Praten met kinderen over ingrijpende gebeurtenissen

Er gebeuren ingrijpende dingen in het leven. Is er iets ingrijpends gebeurd in jullie gezin? Op school of in de wijk? Of is er iets in het nieuws wat jullie bezig houdt? Bijvoorbeeld het overlijden van een dierbare, de vermissing van een kind, de oorlog in Oekraïne of de zorgen over het klimaat? Het kan zijn dat jouw kind er vragen over heeft. Misschien is je kind er gewoon nieuwsgierig naar, maakt je kind zich zorgen, of begrijpt het niet wat er precies aan de hand is.

Het is goed om hierover te praten, maar hoe pak je dat aan? Het belangrijkste is: stel vragen en luister naar je kind. Deze tips kunnen jou helpen bij dit gesprek.

Tip 1. Kijk, luister en stel vragen

Kinderen voelen het aan als er iets spannends, nieuws of naars aan de hand is. Misschien begint je kind er zelf over. Maar ook als je kind dat niet doet, is het goed om erover te praten. Begin met vragen stellen. Bijvoorbeeld: Wat houdt jou bezig? Hoe voel jij je over...? Wat heb jij gehoord over...? Weet jij wat er aan de hand is? Wat heb jij gezien op sociale media?

Stel open vragen waar je kind méér op kan antwoorden dan alleen ja of nee. Zo kom je erachter waar jouw kind over nadenkt en of jouw kind zich zorgen maakt over de situatie.

Kijk goed naar je kind. Denk je aan het gedrag of de lichaamshouding te zien dat jouw kind zich zorgen maakt? Gedrag en lichaamshouding zeggen soms meer dan duizend woorden. Het gedrag van je kind kan laten zien dat er vragen of emoties zijn waar je kind de woorden niet voor kan vinden. Bespreek dit en stel er vragen over. Is je kind bijvoorbeeld stiller, meer terughoudend of juist drukker dan normaal? Stel dan een vraag, bijvoorbeeld: 'Ik merk dat je wat stiller bent. Vertel eens, waar denk je aan?'

Als je kind zegt zich geen zorgen te maken of er niet over wil praten, hoef je niet aan te dringen. Je kunt er altijd later nog eens op terugkomen als je wat merkt aan je kind.

De emoties en gevoelens die jouw kind ervaart, zijn echt en mogen er zijn. Benoem en erken ze. Praat erover met elkaar om erachter te komen welke gedachten en vragen bij deze gevoelens horen. Dat kan weer helpen om de situatie beter te snappen en er goed mee om te gaan.

Tip: er bestaan ook emotiekaartjes die jullie kunnen helpen om samen over gevoelens te praten. Deze kaarten zijn er voor verschillende leeftijdsgroepen en zijn vaak gratis te downloaden.

Tip 2. Wees eerlijk

Geef eerlijk antwoord op vragen, zonder je kind bang te maken. Doe dit bijvoorbeeld door niet te veel informatie toe te voegen. Heeft je kind zorgen? Zeg dat je die zorgen begrijpt en stel je kind gerust. Vertel bijvoorbeeld dat er al aan oplossingen gewerkt wordt. Zeg niet dat er niets aan de hand is. Een kind merkt aan veel dingen dat het leven anders is dan normaal.

Maak jij je zorgen over de situatie? Wees daar eerlijk over. Ben je bewust van je eigen gevoelens. Als je zelf bang of gestrest bent, is de kans groot dat je kind dat merkt. Als je er eerst met iemand anders over praat ben je vaak wat rustiger en kun je het gesprek iets minder gespannen aangaan.

Let op: ken je de wet van de dubbele bescherming? Kinderen beschermen hun ouders door niets te zeggen als ze merken dat hun ouders bang of bezorgd zijn. Ouders doen hetzelfde, omdat ze hun kind niet onnodig bang willen maken. Als ouder doorbreek je dit door vragen te stellen. Zo kom je erachter of je kind bang is.

Tip 3. Houd je antwoord kort

Blijf met je antwoord zo dicht mogelijk bij de vraag van je kind. Ga niet uitweiden. Pas je antwoord aan de leeftijd en het karakter van je kind aan. Door te vragen wat hij of zij al weet kun je jouw antwoord aanpassen en gebruik maken van de woorden die jouw kind gebruikt. Heb je een jong kind? Voeg niet te veel informatie toe. Check of jouw antwoord voldoende is. Vraag bijvoorbeeld: 'Heb je daar nog meer vragen over?'

Geef antwoord op de vragen van je kind voor zover dat lukt. Je hoeft niet alle antwoorden te hebben. Zeg bijvoorbeeld: 'Ik weet het ook niet, maar gelukkig zijn er slimme mensen die dit nu gaan aanpakken.' Zo'n antwoord kan al rust geven.

Tip 4. Leg uit, geef informatie of zoek samen op

Gebruik hulpmiddelen, zoals een bijpassend prentenboek. Of misschien is er een item over geweest in het Jeugdjournaal. Dat kan helpen de situatie uit te leggen op een manier die past bij jouw kind. Bij de bibliotheek kunnen ze je goed helpen het juiste boek te kiezen. Het kan ook fijn zijn om eens te praten met anderen in dezelfde situatie. Ervaringen delen kan helpen.

Kinderen kunnen zich vaak beter aanpassen aan situaties dan volwassenen. Ben je hiervan bewust tijdens het uitleggen. Wat jij lastig vindt, hoeft voor je kind soms geen enkel probleem te zijn.

Tip 5. Vertel wat jouw kind zelf kan doen

Bij een ingrijpende gebeurtenis kunnen kinderen zich machteloos voelen. Een kind vindt het vaak fijn om 'nodig te zijn' en iets bij te dragen. Door iets te doen of te ondernemen kun je samen grip krijgen op de situatie. Je kunt vragen welke ideeën jouw kind heeft om de situatie beter te maken. Ook kan het helpen als jouw kind er kan zijn voor iemand anders die iets ingrijpends meemaakt. Bijvoorbeeld door een kaart te sturen aan iemand die dat volgens jullie nodig heeft.

Tip 6. Blijf erover praten

Heb je al vaker gepraat over de situatie? Blijf dat doen. Zo blijf je in gesprek en weet je wat er in je kind omgaat. Kies een spontaan moment, bijvoorbeeld als jullie samen de tafel dekken. Of knoop een gesprekje aan als je kind jou een vraag stelt.

Tip 7. Let op meeluisteren

Wees je ervan bewust dat kinderen vaak automatisch meeluisteren met gesprekken tussen volwassenen. Of ze luisteren mee met het Journaal voor volwassenen. Daardoor kan jouw kind bang worden. Het krijgt misschien meer informatie dan het aankan. Let daar op. Jij weet wat jouw kind aankan. Praat daarom zelf met je kind over de situatie.

Tip 8. Sluit het gesprek positief af

Een gesprek positief afsluiten is altijd fijn. Zoek samen naar de positieve kanten van het verhaal, of vertel dat er bijvoorbeeld veel mensen zijn die naar jullie of elkaar omkijken.

Het kan ook fijn zijn om een activiteit te doen waar je bij beweegt als daar tijd voor is. Daardoor kom je even uit het hoofd en lukt het weer te ontspannen. Een kind heeft het ook nodig om vrolijk te zijn en hoeft zich niet schuldig te voelen als het in een verdrietige periode ook vrolijk kan doen.

Benoem wat er goed gaat in het gezin, in de wijk, het land of de wereld. Vraag wat je kind de afgelopen tijd heeft geleerd. Vertel ook wat jij fijn vindt in deze tijd en wat jij hebt geleerd. Misschien kunnen jullie samen een collage maken van alle leuke dingen die jullie hebben gedaan en nog een keer kunnen doen.

Sluit het gesprek af met een opmerking als: 'We kunnen er altijd nog een keer verder over praten', zodat jouw kind weet dat het altijd bij jou mag terugkomen met vragen.

Zoek je als ouder of opvoeder hulp of advies? Bekijk hier waar je terecht kunt.

Hulp en advies voor ouders