Leven en werken met het coronavirus

Veelvoorkomende vragen over omgangsregeling en hulp bij scheiding

Laatste actualisatie: 22 september 2020

Tijdens de persconferentie van 18 september heeft het kabinet enkele gewijzigde maatregelen bekend gemaakt vanwege de zorgelijke situatie in enkele regio's. Zie Rijksoverheid.nl. Ook nemen deze regio's aanvullende maatregelen. Omdat nieuwe maatregelen niet ten koste mogen gaan van kinderen en jongeren, is het belangrijk om samen een balans te zoeken. Lees meer

Omgang van kinderen met gescheiden ouders

Waar moeten ouders en kinderen rekening mee houden tijdens een omgangsregeling?

Het coronavirus is voorlopig nog onder ons en beïnvloedt ons dagelijkse leven. Het is belangrijk dat de omgangsregeling tussen ouders en kinderen volgens de vaste afspraken verloopt. 

Eigenlijk is alles mogelijk als niemand klachten heeft. Kinderen en jongeren tot 18 jaar kunnen fysiek contact hebben en hoeven onderling geen anderhalve meter afstand te behouden, ook niet van hun ouders. Mensen die met elkaar in een huishouden wonen ook niet. 

Voor jongeren vanaf 13 jaar geldt dat zij anderhalve meter afstand moeten houden van andere volwassenen, als zij niet tot eenzelfde huishouden behoren. Officieel betekent een huishouden: alle echtgenoten, geregistreerde partners of andere levensgezellen en ouders, grootouders en kinderen, voorzover zij op één adres wonen. Ouders kunnen echter samen afspraken maken of zij beiden plekken als een huishouden zien. Kinderen en ouders hoeven dan op beide adressen geen anderhalve meter afstand van elkaar te houden. Wel is het dringende advies niet meer dan zes personen te ontvangen in je huis of in de tuin. Kinderen tot en met 12 jaar en mensen die in je huis wonen, niet meegerekend. Daarbij moet je vooraf vragen of je gasten geen (milde) klachten hebben, zoals verkoudheid of koorts. Dit is omdat veel besmettingen in huiselijke kring plaatsvinden.

Lees meer op de pagina Omgang en bezoek in specifieke situaties.

Hoe zit het met de opgelegde omgangsregelingen?

De omgangsregeling zoals uitgesproken door de rechtbank blijft van toepassing. Indien geen van de betrokkenen klachten heeft, is er geen belemmering voor omgang. Het is wel van belang dat iedereen de algemene hygiënemaatregelen van het RIVM in acht neemt.

Na het met ouders, kinderen en jongeren wegen van de fysieke en mentale gezondheid van de verschillende betrokkenen kun je samen besluiten om de omgangsregeling op een andere manier uit te voeren. Indien bijvoorbeeld een van de betrokkenen verkoudheidsklachten en/of koorts heeft, is een tijdelijk alternatief passend. In plaats van bezoek kan er bijvoorbeeld contact zijn via video-bellen. Als gezinsvoogd hoef je voor dit besluit geen verzoek in te dienen bij de rechtbank.

Hoe faciliteer ik een begeleide omgang?   

Indien er bij geen van de betrokkenen klachten zijn van verkoudheid of koorts, dan kan de begeleide omgang doorgaan. Het is belangrijk dat iedereen voorafgaand aan de omgang zijn of haar handen wast. Het is van belang dat er anderhalve meter afstand behouden kan worden tussen de verschillende betrokken volwassenen en jongeren van 13 jaar of ouder. Dat geldt niet tussen ouders en hun kinderen als afgesproken is dat de jongere tot het huishouden van beide ouders behoort. Denk van tevoren na hoe je dit mogelijk kan maken, bijvoorbeeld door de gesprekskamer op een ander manier in te richten. Daarbij is het belangrijk om eventueel speelgoed te reinigen, zowel voor als na het bezoek.

Wees alert tijdens de bezoekregeling. Merk je toch verkoudheidsklachten op bij een van de betrokkenen, stop dan de omgang.

Leer van iedere ervaring en pas je volgende bezoek daarop aan.

Mag een hulpverlener beslissen om de omgang niet door te laten gaan?

Kinderen van gescheiden ouders hebben recht op omgang met beide ouders. Het is belangrijk om zoveel mogelijk de bestaande afspraken door te laten gaan. Soms is, door de adviezen van de Rijksoverheid, face-to-face contact niet mogelijk. Kies dan voor een andere vorm van contact. Denk bijvoorbeeld aan beeldbellen of 'raamcontact'.

Face-to-face contact kan niet doorgaan als een of meer van de betrokkenen ziek is. Met ziek zijn bedoelen we: verkoudheidsklachten (hoesten of keelpijn of een loopneus of neusverkoudheid) of meer dan 38 graden koorts en/of benauwdheidsklachten. Onder betrokkenen verstaan we: het kind, een ouder of een andere huisgenoot.

Kinderen van 0 tot en met 12 jaar (kinderopvang en basisonderwijs) mogen met een neusverkoudheid en/of een loopneus  en zonder koorts gewoon omgang hebben met hun ouders of anderen. Dat mag alleen op voorwaarde dat zij niet in het bron- en contactonderzoek zitten van iemand die positief getest is op het coronavirus en geen gezinslid hebben met koorts of benauwdheid. Ook kinderen met jaarlijks terugkerende verkoudheidsklachten zoals hoesten of benauwdheid door een bekende oorzaak, zoals hooikoorts of astma, mogen gewoon omgang hebben met hun ouders of anderen.

Hoest een betrokkene of heeft hij verhoging, keelpijn, een loopneus of neusverkoudheid, maar heeft hij geen koorts of benauwdheidsklachten? Dan kan in uitzonderlijke situaties het face-to-face contact toch doorgaan. Er moet dan wel sprake zijn van een groot belang voor het kind. Dit vergt een zorgvuldige afweging van de professional met alle betrokkenen. Bij het doorgaan van dit contact is goede voorbereiding vereist.

Professionele begeleiding bij conflicten

Ouders worden het niet eens over de omgang. Wat kan ik doen?

Focus op de-escalatie

Richt je op het de-escaleren van de situatie en niet op het behandelen van het probleem. Het is aan te raden om situaties met een koel hoofd en een warm hart aan te pakken. Met de focus op: wat gebeurt hier nu, op dit moment? Een houding die je zal herkennen van jezelf tijdens een crisissituatie. Toon begrip en erkenning.

Vragen die je jezelf kunt stellen en die je als onderlegger kunt gebruiken in je gesprek zijn:

  • Welke vraag ligt er?
  • Wat zijn de feiten?
  • Hoe schat ik de risico’s en de veiligheid in?
  • Wat zijn de mogelijkheden?
  • Wat kunnen we zelf doen?
  • Wie kan daar eventueel bij helpen?
  • Is dat voldoende veilig voor het kind?

Wat als een ouder eenzijdig de omgang stopt?

Hoe kun je er met de ouders proberen uit te komen?

De coronacrisis kan zorgen voor stress en onzekerheid, en dat kan van invloed zijn op het al dan niet nakomen van de gemaakte omgangsafspraken. Professionals kunnen in gesprek gaan met beide ouders om te proberen er samen uit te komen. Het is voor kinderen vaak het beste als de dagen voorspelbaar zijn en de vaste omgangsafspraken gewoon doorgaan.

Enkele vragen die je kunnen helpen bij het gesprek met een ouder:

  • Heb je contact met de ouder die besloten heeft de omgang te stoppen?
  • Wat vind het kind ervan?
  • Is het je duidelijk waarom de andere ouder besloten heeft om de omgang te stoppen?
  • Heeft het stop zetten te maken met angst voor het coronavirus?
  • Kun je daarover met de andere ouder in gesprek?
  • Wat heeft de andere ouder nodig om de omgang wel plaats te laten vinden?
  • Hoe gaat de ouder die de omgang stopt ervoor zorgen dat het kind veel contact heeft met de andere ouder?

Alternatieven aandragen voor de korte termijn

Als het niet lukt om er samen uit te komen, probeer dan te bedenken wat in deze situatie het beste is voor het kind. Helpt het om ergens anders af te spreken? Misschien is er iemand uit het netwerk die daarbij kan helpen? Je kunt ook voorstellen het contact in te vullen op een alternatieve manier, bijvoorbeeld door videobellen. Probeer de  situatie vanuit een flexibele, creatieve houding te benaderen.

Als er geen goede oplossing is

Soms lukt het niet om een acceptabele tijdelijke oplossing te vinden. De ontstane situatie is dan echt in strijd met het belang van het kind. Overleg dan met een collega. Ziet die nog opties? Of is overleg met de jeugdbescherming of de rechtbank noodzakelijk?

Hoe begeleid ik ouders online bij een conflict? 

Je kunt via videobellen met ouders een hulpverleningsgesprek voeren. Het grote verschil met een gesprek in levenden lijve is dat er meer afstand is tussen beide partijen. Soms maakt dit het gesprek gemakkelijker, maar soms juist ook niet.

Tips voor een goede voorbereiding voor een online hulpgesprek:

  • Maak vooraf duidelijke afspraken met de ouders over het gesprek. Spreek af wanneer de microfoon of camera aan of uit moet. Spreek ook af wie bepaalt wanneer iemand het woord krijgt.
  • Probeer te voorkomen dat je als boodschapper wordt ingezet tussen beide ouders. Maak vooraf duidelijk wat jouw rol is.
  • Vraag ouders het gesprek voor te bereiden. Vraag hen bijvoorbeeld welk doel ze met het gesprek willen bereiken en welke vragen ze hebben. Vraag hen ook naar momenten waarop de communicatie met de andere ouder goed was verlopen.
  • Bij dreigende escalatie kun je vragen aan de ene ouder om even in de ‘wachtkamer’ te gaan zitten. Dit kan door de camera en het geluid uit te schakelen. Dat is zichtbaar voor de andere gespreksdeelnemers. Zo kunnen beide ouders om beurten hun zorgen en oplossingen met je delen.
  • Het kan voor jezelf als hulpverlener ingrijpend zijn dat een ernstig conflict via jouw beeldscherm in jouw persoonlijke omgeving wordt “uitgevochten”. Probeer voor jezelf hier op voorbereid te zijn, door bijvoorbeeld:
    • je achtergrond tijdens beeldbellen te anonimiseren.
    • het gesprek samen met een collega te doen.
    • het online-gesprek vanaf kantoor te doen.
    • voor jezelf een grens te bepalen tot wanneer je het gesprek voort laat duren.
    • na het gesprek een afspraak te maken met een collega om erover te praten.

Lees meer over tools om op afstand te communiceren

Meer informatie

Jouw reactie

Heb je vragen of opmerkingen over de informatie over omgaan met de gevolgen van het coronavirus op onze website? Dan kun je reageren via coronavirus@nji.nl. Hiermee kunnen we de informatie op onze website actualiseren.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies