Leven en werken met het coronavirus

Omgang en bezoek in specifieke situaties

Laatste actualisatie: 23 november 2020

Omgang en bezoek moeten tijdens de coronaperiode zoveel mogelijk doorgaan. Dat geldt voor kinderen met gescheiden ouders, in een pleeggezin of in een woon-, leef- of behandelgroep.

Algemene informatie voor professionals

Het is belangrijk dat je als professional op de hoogte bent van de algemene maatregelen. Lees de Algemene informatie voor alle professionals. Stel daarnaast de vijf principes centraal in je handelen. Bekijk de pagina Afwegingen bij face-to-face contact bij twijfels over face-to-face of fysiek contact met kinderen en/of hun ouders.

Maatregelen

Het uitgangspunt is dat het contact van kinderen en jongeren met hun ouders of opvoeders gewoon doorgaat, ook als zij niet in één huis verblijven. Dat betekent het volgende:

  • Het volgen van de algemene maatregelen is belangrijk.
  • Face-to-face contact is mogelijk als geen van de betrokkenen klachten heeft. Overleg met elkaar hoe dat vorm te geven.
  • Zoek in alle overige situaties, bijvoorbeeld wanneer een betrokkene klachten heeft, samen zoveel mogelijk naar andere vormen van contact, zoals bijvoorbeeld Skype of FaceTime.
  • Ondanks klachten van hoesten, keelpijn of een loopneus of neusverkoudheid of verhoging (zonder koorts en/of benauwdheid) kan het van groot belang zijn voor het welzijn van de jongere om elkaar in levenden lijve te zien. Bereid dit dan samen met de betrokkenen goed voor. Houd je goed aan de richtlijnen van het RIVM. Zo maak je de kans op besmetting met het coronavirus voor jezelf en anderen zo klein mogelijk. 
  • Geen contact in levenden lijve is de norm als een van de betrokkenen verkoudheidsklachten (hoesten of keelpijn of een loopneus of neusverkoudheid) én meer dan 38 graden koorts en/of benauwdheidsklachten heeft. Kinderen met jaarlijks terugkerende verkoudheidsklachten door een bekende oorzaak, zoals hooikoorts of astma, vormen hier een uitzondering op. Een andere uitzonderling hierop vormen kinderen van 0 tot en met 12 jaar met verkoudheidsklachten zonder koorts en/of benauwdheid. Zij moeten dan niet in het bron- en contactonderzoek zitten van iemand die positief getest is op corona. Ook moeten zij zelf geen coronagerelateerde klachten hebben, of een gezinslid met koorts of benauwdheid of een positief geteste huisgenoot hebben.
  • Kinderen en jongeren die niet in één huis wonen, kunnen er samen met ouders en opvoeders voor kiezen om het kind zowel tot het huishouden van de moeder als tot het huishouden van de vader te rekenen. Als daartoe besloten wordt, dan hoeven huisgenoten geen anderhalve meter afstand van elkaar te houden. Ouders, andere opvoeders en de kinderen en jongeren beslissen samen of dat in hun situatie een passend idee is. Lees meer over huishoudens op de algemene pagina voor professionals.  

Omgangsregeling gescheiden ouders

Lees de informatie over de omgang voor kinderen van gescheiden ouders. Dit geldt zowel voor de omgang die vastgelegd is door de rechtbank als de omgang die door ouders is vastgelegd in een ouderschapsplan.

Begeleide omgang

  • De begeleide omgang is mogelijk als geen van de betrokkenen of hun gezinsleden verkoudheidsklachten (hoesten of keelpijn of een loopneus of neusverkoudheid), verhoging of koorts boven de 38 graden en/of benauwdheid hebben. Een andere uitzondering hierop vormen kinderen van 0 tot en met 12 jaar met verkoudheidsklachten zonder koorts en/of benauwdheid. Zij moeten dan niet in het bron- en contactonderzoek zitten van iemand die positief getest is op corona. Verder moeten zij zelf ook geen coronagerelateerde klachten hebben, of een gezinslid met koorts of benauwdheid of een positief geteste huisgenoot hebben. Ook kinderen met jaarlijks terugkerende verkoudheidsklachten door een bekende oorzaak, zoals hooikoorts of astma, zijn hierop een uitzondering. 
  • Overleg met elkaar hoe je de begeleide omgang vorm kunt geven en houd je aan de algemene hygiënemaatregelen van het RIVM, zoals handen wassen en afstand houden. Ook kan het zijn dat de organisatie waar de begeleide omgang plaatsvindt bezoekers vraagt een mondkapje te dragen. Vraag betrokkenen om zich zo goed mogelijk aan de algemene maatregelen te houden en ondersteun hen hierbij.
  • Zoek in alle overige gevallen samen zoveel mogelijk naar andere vormen van contact, zoals bijvoorbeeld via Skype of FaceTime. De betrokken professional overlegt dan met de ouders welke communicatiemiddelen beschikbaar zijn en wat daarvan het beste alternatief is.
  • Mocht het ondanks klachten van verhoging, hoesten of keelpijn of een loopneus of neusverkoudheid (zonder koorts en/of benauwdheid) toch nodig zijn voor het welzijn of de lichamelijke verzorging van de jongere om elkaar in levenden lijve te zien, dan is dat in uitzonderlijke situaties mogelijk. Dit vraagt een goede voorbereiding.
  • Meer informatie lees je op de pagina Face-to-face contact bij ambulante hulpverlening.

Bezoek aan een pleeggezin

  • Face-to-face contact is mogelijk als geen van de betrokkenen klachten heeft. Overleg met elkaar hoe dat vorm te geven (bijvoorbeeld in huis of liever buiten) en houd je aan de algemeen geldende adviezen.
  • Zoek in alle overige situaties, bijvoorbeeld wanneer een van de betrokkenen klachten heeft, samen zoveel mogelijk naar andere vormen van contact, zoals bijvoorbeeld Skype of Facetime.
  • Soms is het voor het welzijn van de jongere essentieel om elkaar face-to-face te ontmoeten bij een pleeggezin of op een andere plek, ook al hoest een betrokkene, of heeft hij verhoging, keelpijn of een loopneus of neusverkoudheid. Dan wordt hierover samen besloten en wordt dit goed voorbereid. 
  • Voor weekendpleeggezinnen geldt hetzelfde beleid als voor pleeggezinnen. Wanneer kinderen niet naar een weekendpleeggezin kunnen, betekent dit een extra belasting van ouders. Dit vraagt van de betrokken professionals dat zij extra alert zijn op de vraag of extra ondersteuning nodig is, bijvoorbeeld in de vorm van frequent telefonisch contact.
  • Meer informatie lees je op de pagina Face-to-face contact bij ambulante hulpverlening.

Bezoek aan een gezinshuis

Voor bezoeken aan een gezinshuis gelden de algemene adviezen zoals hierboven genoemd. Verder worden de uitgangspunten van een residentiële instelling gehanteerd.

Bezoek aan een woon-, leef- of behandelgroep

Voor een bezoek aan een woon-, leef- of behandelgroep gelden de algemene adviezen zoals hierboven genoemd. Bij deze groepen worden de uitgangspunten van een residentiële instelling gehanteerd.

Een weekend naar huis 

  • Kinderen en jongeren die in een residentiële voorziening verblijven, mogen een weekend naar huis en dus ook thuis blijven slapen.
  • Overleg vooraf met het kind/de jongere en (pleeg)ouders en eventueel andere betrokkenen wat wenselijk en haalbaar is. Houd daarbij bijvoorbeeld ook rekening met de aanwezigheid van personen die tot de kwetsbare doelgroep behoren en een verhoogd risico hebben op een ernstig beloop van een corona-infectie. Maak vooraf duidelijke afspraken. Het blijft maatwerk.
  • Soms zal na een zorgvuldige afweging besloten worden om niet thuis te overnachten. Kijk dan samen hoe het weekend toch zo leuk en gezellig mogelijk vormgegeven kan worden.
  • Als kinderen thuis slapen, doen ze dat in principe op hun eigen kamer. Als zij de kamer delen met een broer of zus is dat geen probleem.
  • Het kind kan met zowel het pleeggezin of de groep een huishouden vormen. Als je daar samen toe besluit hoeft het kind/de jongere geen anderhalve meter afstand te houden van zijn ouders en andere gezinsleden.
  • Mocht niet gekozen worden voor het behoren tot meerdere huishoudens, dan is het belangrijk dat jongeren vanaf 13 jaar op een eigen kamer slapen en anderhalve meter afstand houden van hun ouders en andere gezinsleden van 18 jaar en ouder.
  • Kinderen en jongeren mogen door ouders of andere opvoeders gehaald en gebracht worden. Je kunt ervoor kiezen dat het kind met zowel het pleeggezin/gezinshuis/de groep het huishouden vormt als met het gezin thuis. Dan hoeven er geen extra maatregelen genomen te worden voor het ophalen en brengen met de auto. Mocht je daar niet voor kiezen, dan wordt voor mensen vanaf 13 jaar geadviseerd om een niet-medisch mondkapje in de auto te dragen bij andere mensen dan het pleeggezin in de auto. Dit is bijvoorbeeld het geval als een jongere in een pleeggezin woont en alleen het pleeggezin als huishouden wordt gerekend.

Jouw reactie

Heb je vragen of opmerkingen over de informatie over omgaan met de gevolgen van het coronavirus op onze website? Dan kun je reageren via coronavirus@nji.nl. Hiermee kunnen we de informatie op onze website actualiseren.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies