Wieke: ‘Ik heb al mijn afspraken afgezegd en samen zijn we naar het bos gegaan voor een lange wandeling.’

Ik merkte aan mezelf dat ik steeds bozer en verdrietiger werd’, vertelt Wieke. Het ene moment wilde ik als een leeuwin mijn kind beschermen, het volgende voelde ik haar verdriet en leed ik met haar mee. Ik werd soms niet alleen boos op de pesters, maar ook op Kato: ‘Waarom vraag je of je mee mag doen? Zeg gewoon dat je meedoet!’ Ze begreep er niets van dat ik geïrriteerd raakte. Het was pure machteloosheid, ik wist gewoonweg niet meer hoe te handelen.

‘Anderen begrepen de impact niet die het op mij had, dit gaf een eenzaam gevoel. Ik was inmiddels zelf ook bang geworden van de pesters. Bij thuiskomst bevroeg ik haar: ‘Heb je die nog gezien? Heeft die nog wat gezegd?’ Of ik zei: ‘Als het nog een keer gebeurt, ga je van school af.’ Zo voedde ik haar als het ware in haar zwakte.

Natuurlijk waren de pestervaringen niet fijn, maar Kato is er ook door gegroeid: ze trekt sneller haar schouders op, heeft meer zelfvertrouwen en durft voor zichzelf te kiezen.

De omslag

Op verzoek van Kato ging Wieke weer met de moeders gaan praten. ‘Hoort erbij’, zeiden ze dit keer. Oké, dacht ik, we moeten dit nu zelf oplossen. Achteraf heeft deze houding Kato gesterkt. Wij namen nu zelf de verantwoordelijkheid en focusten ons op haar: op haar kracht en vertrouwen. We richtten ons niet langer op de pesters.’

Wieke: ‘Het begin was broos. Het hielp ons om gedachtes te hebben, zoals: Dit gaat wel weer over. Of: Hier leer je van. Gaandeweg werden we sterker. Toen het pesten op de middelbare school opnieuw begon, kon ze het makkelijker van zich af laten glijden. Op een dag vertelde ze dat ze de hele pauze was geslagen: "Als je iets groens ziet, mag je Kato slaan". Kato droeg die dag een groen t-shirt. Dit vond ik te ver gaan. Ik heb de mentor ingeschakeld die de pestcoördinator er direct bij betrok.

Tijdens een mentorles is sterk neergezet dat pestgedrag niet wordt geaccepteerd op deze school. Iedereen hoort zich er veilig te voelen. Hij lichtte alle rollen uit en maakte de impact van pesten invoelbaar. Hij sprak af dat de kinderen het aan hem melden als ze zien dat iemand gepest wordt. Zonder dat Kato werd genoemd, voelde ze zich gehoord en gesteund.'

Weer vroegen we haar: Wat heb jij nodig? Ze bleek helemaal geen behoefte te hebben aan slierten vriendinnen en leerde van zichzelf uit te gaan. Er waren ook meiden in de klas met wie ze wel een klik voelde en met hen zocht ze contact. En had ze geen zin om ergens aan mee te doen? Dan ging ze niet.’

Ze heeft meer zelfvertrouwen gekregen

Hoe is het nu met Kato? Wieke: ‘Elk jaar wordt ze sterker. Ze vindt het niet nodig zich aan te passen om erbij te horen en dit bewonder ik in haar. Ze houdt van haar kleine, veilige wereld. Haar vriendengroep uit de straat vormt voor haar een veilige haven. Ooit zei ze hierover: "Het fijne is dat iedereen erbij hoort, omdat we in dezelfde straat wonen."

Natuurlijk waren de pestervaringen niet fijn, maar ze is er ook door gegroeid: ze trekt sneller haar schouders op, heeft meer zelfvertrouwen en durft voor zichzelf te kiezen. Voor mij was het eveneens leerzaam: als ik rustig blijf en vol vertrouwen reageer op haar verdriet, blijft zij ook rustig. Daarnaast weet ik nu dat ik het niet voor haar hoef op te lossen, ik kan haar vragen: wat is voor jou nu helpend? Verder heb ik geleerd om de aandacht te richten op wat wel goed gaat. Dan valt op dat er ook veel succesmomenten zijn.’

Tips van Wieke: wat haar geholpen zou hebben

  • Ik denk dat ouders zich niet snel bij school melden met pestervaringen. Neem hen als school daarom serieus als ze wel komen. Vraag: wat kan ik voor je doen? Wat kan ik de doen om de veiligheid voor de hele klas te waarborgen? Dit zou voor ons een positief verschil hebben gemaakt op de basisschool.
  • Wat ik gemist heb, is iemand die echt naar me luisterde, zonder meteen met oplossingen aan te komen. Ik had vaak het gevoel dat mensen niet begrepen welke impact het pesten heeft op het kind en op het gezin.

Lees ook

Mirella van den Burg

Mirella van den Burg, MSc

adviseur onderwijs-jeugdhulp en vakmanschap