Omgaan met de gevolgen van het coronavirus

Ondersteuning kinderen in kwetsbare positie vanwege coronamaatregelen

Initiatieven van gemeenten- laatste actualisatie: 4 mei 2020

Wat is de rol van de gemeente?

Gemeenten coördineren de noodopvang in overleg met kinderopvangorganisaties en scholen. Zij moeten zorgen voor voldoende aanbod voor kinderen in de leeftijd van 0-12 jaar. Gemeenten staan voor de afweging om te bepalen welke kinderen en jongeren voor noodopvang in aanmerking komen. Dit gebeurt in overleg met betrokken instanties als schoolbesturen en samenwerkingsverbanden, kinderopvang, wijkteams en jeugdgezondheidszorg. Bij deze instanties zijn deze kinderen vaak al bekend. Op haar website geeft de VNG adviezen over het realiseren van de noodopvang. Lees ook de brief over continuïteit in de hulp en opvang voor kinderen.

Het ministerie van OCW heeft de afspraak gemaakt dat gemeenten aan kinderen in kwetsbare situaties opvang, onderwijs of didactische begeleiding bieden als dat nodig is. Zie hier de brief die hierover op 20 maart aan de Tweede Kamer is gestuurd. Op 3 april heeft de Minister de Tweede kamer geïnformeerd over de stand van zaken en aanvullende maatregelen uitgevaardigd. In het verlengde van het bieden van noodopvang moeten gemeenten samen met de samenwerkingspartners ook lokaal maatwerk bieden. Op deze manier wil het ministerie waarborgen dat ieder kind in een kwetsbare situatie in beeld is.

Noodopvang 

Wat houdt noodopvang precies in? Welke groepsgrootte moet je aanhouden? Hoe zit het met de inzet van personeel? Welke adviezen en richtlijnen gelden er? Lees het antwoord op al deze vragen op de pagina Wat is noodopvang?.

Uitgangspunt is dat noodopvang beschikbaar is voor ouders in cruciale beroepen. Gemeenten, scholen en kinderopvang kunnen daarnaast maatwerk bieden, bijvoorbeeld in de vorm van noodopvang voor kinderen in een kwetsbare positie. Ouders en professionals kunnen bij de opvang of school aangeven dat zij noodzaak zien voor noodopvang of andere begeleiding voor deze kind(eren). Uiteraard kan de school of kinderopvangorganisatie ook zelf handelen als zij daarvoor mogelijkheden ziet. De opvang of school stemt dit af met de gemeente, die regie heeft.

Noodopvang in de meivakantie

In zijn brief van 3 april gaf minister Slob aan dat gemeenten, scholen en kinderopvangorganisaties er samen voor zorgen dat er ook in de meivakantie voldoende noodopvang is; zowel voor ouders die werken in cruciale beroepen, als voor kinderen in kwetsbare posities. Eerst wordt onder regie van de gemeente regionaal/lokaal de behoefte aan noodopvang in de meivakantie geïnventariseerd. Tevens wordt bekeken waar capaciteitsproblemen ontstaan en hoe deze gezamenlijk opgelost kunnen worden.

Noodopvang na de meivakantie

Nu de basisscholen vanaf 11 mei weer geleidelijk open gaan, bekijken de scholen, kinderopvang en gemeenten opnieuw hoe de behoefte aan noodopvang eruit ziet en welk maatwerk hierbij past. De Rijksoverheid geeft aan dat het uitgangspunt hierbij is dat de noodopvang blijft.
Lees het advies van de VNG over het realiseren van de noodopvang.

Zie ook de beantwoording van meest gestelde vragen door de VNG:  https://vng.nl/artikelen/vragen-en-antwoorden-corona-sociaal-domein#Noodopvang.

Kijk ook de pagina Noodopvang voor kinderen in een kwetsbare positie – Informatie voor professionals.

Leerlingenvervoer

Het leerlingenvervoer kan vanaf 11 mei op de normale manier van start gaan. Leerlingen onderling en leerlingen en de chauffeur hoeven geen anderhalve meter afstand te bewaren. De chauffeur kan dus helpen bij het in- en uitstappen van de leerlingen. Ook zijn er geen extra maatregelen nodig om contact tussen de chauffeur en de leerlingen te voorkomen.

Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV) stelde samen met de vakbonden FNV en CNV het protocol leerlingen- en kinderopvangvervoer op. Dit protocol gaat in op de praktische aspecten rondom veiligheid en hygiëne waarmee vervoerders rekening moeten houden.

Het is belangrijk dat er lokaal en regionaal goed overleg plaatsvindt tussen scholen, kinderopvangorganisaties, vervoerders en gemeenten over hoe het vervoer weer opgestart wordt bij de heropening van de scholen.

Samen optrekken rond kinderen in kwetsbare posities

Scholen en gemeenten dragen zorg voor een passende aanpak voor kinderen in kwetsbare posities. De bekendheid met elkaars wereld maakt dat er snel en efficiënt gehandeld kan worden in en na de coronatijd. Bekijk de drie filmpjes over het vormgeven van de goede samenwerking. 

Samenwerking passend onderwijs in Noord-Kennemerland

Astrid Ottenheym legt uit hoe zij de kinderen in een kwetsbare situatie ondersteunen bij het realiseren van passend onderwijs thuis. 

Samenwerking passend onderwijs

Bekijk de aanpak in de regio Noord-Kennemerland

Hoe werkt het Samenwerkingsverband Lekstroom samen?

Marjolein Sluijters vertelt hoe zij samenwerkt met professionals, ouders en gemeente om de kinderen in een kwetsbare situatie te ondersteunen. 

Lekstroom

Bekijk de aanpak in de regio Lekstroom

Samenwerking passend onderwijs in Eemland

Brigitta Gadella vertelt hoe de scholen en gemeenten samen zorg dragen voor een passende aanpak voor kinderen in kwetsbare posities in coronatijd.

Amersfoort Samenwerkingsverband

Bekijk de aanpak in de regio Amersfoort

De inzet van leerplichtambtenaren

Als een school/onderwijsinstelling niet is gesloten, geldt de Leerplichtwet. Voor leerlingen met bijzondere gezondheidsrisico’s kan in overleg met de huisarts of GGD een uitzondering worden gemaakt. Leerlingen waarvoor een quarantaineadvies geldt, zijn vrijgesteld van de leerplicht op grond van de Leerplichtwet (artikel 11 g).

De coronaperiode is een uitzonderlijke tijd. De leerplichtambtenaar en de RMC-functionaris zijn in de coronatijd gericht op het houden van contact met ouders en leerlingen/studenten. Zij proberen leerlingen/studenten te stimuleren om deel te nemen aan het onderwijs thuis en op school. Zij richten zich nu dus niet op het handhaven van de Leerplichtwet. Leerplichtambtenaren maken in de coronaperiode geen proces-verbaal op. 

Wanneer een school constateert dat een leerling niet op school komt, is het belangrijk dat de school het gesprek aangaat met de ouders. Het doel hiervan is te onderzoeken wat de reden hiervoor is. De school kan vervolgens een melding van ‘overig verzuim’ doorgeven, zodat de leerplichtambtenaar samen met de school kan bepalen welke maatregelen gewenst zijn. Door scholen een verzuimmelding te laten doen, ontstaat er een wettelijke basis om persoonsgegevens te delen en mag de leerplichtambtenaar in contact treden met de ouders en/of leerling.

Als het gaat om kinderen in een kwetsbare positie is het des te belangrijker dat deze kinderen in het vizier zijn. Het allerbelangrijkste is dat de leerplichtambtenaar met de school en met het samenwerkingsverband afstemt hoe ze samen contact houden met de ouders en/of leerling. 

Leerlingen in het basisonderwijs gaan vanaf 11 mei ongeveer voor de helft van hun lestijd naar school, in kleinere groepen. De andere helft van de lestijd besteden ze thuis. Leerlingen in het speciaal basisonderwijs gaan vanaf 11 mei weer alle dagen naar school.

De protocollen die de PO-raad heeft ontwikkeld geven de volgende richtlijnen:

  • Kinderen met verkoudheidsklachten (hoesten of keelpijn of een neusverkoudheid of loopneus) of verhoging of koorts boven de 38 graden en/of benauwdheidsklachten, gaan niet naar school. De kinderen mogen in principe weer naar school nadat zij 24 uur klachtenvrij zijn.
  • Leerlingen die behoren tot een risicogroep kunnen worden vrijgesteld van fysiek onderwijs (beslissing van ouder(s)/verzorger(s) in overleg met de school). Kinderen en jongeren onder de 18 jaar worden veel minder besmet het coronavirus, en als ze besmet raken dan verloopt zo’n infectie veel minder dan bij volwassenen. Dit geldt ook voor kinderen en jongeren met een chronische ziekte. Een kind met een chronische ziekte zal waarschijnlijk vergelijkbaar reageren als op andere verkoudheidsvirussen. Zij lijken geen groter risico te lopen op een ernstig beloop van een corona infectie dan gezonde kinderen. Voor jongeren van 16 jaar en ouder met ernstig overgewicht (BMI > 40) is dit onbekend. Voor deze kinderen gelden dezelfde regels als voor gezonde kinderen. Een infectie met het coronavirus kan bij kinderen met een stofwisselingsziekte of epilepsie wel leiden tot ontregeling waardoor aanpassingen in de behandeling nodig zijn. De Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde beschrijft dit op hun website.
  • Leerlingen van wie gezinsleden tot een risicogroep behoren kunnen worden vrijgesteld van fysiek onderwijs (beslissing van ouder(s)/verzorger(s) in overleg met de school). Zie hierboven risicogroep kinderen. Het standpunt NVK geldt voor zowel kinderen als adolescenten. Ouderen van 70 jaar en ouder behoren tot de risicogroep. Dat geldt ook voor mensen van 18 jaar en ouder met chronische hart- en long- of luchtweg aandoeningen waarvoor behandeling door de specialist nodig is, ernstige nieraandoeningen waarvoor dialyse of niertransplantatie nodig is, ernstig leverlijden, ernstige obesitas, slecht ingestelde diabetes of diabetes met secundaire complicaties, ernstige HIV, verminderde weerstand door auto-immuunziekten, het gebruik van medicijnen of chemotherapie of bestraling tegen kanker in de afgelopen 3 maanden. Deze mensen lopen een grotere kans op een ernstig beloop van een corona-infectie.  
  • Zijn er echter in het gezin/huisgenoten met verkoudheidsklachten (keelpijn of hoesten of een neusverkoudheid of loopneus) en koorts bij meer dan 38 graden en/of benauwdheidsklachten, dan blijven de kinderen ook thuis en binnen. Er komen geen vriendjes/vriendinnetjes op bezoek. Zij mogen dan weer naar school als iedereen in het gezin/huisgenoten langer dan 24 uur klachtenvrij is.

Meer informatie

Ingrado, de vereniging van leerplichtambtenaren en de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie (RMC) heeft een handreiking opgesteld om het voor leerplichtambtenaren makkelijker te maken om in contact te komen met gezinnen.

Tips uit de initiatieven van gemeenten voor noodopvang

Onderstaande tips zijn verzameld bij gemeenten uit het hele land en worden dagelijks aangevuld.

Tip 1. Zoek nauwe samenwerking met maatschappelijke partners

Veel gemeenten werken intensief samen met alle onderwijs en kinderopvangorganisaties, gastouders, jeugdhulpaanbieders in hun gemeente of regio. Zij maken met deze partners afspraken over de uitvoering van de noodopvang. Een nauwe samenwerking op basis van vertrouwen is van belang om de noodopvang te kunnen realiseren.

  • In Zeeland hebben 13 gemeenten, de samenwerkingsverbanden passend onderwijs en de gezamenlijke jeugdhulpaanbieders samenwerkingsafspraken gemaakt. Lees meer over de aanpak in de Zeeuwse gemeenten.
  • Gemeente Uden werkt samen met scholen en kinderopvangorganisaties voor onderwijs en opvang voor kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Lees meer over de aanpak in de gemeente Uden.
  • Gemeente Oss en haar partners werken niet met een vastomlijnde definitie van ‘kwetsbaarheid’. Elke situatie vraagt iets anders. Partijen vertrouwen daarbij op elkaars professioneel inzicht. Bekijk hier de uitgangspunten van de gemeente Oss
  • Jeugdteams Zuid Holland Zuid bespreekt in overleg met haar cliënten of zij extra hulp nodig hebben de aankomende periode. Zij bespreken ook op welke manier dat het prettigste is. Lees meer over de ondersteuning voor jeugd en gezinnen in Zuid-Holland Zuid. 
  • Aanbieders in de gemeente Utrecht leggen actief contact met de gezinnen waarvan zij inschatten dat een mogelijk risico zich voordoet en handelen waar dit nodig blijkt. Lees meer over de aanpak bij risicogezinnen in Gemeente Utrecht (onder de kop SAVE en Veilig Thuis). 
  • De gemeente Hellendoorn maakte afspraken met de toezichthouders van de GGD hoe zij omgaan met de handhaving van de Wet Kinderopvang (WKO). Zie hier meer informatie over deze regeling.

Tip 2. Benut beschikbare kennis en ervaring van partners

Als gemeente heb je inzicht nodig voor welke kinderen zorg, dagopvang of kinderopvang nodig is. Sommige gezinnen en kinderen zijn al bekend, maar ook kunnen er signalen binnenkomen van gezinnen die nog niet bekend zijn. Dit vraagt om maatwerk en om afstemming met de scholen, zorgpartners en andere instanties. Maak hier met elkaar goede afspraken over en benut hierin de beschikbare kennis en ervaring van partners bij beoordeling van de opvang. Besteed daarnaast ook aandacht aan opvang voor de doelgroep 0 tot 4 jaar.

  • In de gemeente Zutphen gebeurt inzet van noodopvang, zorg of ondersteuning altijd in afstemming met consulenten van het Team Jeugd. Bekijk hier de informatie over de opvang in de gemeente Zutphen.
  • Gemeente Zwolle beoordeelt aanvragen of een kind tussen 0-4 jaar in aanmerking komt voor noodopvang via het sociaal wijkteam. Het ondersteuningsteam in het onderwijs beoordeelt de opvang van 4-18 jarigen in het onderwijs. Lees hier meer op de website van het sociaal wijkteam Zwolle.
  • Het CJG in Kampen houdt de regie op signalen die vanuit ouders, scholen of vanuit het CJG zelf binnenkomen. Ze kijkt samen met onderwijs naar de opvangmogelijkheden. Lees hier meer op de website van de gemeente Kampen.
  • De afweging of de thuissituatie onveilig is, wordt in Gemeente Arnhem gemaakt door het sociale wijkteam in afstemming met de school of kinderopvangorganisatie. Bij zorgen over de veiligheid wordt contact opgenomen met het wijkteam. Lees meer over de noodopvang in Gemeente Arnhem.
  • De gemeenten Altena en Gorinchem hebben in een brief inzichtelijk gemaakt welke rol het samenwerkingsverband kan spelen wanneer er verschillende inzichten spelen rondom de noodzaak van opvang.

Tip 3. Denk samen na over alternatieve vormen van opvang, activiteiten en begeleiding

Bedenk samen met partners (bijvoorbeeld scholen, zorg- en welzijnsaanbieders) of er mogelijkheden zijn voor het organiseren van alternatieve vormen van opvang, activiteiten en begeleiding.

Tip 4. Maak gezamenlijk een werkproces en afwegingskaders

Het helpt om een gezamenlijk werkproces af te spreken. In sommige gemeenten wordt er een coördinator aangesteld die overzicht houdt op de binnengekomen aanvragen. Ook het gebruik van gezamenlijk opgestelde beslisbomen, stroomschema’s of afwegingskaders kunnen helpen om de samenwerking te optimaliseren.

  • 13 Zeeuwse gemeenten inventariseren via eenzelfde format over welke jongeren er zorgen zijn en geven een inschatting binnen hoeveel tijd er mogelijk sprake zal zijn van een crisis. De lokale teams brengen alle informatie bij elkaar en coördineren de besluitvorming over de toegang tot noodopvang en onderwijs. Lees meer over de aanpak in de Zeeuwse gemeenten.
  • Het Sociaal Domein Fryslân en het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs Friesland hebben richtlijnen opgesteld voor bestuurders, wijk- en gebiedsteams, onderwijsinstellingen, gecertificeerde instellingen, kinderopvangorganisaties en zorgaanbieders van Friesland. Bekijk de informatie en de Friese richtlijn opvang voor kwetsbare kinderen.
  • De gemeente Zeist richtte een werkproces in met een medewerker van het CJG als coördinator. Alle aanvragen voor opvangmogelijkheden bij scholen lopen daardoor via een professional. Lees meer informatie over het werkproces in Zeist.

Tip 5. Maak afspraken over leerlingenvervoer

Voor een bepaalde groep kinderen is het van belang dat zij naar de opvang of behandellocaties kunnen. Dit heeft consequenties voor het leerlingenvervoer. Maak daarom afspraken met de uitvoerende organisaties over het handhaven van de richtlijnen van het RIVM. Bijvoorbeeld door een maximaal aantal leerlingen per busje te vervoeren.

Ieder kind in beeld

De VNG heeft via de veiligheidsregio’s de volgende aanpak met gemeenten gedeeld om ieder kind in beeld te krijgen. 

  • Scholen zijn de oren en ogen van de gemeenten.
    De signalering dat kinderen niet deelnemen of bereikt worden ligt in eerste instantie bij de scholen. In alle gemeenten heeft de afdeling handhaving een belangrijke rol als het gaat om naleving van de richtlijnen. De buitengewoon opsporingsambtenaren zijn ook alert op het aanspreken van kinderen tijdens schooltijd.
  • Signalen worden door leerplicht ingebracht.
    Op basis van de signalen van leerplicht wordt besloten of een wijkteam, jeugd- en gezinscoach of een leerplichtambtenaar de voorliggende partij is om de kinderen te benaderen. De regie hiervoor ligt bij de gemeente. De afspraak is dat samen bepaald wordt wie een eventueel bezoek ‘aan de deur’ brengt.  aarbij worden de RIVM-richtlijnen gehanteerd. De functie van de leerplichtambtenaar en de RMC-functionaris is daarbij gericht op een gedeelde maatschappelijke zorg, waarbij het contact met de leerling/student centraal staat. Het gaat in dit geval niet om het handhaven van de Leerplichtwet.
  • Afspraken maken over vervolg. 
    Na contact met de leerling/student worden afspraken gemaakt over de betrokkenheid van het lokale team, Veilig Thuis of jeugdhulpverleningsketen bij het kind/de jongere/de student.
  • Gemeente regelt een loket. 
    Als onderdeel van de maatregelen is ook afgesproken dat gemeenten aan alle scholen en schoolbesturen duidelijk maken waar zij zich kunnen melden (bij welk ‘loket) om te kijken of de groep kinderen/jongeren die in beeld moet zijn ook daadwerkelijk in beeld is.

Jouw reactie

Heb je vragen of opmerkingen over de informatie over omgaan met de gevolgen van het coronavirus op onze website? Dan kun je reageren via coronavirus@nji.nl. Hiermee kunnen we de informatie op onze website actualiseren.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies