Omgaan met de gevolgen van het coronavirus

Handreiking dagopvang, dagbesteding en dagbehandeling

Laatste actualisatie: 6 juli 2020

Sinds 1 juni is alle dagopvang, dagbesteding en dagbehandeling voor kinderen en jongeren tot en met 18 jaar weer open. Omdat voor jongeren van 13 jaar en ouder ten opzichte van hun begeleiders de anderhalvemeterregel blijft, zal maatwerk soms nodig zijn. Wat kan volgens de RIVM-richtlijnen? Wat kunnen professionals doen? Lees het in deze handreiking voor het werken met kinderen en jongeren in de dagopvang, dagbesteding en dagbehandeling.

Algemeen

Door de coronacrisis en de bijbehorende adviezen van de Rijksoverheid, zoals het anderhalve meter afstand houden van elkaar zagen professionals en organisaties die dagbesteding aanbieden zich voor de vraag gesteld of en zo ja, hoe zij invulling konden blijven geven aan hun diensten. Temeer daar een deel van hun cliënten om andere redenen dan enkel de lichamelijke verzorging, wel lichamelijke nabijheid nodig heeft op minder dan anderhalve meter afstand. Hoewel de adviezen van de Rijksoverheid en de richtlijnen van het RIVM niet voorschreven dat dagbesteding, opvang en behandeling in levende lijve, geheel moest worden stopgezet, zijn sinds 12 maart veel van deze locaties wel gesloten geweest. Sinds 1 juni zijn al deze voorzieningen weer open. Het RIVM geeft aan dat kinderen een kleine rol spelen in de verspreiding van corona.

Onder dagbesteding, dagopvang en dagbehandeling verstaan we diverse vormen van opvang voor kinderen en jongeren. Voorbeelden daarvan zijn dagbehandeling voor medische revalidatie, Medisch Kinderdagverblijven (MKD's), zorgboerderijen, instellingen voor kinderen en jongeren bij wie sprake is van opgroei- en opvoedproblemen, instellingen voor kinderen en jongeren met een (lichte) verstandelijke beperking, et cetera. In een aantal van deze vormen zijn noodzakelijke (para)medische behandelingen of therapieën onderdeel van de dagactiviteiten. 

Uitgangspunt

Uitgangspunt is dat voor kinderen en jongeren die geen verkoudheidsklachten hebben zoals neusverkoudheid, loopneus, niezen, keelpijn of klachten van lichte hoest, benauwdheid of verhoging of koorts meer dan 38 graden dagopvang, dagbesteding en dagbehandeling doorgaat.

Uitzondering daarop vormen kinderen van 0 tot en met 6 jaar meteen neusverkoudheid  zonder koorts. Zij mogen naar de dagopvang, dagbesteding en dagbehandeling, mits zij niet in het bron- en contactonderzoek zitten van iemand die positief is getest op het coronavirus of een gezinslid hebben met koorts of benauwdheid. Ook kinderen met jaarlijks terugkerende verkoudheidsklachten door een bekende oorzaak, zoals hooikoorts of astma, mogen naar de dagopvang, dagbesteding en dagbehandeling.

Algemene uitgangspunten zijn:

  • Tussen de kinderen en jongeren tot 18 jaar hoeft geen anderhalve meter afstand gehouden te worden.
  • Accepteer het ontbreken van de anderhalve meter afstand tussen kinderen tot en met 12 jaar en volwassenen. Probeer bij jongeren van 13 tot 18 jaar wel zoveel mogelijk anderhalve meter afstand te bewaren.
  • Tussen volwassenen moet anderhalve meter afstand gehouden worden.
  • Voor kinderen en jongeren die in het kader van lichamelijke verzorging of om andere redenen fysieke nabijheid vragen, wordt per situatie afgewogen wat mogelijk, haalbaar en wenselijk is.
  • Dit geldt ook voor jongeren tussen de 18 en de 23 (voor hen onderling geldt de anderhalve meter regel wel), die deelnemen aan groepen waar ook deelnemers van 18 jaar of jonger zijn,

Belang van dagbesteding, dagopvang en dagbehandeling

Dagbesteding, dagopvang en dagbehandeling zijn belangrijk voor een grote groep kinderen en jongeren om te kunnen leren en ontwikkelen. Het brengt structuur, regelmaat en afleiding in hun leven en ontlast in een aantal gevallen de ouders en andere verzorgers of gezinsleden. Doordat deze voorzieningen tijdelijk weggevallen zijn kan dit van invloed zijn geweest op de balans tussen draagkracht en draaglast en het welbevinden van betrokkenen. Een blijvende verstoring van deze balans bij ouders of andere opvoeders kan leiden tot een situatie van emotionele of fysieke onveiligheid bij het kind. Bijvoorbeeld omdat er onvoldoende structuur of beschikbaarheid van de ouder is om kinderen te ondersteunen of omdat de onzekerheid rond  het coronavirus bijdraagt aan meer spanningen tussen ouders, waaruit situaties van huiselijk geweld kunnen ontstaan.

Bij kinderen met (ernstige) gedragsproblematiek, beperkingen, ontwikkelingsstoornissen en/of psychische stoornissen kunnen de spanningen leiden tot een toename van probleemgedrag, dat de balans tussen draagkracht en draaglast van ouders en andere opvoeders nog verder kan verstoren. Voor iedereen kunnen de maatregelen die getroffen zijn in verband met de coronapandemie nadelige effecten hebben. Sommige kinderen en jongeren lijken daarvoor extra kwetsbaar. Dat geldt zeker voor:

  • Kinderen, jongeren en ouders of andere opvoeders die preventief moeten worden ontzorgd om structurele overbelasting en situaties van onveiligheid te voorkomen.
    • Kinderen en gezinnen die voor de coronacrisis al bekend waren bij het wijkteam of andere hulpverlening.
    • Kinderen en gezinnen die voorheen geen hulp ontvingen en nu, door het wegvallen van steunsystemen als werk en vrijetijdsbesteding uit evenwicht raken. 
  • Kinderen en jongeren in een onveilig of onverantwoorde zorg of thuissituatie, denk aan:
    • Kinderen die bij Veilig Thuis zijn gemeld.
    • Thuiswonende kinderen met een kinderbeschermingsmaatregel.
  • Kinderen en jongeren die voor behoud van het behandeleffect afhankelijk zijn van de continuïteit van zorg, denk aan:
    • Kinderen met opgroei- en opvoedingsproblemen.
    • Kinderen met (ernstige) gedragsproblemen.
    • Kinderen met een chronische ziekte en/of handicap.
    • Kinderen met psychische problematiek.
    • Kinderen met een ontwikkelingsachterstand.
    • Kinderen met andere problematiek dan bovenstaand die afhankelijk zijn van de opvang en continuïteit van zorg in instellingen (al dan niet gesloten).

Ten slotte: ook voor kinderen en jongeren met ouders in een vitaal beroep kan de afgelopen periode extra zwaar geweest zijn.

Afweging vorm dagbesteding, dagopvang, dagbehandeling

De afweging op welke wijze dagbesteding, -opvang en dagbehandeling kan worden ingevuld heeft te maken met de specifieke situatie van het kind, de jongere, het gezin of andere betrokkenen. Gewoonlijk wordt daarbij vooral gekeken naar het belang van het kind en zijn gezondheid, zowel mentaal als fysiek. Door het coronavirus speelt de fysieke gezondheid van de jongere/het kind, zijn ouders/opvoeders en andere betrokkenen een nog grotere rol in die afweging. Dit is maatwerk. Dit maatwerk geldt ook voor jongeren die door hun beperking niet in staat zijn de anderhalve maatregel op te volgen of die om andere redenen fysieke nabijheid van anderen vragen.

Er zal steeds in gezamenlijk overleg gewogen moeten worden wat onder de huidige omstandigheden mogelijk, haalbaar en wenselijk is. Mocht besloten worden tot het tijdelijk afwijken van de gebruikelijke wijze van dagbesteding, dagopvang, of behandeling, dan zal in zo’n situatie samen worden gezocht naar een alternatieve vorm van dagbesteding die past bij de situatie van het kind, de jongere en het gezin. Denk daarbij bijvoorbeeld aan dagbesteding thuis en/of het gebruik van digitale communicatiemiddelen.

Wanneer dagbesteding, dagopvang of dagbehandeling op locatie wordt geboden, gelden de algemene hygiënemaatregelen en de richtlijnen van het RIVM:

  • Hanteer de anderhalve meter regels tenzij dit door de noodzaak tot fysieke nabijheid of lichamelijke verzorging niet mogelijk is en in onderling overleg in de vorm van maatwerk toch positief besloten is over deelname aan dagbesteding, opvang of behandeling.
    • Kinderen en jongeren tot 18 jaar hoeven onderling geen anderhalve meter afstand te houden.
    • Accepteer het ontbreken van de anderhalve meter afstand tussen kinderen tot en met 12 jaar en volwassenen. Probeer bij jongeren van 13 tot 18 jaar en volwassenen zoveel mogelijk anderhalve meter afstand te bewaren.
    • Volwassenen houden onderling minimaal anderhalve meter afstand.
  • Er is geen lichamelijk contact tussen betrokkenen. Lees meer over lichamelijk contact op de pagina over persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • Als het kind of de jongere verkoudheidsklachten heeft zoals neusverkouden, loopneus, hoesten, keelpijn en/of koorts of benauwdheid of een bewezen corona, dan blijft het kind of de jongere thuis totdat hij minimaal 24 uur klachtenvrij is. Hierop zijn twee uitzonderingen: 
    • Kinderen van 0 tot en met 6 jaar met een neusverkoudheid en zonder koorts. Zij mogen wel naar de dagopvang, dagbesteding en dagbehandeling, mits zij niet in het bron- en contactonderzoek zitten van iemand die positief getest is op het coronavirus of een gezinslid hebben met koorts of benauwdheid.
    • Als de verkoudheidsklachten veroorzaakt worden door bijvoorbeeld hooikoorts of astma dan kunnen kinderen gewoon naar de opvang. Bij twijfel kan er in overleg met de schoolarts (JGZ-arts) een afweging gemaakt worden of een kind getest moet worden. Ouders kunnen ervoor kiezen hun kind te testen. De test kan niet verplicht gesteld worden door de opvang. Lees de handreiking voor kinderen met een langdurige verkoudheid.
  • Vanaf het moment dat iemand klachten krijgt, laat hij zich direct testen. Iedereen met (milde) klachten kan zich laten testen op het coronavirus. Via het landelijk nummer 0800-1202 kun je een afspraak maken. Lees meer op de website van de Rijksoverheid. Als de test positief is, start de GGD het bron- en contactonderzoek. 
  • Als drie of meer kinderen of jongeren in een groep ziek worden, is dat een reden om de ouders te vragen hun kind te laten testen en om te overleggen met de GGD of verdere maatregelen nodig zijn.
  • Als het kind of de jongere een gezinslid (gezamenlijk huishouden) heeft met verkoudheidsklachten zoals neusverkouden, loopneus, keelpijn, hoesten en meer dan 38 graden koorts of benauwdheid dan blijft het kind of de jongere thuis, ook als die zelf geen klachten heeft. Het kind of de jongere mag weer naar de opvang als het 14 dagen geleden is dat het zieke gezinslid weer klachtenvrij is. Zie ook de informatie van het RIVM
  • Regelmatig handen wassen met water en zeep.
  • Betrokkenen delen geen handdoek maar maken gebruik van papieren wegwerphanddoeken.
  • Betrokkenen hoesten en niezen in hun ellenboog.
  • Gebruik papieren zakdoekjes.
  • Schud geen handen.
  • Vluchtig (minder dan 15 minuten) fysiek contact (insuline spuiten, naar toilet helpen, helpen met eten, verschonen van een stoma, het aanleggen van een sonde of het uitzuigen) tussen volwassenen en kind of jongere mag. Ook hier geldt:
    • Beperk de periode van het lichamelijk contact.
    • Gebruik de persoonlijke beschermingsmiddelen nodig die in een normale situatie ook gebruikt worden om hygiënisch te kunnen werken.
    • Was na deze handelingen de handen.
    • Probeer gedurende deze periode zowel mogelijk naast of achter het kind of de jongere te staan.
    • Dit is vanzelfsprekend anders als na zorgvuldige afweging voor een maatwerkoplossing is gekozen bij jongeren die door hun beperking niet in staat zijn de anderhalvemetermaatregel op te volgen of die om andere redenen fysieke nabijheid van anderen vragen.

Logeeropvang

Onze organisatie verzorgt ook de logeeropvang van kinderen. Kan dat weer doorgaan?

  • Ja, de logeeropvang van kinderen van 0 tot 18 jaar kan doorgaan. Omdat we logeeropvang ook als jeugdzorg beschouwen, gelden hier dezelfde richtlijnen en hoeven kinderen daarbij geen anderhalve meter afstand van elkaar te houden.
  • Als begeleider probeer je wel zoveel mogelijk anderhalve meter afstand te houden van de kinderen en jongeren. Als dat even niet lukt omdat je moet helpen bij het naar de wc gaan, het tandenpoetsen of het troosten van een kind, is dat niet erg. Kijk hoe je dat zo zorgvuldig mogelijk kunt doen. Ga bijvoorbeeld bij het tanden poetsen zoveel mogelijk achter of naast het kind staan (en niet ervoor). Begeleiders houden onderling wel anderhalve meter afstand van elkaar.
  • In de slaapkamers geldt geen maximum aantal kinderen en jongeren.
  • Het is belangrijk om slaapkamers goed te ventileren. Dus slapen met een raampje of de deur open en ’s morgens de kamer minimaal een half uur goed luchten.
  • Verschoon het beddengoed regelmatig, tenminste als er een nieuwe groep kinderen komt.
  • Douchen gebeurt voor het slapen gaan maar niet samen.
  • Als er ook 18-plussers in de logeervoorziening verblijven dan beschikken zij over een eigen slaapkamer. Zij houden minimaal anderhalve meter afstand van de andere kinderen, jongeren en begeleiders. Als zij door hun beperking fysieke ondersteuning nodig hebben, probeer dit dan met zo min mogelijk begeleiders te doen en het fysieke contact zo kort mogelijk te houden.
  • Elke begeleider slaapt op een eigen kamer. 

Als kind of jongere nog niet naar de dagbesteding, dagopvang en/of dagbehandeling gaat: houd contact

Soms besluiten ouders, of andere opvoeders, ondanks bevindingen van het RIVM dat kinderen een kleine rol spelen in de verspreiding van corona, om hun kind thuis te houden. Ook in deze situatie is het belangrijk dat er altijd contact met de jeugdige en het gezin blijft. Wat motiveert de keuze? Zijn er angsten over zorgen die misschien weggenomen kunnen worden? Blijf samen met gezin, hulpverleners, behandelaren en kinderartsen zoeken naar alternatieven voor de bestaande dagbesteding, opvang of behandeling. Misschien is er iets meer tijd nodig om terug te veren en lukt het na een korte periode toch om naar de dagbesteding, -opvang of dagbehandeling te komen? Mogelijk kunnen ook andere betrokken zoals het wijkteam, de huisarts, de praktijkondersteuner, de fysio- of ergotherapeut of de onafhankelijk cliëntondersteuner daarin meedenken. Steeds wordt met elkaar afgewogen of de keuze nog het meest passend is en hoe in deze situatie voldoende zorg en ondersteuning geboden kan worden.

Zorgen over veiligheid en ontwikkeling van kinderen en jongeren

De ongewone situatie van deze periode, zeker als dagbesteding, dagopvang of dagbehandeling in de afgelopen periode niet of in andere vorm door is gegaan, kan extra stress en spanningen veroorzaken. Dat kan van invloed zijn op de gezondheid en het welzijn van de kinderen en op de balans tussen draagkracht en draaglast van opvoeders. De kans op huiselijk geweld of (kinder)mishandeling kan daardoor toenemen. Dat vraagt een alertheid van alle betrokkenen, zodat signalen van overbelasting of een verstoorde balans tussen draagkracht en draaglast snel gesignaleerd worden en samen passende oplossingen kunnen worden gevonden.

Wanneer er signalen zijn dat er een onveilige situatie ontstaat, of er vermoedens zijn van (kinder)mishandeling, dan worden de stappen van de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling doorlopen. Dat betekent dat je over deze signalen het gesprek met betrokken aangaat. Zegt wat je ziet en hoort, zeg dat je je zorgen maakt en bespreek de signalen zonder te oordelen. Onderzoek samen de signalen. Worden ze herkend? Zijn de zorgen terecht? Is er extra hulp of ondersteuning nodig? Wat zou dat moeten zijn? Wie kan dat doen? Dat kan iemand zijn uit het eigen netwerk, een burgerinitiatief of een hulpverlener. Als de situatie onveilig is, overleg dan ook met Veilig Thuis. Kijk samen wat goede vervolgstappen zijn. Zie hiervoor ook:

Veiligheid van zorgprofessionals

Uiteraard moeten zorgprofessionals altijd de algemene hygiënerichtlijnen van het RIVM volgen (geen handen geven, regelmatig handen wassen, hoesten en niezen in de ellenboog, papieren zakdoekjes gebruiken).

In de zorg voor jeugd zijn beschermende maatregelen over het algemeen alleen nodig bij kinderen en jongeren die voor hun lichamelijke verzorging uit hygiënisch oogpunt eerder ook al persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken (bijvoorbeeld verschonen stoma, sondevoeding, uitzuigen) of, ter voorkoming van de verspreiding van het coronavirus, bij kinderen en jongeren die hulp nodig hebben bij de lichamelijke verzorging en die positief getest zijn op het coronavirus, of verkoudheidsklachten hebben en/of meer dan 38 graden koorts en/of benauwdheidsklachten. Lees meer over contact in een residentiële omgeving of in een ambulante omgeving.

Voor kinderen en jongeren die om andere redenen fysieke nabijheid vragen, zal steeds opnieuw gewogen moeten worden of en zo ja, welke beschermingsmaatregelen noodzakelijk zijn. Je vind in bovenstaande links informatie over hoe je op een veilige manier contact kunt hebben met kinderen en jongeren met klachten en zonder klachten.

Ook als professional kun je klachten krijgen of een gezinslid met klachten hebben. Op de pagina Vragen over het testbeleid lees je wanneer je nog wel of niet mag werken. Op de pagina Persoonlijke beschermingsmiddelen lees je welke beschermingsmiddelen daarbij al dan niet bij nodig zijn. Dit besluit neem je ook altijd in overleg met je leidinggevende. Wil je meer weten over het testen op corona, dan vind je daarover meer informatie op de pagina met Vragen over het testbeleid.

Op de website van het RIVM staat meer informatie voor zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis.

Jouw reactie

Heb je vragen of opmerkingen over de informatie over omgaan met de gevolgen van het coronavirus op onze website? Dan kun je reageren via coronavirus@nji.nl. Hiermee kunnen we de informatie op onze website actualiseren.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies