Omgaan met de gevolgen van het coronavirus

Face-to-face contact in een residentiële omgeving

Laatste actualisatie: 6 juli 2020

Je wil kinderen, jongeren en hun ouders zo goed mogelijk ondersteunen om zich zo veerkrachtig mogelijk te ontwikkelen. Daarbij houd je oog voor zowel de mentale als de fysieke gezondheid van kinderen, jongeren, hun opvoeders en jezelf. Deze informatie helpt je bij het maken van een zorgvuldige afweging.

Fysieke en mentale gezondheid

Na alle beperkingen is bezoek aan kinderen en jongeren die wonen in een residentiële instelling, pleeggezin of gezinshuis gelukkig weer gewoon mogelijk. Dat is belangrijk omdat sociale isolatie grote mentale risico's met zich meebrengt. Bezoek van naasten en nabijheid kan juist in perioden van onzekerheid zorgen voor stabiliteit en veerkracht.

Vijf centrale principes

De anderhalvemeterregel is ‘voorlopig normaal’. Ons leven ziet er anders uit dan voorheen. Iedereen reageert daar anders op. Dat geldt voor de kinderen en jongeren, hun ouders of opvoeders, jouw collega’s en voor jezelf. Dat is normaal. Het doel in deze periode is passende ondersteuning te bieden aan jongeren en hun ouders, zodat zij zich zo veerkrachtig mogelijk blijven ontwikkelen. De volgende principes staan daarbij centraal: 

1. Geef de tijd om terug te veren

De coronaperiode kan een ingrijpende tijd zijn in het leven van kinderen, jongeren of opvoeders. Soms is er ook verlies en rouw. Het verwerken hiervan kost tijd. Geef gezinnen die tijd. Blijf beschikbaar en nabij. Stel reële doelen. Stel niet dezelfde doelen zoals in ‘normale tijden’. We leven niet meer in het ‘normaal’ van voor de coronaperiode. We gaan met elkaar ontdekken wat het ‘voorlopige normaal’ is. Daar is tijd en aandacht voor nodig.

2. Luister eerst

Vraag en luister naar de dilemma’s, onzekerheden en misschien ook wel kansen of ontdekkingen die kinderen en gezinnen in de coronaperiode ervaren. Steun door goed te luisteren. Je hoeft niet meteen een antwoord op alle vragen te hebben.

3. Help in het hier en nu

Als meer ondersteuning nodig is, kijk dan waar het kind of gezin nu de meeste draaglast ervaart. Sluit daarbij aan en ondersteun praktisch in het dagelijks leven. Kijk daarna samen of andere hulp nog nodig is.

4. Geen nieuwe labels

Misschien gaat het even minder goed met een kind, een jongere of een gezin. Plak daar niet meteen een oordeel of diagnose op. Het kan een normale reactie op deze abnormale coronasituatie zijn. Volg, blijf beschikbaar en nabij. Geef het kind, de jongere of het gezin de kans om een nieuwe balans te vinden. Ging het voor de coronaperiode goed in het gezin, dan geeft dat vertrouwen voor nu.

5. Vertrouw op relaties

Is er hulp nodig? Kijk dan in hoeverre betrokkenen uit het eigen netwerk, de school, de opvang of de hulpverlening kunnen ondersteunen. Zeg niet te snel nee, wees creatief, toon ook zelf veerkracht.

Werken met jongeren zonder klachten 

Stel de vijf hierboven genoemde principes centraal in je contact.

Dagelijkse verzorging

Onder dagelijkse verzorging valt onder meer opstaan, eten, kamer opruimen en individuele gesprekken. Volg hierbij de algemene maatregelen van het RIVM. Dat betekent: 

  • Was vóór een gesprek je handen en vraag de jongere ook dat te doen. 
  • Schud geen handen. 
  • Droog je handen aan een papieren handdoek, een stuk keukenrol of een papieren zakdoek. 
  • Houd minimaal anderhalve meter afstand van elkaar. 
  • Nies of snuit je neus in een papieren zakdoek en draai daarbij je gezicht weg van je gesprekspartner. Gooi de gebruikte zakdoek meteen weg. 
  • Hoest in je elleboog en draai daarbij je gezicht weg van je gesprekspartner. 
  • Maak na gebruik je laptop en telefoon schoon met een hygiënisch doekje. 
  • Was je handen na het gesprek.

Geef de jongeren op de groep het goede voorbeeld. Daarbij kun je dit informatiemateriaal voor jongeren gebruiken. 

Bezoek

Uitgangspunten voor een afdeling kunnen zijn: 

  • Bezoek is weer gewoon mogelijk. Je kunt samen met het kind of de jongere en zijn ouders, broers en zussen afspreken hoeveel afstand zij willen houden. Kinderen mogen namelijk in dit soort situaties tot meerdere huishoudens gerekend worden. Gezinsleden kunnen ervoor kiezen om als één huishouden contact te hebben en dus geen anderhalve meter afstand van elkaar te houden. Als het kind of de jongere of een andere betrokkene zich kwetsbaar voelt, kan het beter zijn om je te houden aan de anderhalvemeterregel. Bespreek dit met elkaar en weeg dit samen af. Houd daarbij ook rekening met andere mensen in de directe omgeving van de familieleden of de groep, het pleeggezin of het gezinshuis waar het kind nu verblijft.
  • Weiger in principe bezoekers met verkoudheidsklachten. Gebruik andere (online) mogelijkheden om het contact wel door te laten gaan. Je kunt bijvoorbeeld voorafgaand aan het bezoek de gezondheidscheck doen.
  • Vraag bezoekers bij binnenkomst en vertrek de handen te wassen. 
  • Nodig jongeren en hun familie, vrienden en andere vertrouwenspersonen zoveel mogelijk uit om naast het bezoek ook andere communicatiemiddelen te gebruiken, zoals videobellen en WhatsApp. In de afgelopen weken hebben velen kunnen ervaren dat dit een fijne aanvulling is op face-to-face contact.
  • Monitor als instelling of het beleid moet worden aangescherpt of juist versoepeld en stem het beleid zo nodig regionaal af met de GGD.
  • Bij crisisopnamen mag een ouder aanwezig zijn, tenzij die verkoudheidsklachten met meer dan 38 graden koorts en/of benauwdheid heeft. 

Voorafgaand aan en tijdens bezoek

  • Bezoek is weer mogelijk onder voorwaarde dat de bezoeker geen verkoudheidsklachten heeft en ook zijn huisgenoten geen verkoudheidsklachten met koorts en/of benauwdheid hebben.
  • Als de bezoeker wegens klachten niet fysiek aanwezig kan zijn, overleg dan of er iemand anders kan komen die geen klachten heeft, of zoek een alternatieve vorm van contact zoals telefoon, Facetime of Skype.

De maatregelen van het RIVM

Volg tijdens het bezoek de maatregelen van het RIVM:

  • Laat de bezoeker bij binnenkomst zijn handen wassen en drogen met een papieren handdoek. 
  • Vraag mensen een papieren zakdoek te gebruiken als ze moeten niezen of snuiten en zich daarbij weg te draaien van hun gesprekspartner. 
  • Als mensen moeten hoesten, doen ze dat in hun elleboog en draaien ze hun gezicht weg van hun gesprekspartner. 
  • Adviseer bezoekers om na afloop weer hun handen te wassen. 

Groepsgesprekken met gezinsleden

Een reden voor een groepsgesprek is bijvoorbeeld de bespreking van het behandelplan of een therapeutisch contact. Beslis voorafgaand al samen met de jongere en het gezin wie aanwezig moet zijn bij het gesprek. Maak duidelijke afspraken: 

  • Ouders, opvoeders en andere bezoekers kunnen alleen fysiek aanwezig zijn als zij geen verkoudheidsklachten hebben én hun huisgenoten geen verkoudheidsklachten met koorts en/of benauwdheid hebben. 
  • Stem af welke andere communicatiemiddelen beschikbaar zijn als de ouder of opvoeder door verkoudheidsklachten niet fysiek aanwezig kan zijn. Denk bijvoorbeeld aan telefoon, Facetime, of Skype. Maak duidelijke afspraken, bijvoorbeeld over ‘wie belt wie’?
  • Komt er in plaats van de ouder iemand anders? Dan is het fijn als je vooraf weet wie dat is en of de jongere het goed vindt dat je met deze persoon informatie over hem deelt. 
  • Maak na gebruik je laptop en telefoon schoon met hygiënische doekjes. 
  • Was je handen na het gesprek.

Werken met jongeren met klachten

Stel de vijf hierboven genoemde principes centraal in je contact. 

Een jongere is verdacht van corona wanneer er sprake is van verkoudheidsklachten zoals neusverkouden, loopneus, niezen, keelpijn; (licht) hoesten; plotseling verlies van geur en/of smaak (zonder neusverstopping), benauwdheid, verhoging of koorts boven de 38 graden. Ook zijn er nog een aantal minder voorkomende klachten. 

Hierop zijn twee uitzonderingen die als niet verdacht voor corona beschouwd worden:

  • Kinderen van 0 tot en met 6 jaar met neusverkoudheid zonder koorts die niet in het bron- en contactonderzoek zitten van iemand die positief getest is op het coronavirus of een gezinslid hebben met koorts of benauwdheid.
  • Kinderen waarvan de verkoudheidsklachten bekend zijn door bijvoorbeeld hooikoorts of astma.

Voor een compleet overzicht verwijzen we naar de pagina over het testbeleid.   

  • Informeer de ouders of verzorgers. Stel voor om het kind of de jongere te laten testen en bespreek alternatieve mogelijkheden om contact te houden. Weeg samen af wat er nodig is voor de fysieke en mentale gezondheid van de jongere. Bespreek of het mogelijk/wenselijk is om toch op een alternatieve manier op bezoek te komen. Denk bijvoorbeeld aan ‘raambezoek’ of, bezoek met het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen.  
  • Betrek de behandelend arts, de instellingsarts of de huisarts bij jouw afwegingen. In overleg met hem kan ook een test bij de GGD geregeld worden. Je kunt ook zelf een afspraak maken voor een test door 0800-1202 te bellen. Dit nummer is 7 dagen per week tussen 08.00 en 20.00 uur bereikbaar. 
  • Als jullie instelling zelf test, doet de arts bij een positieve uitslag een melding bij de GGD. Dit is een artikel 26-melding. Op dat moment start de GGD bron- en contactonderzoek.
  • Maak samen met de arts/GGD een beleid voor isolatie of quarantaine binnen de mogelijkheden van de instelling.
  • Als je zelf, zonder gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, langer dan 15 minuten op een afstand van minder dan anderhalve meter zorg (persoonlijke verzorging, lichamelijk onderzoek, fysieke nabijheid) verleend hebt aan een positief getest kind of jongere, wordt je als overig nauw contact beschouwd in het bron- en contactonderzoek van de GGD. Je mag, indien je geen klachten hebt en in overleg met de GGD en de bedrijfsarts, blijven werken. Je moet dan wel tot 14 dagen na het laatste contact een chirurgisch mondmasker en handschoenen dragen als je op minder dan anderhalve meter van het kind of de jongere moet werken. Je zorgt bij voorkeur ook niet voor de fysiek meest kwetsbare kinderen of jongeren. Als je klachten krijgt, blijf je thuis. Dit geldt ook als je een hoog-risicocontact met een kind of jongere gehad hebt, bijvoorbeeld omdat je in het gezicht gehoest of gespuugd bent. Jouw kinderen tot en met 12 jaar mogen ook gewoon naar school en sporten. De GGD zal jou monitoren. Als je klachten krijgt, word je zo snel mogelijk getest.
  • Als er jongeren op de groep verblijven die tot de risicogroep behoren, bespreek dan met de arts of regionale GGD of een aangepast beleid nodig is om hen te beschermen. 
  • Houd de jongere met klachten extra goed in de gaten, volg de adviezen van Thuisarts.nl om te weten bij welke klachten je opnieuw contact moet opnemen met de arts. 
  • Houd intensief contact met de ouders of opvoeders en vaste contactpersonen en faciliteer het online contact van de jongere met voor hem belangrijke personen. 

Belangrijke informatie in het overleg met huisarts en GGD

Zorg dat je de volgende informatie paraat hebt als je met de arts of de GGD overlegt over het beleid. 

  • Is de jongere in staat om instructies te volgen, zoals de algemene maatregelen van het RIVM? 
  • Beschikt de jongere over eigen of gedeeld sanitair? 
  • Heeft de jongere gedrags- of psychiatrische problemen die verergeren als afgeweken wordt van de bestaande structuur of bij beperking van de bewegingsvrijheid? 
  • Heeft de jongere last van ernstige agressie of gedragsproblemen waarvoor fysiek ingrijpen nodig kan zijn? 
  • Beschadigt de jongere zichzelf of krijgt hij dwangmedicatie waarvoor vluchtig fysiek contact nodig is? 
  • Kan de jongere algemene dagelijkse levensverrichtingen zoals wassen en aankleden zelfstandig uitvoeren of heeft hij persoonlijke verzorging nodig? 
  • Moeten er bij de dagelijkse verzorging van de jongere medische handelingen verricht worden? Zitten daar ook medische handelingen bij waardoor de hulpverlener intensief blootgesteld wordt aan de ademwegen van de jongere? Denk aan het uitzuigen van de luchtwegen. 
  • Verblijven er op de groep van deze jongere ook jongeren die behoren tot de risicogroep?

Dagelijkse verzorging

In overleg met de arts/GGD verblijft de jongere in isolatie op de eigen kamer of op een quarantaineafdeling.

  • Beperk het aantal groepsleiders dat met deze jongere contact heeft. En indien persoonlijke beschermingsmiddelen nodig zijn, probeer een zoveel mogelijk eenduidige manier over het gebruik af te spreken in jullie team. Dit zorgt voor minder verwarring bij het kind of de jongere.
  • Was je handen voorafgaand aan het contact met de jongere.
  • Als de zieke jongere hulp nodig heeft bij de dagelijkse verzorging, gebruik je persoonlijke beschermingsmiddelen: een chirurgisch mondmasker, handschoenen, een halterschort en een veiligheidsbril.
  • Als medische handelingen - zoals het uitzuigen van luchtwegen - nodig zijn, gebruik dan dezelfde beschermingsmiddelen. Gebruik echter in plaats van het chirurgisch mondmasker een FFP2-masker. Bij andere medische handelingen (zoals het verschonen van een stoma) volstaat een chirurgisch mondmasker.
  • Ook als je langer dan vijftien minuten andere uitgebreide handelingen 'aan het lichaam' moet verrichten, bijvoorbeeld uitgebreide wondbehandeling, gebruik je persoonlijke beschermingsmiddelen: een chirurgisch mondmasker, handschoenen, halterschort en bril.
  • Soms vraagt een kind of jongere om een andere reden dan lichamelijke verzorging of onderzoek toch fysieke nabijheid. Dit kan bijvoorbeeld door een beperking zo zijn. Draag ook dan, als je langer dan vijftien minuten nodig hebt of de kans groot is dat je in je gezicht gehoest of gespuugd wordt, een chirurgisch mondmasker, handschoenen, een schort en een veiligheidsbril. 
  • Voor kortdurend fysiek contact (minder dan vijftien minuten) op minder dan anderhalve meter afstand zijn persoonlijke beschermingsmiddelen niet nodig. 
  • Je kunt de jongere dus zonder beschermingsmiddelen iets aanreiken, even een aai over de bol geven, etc.
  • Gooi de handschoenen en wegwerpschort na gebruik direct weg in een plastic zak, liefst op of in de buurt van de kamer van de jongere. Een chirurgisch mondmasker kun je drie uur blijven gebruiken, mits dat je de buitenkant niet met je handen aanraakt. De bril kan vaak na desinfectie met 70 procent alcohol hergebruikt worden. Volg hierbij de instructies van jouw instelling.
  • Laat de zieke jongere bij voorkeur gebruik maken van een aparte douche en wc. Als die niet op de groep aanwezig zijn, maak dan de douche en wc regelmatig schoon. Dat kan met een gewoon schoonmaakmiddel.
  • Volg voor schoonmaak verder het protocol thuisisolatie van het RIVM. 
  • Was je eigen werkkleding aan het einde van de dag op 60 graden. 

Bezoek

De zieke jongere kan bezoek ontvangen als hij getest is op corona en de uitslag is negatief (geen corona). In afwachting van de testuitslag of als de jongere positief (wel corona) test vinden de contacten met ouders of opvoeders  zoveel mogelijk online plaats of via bijvoorbeeld 'raambezoek'. Ook hier geldt echter maatwerk. Als het voor de mentale gezondheid van de jongere essentieel is om wel bezoek te ontvangen, overleg dan met ouders of opvoeders over hun wensen en mogelijkheden. Als zij op bezoek willen komen bij een positief geteste jongere, dan wordt het volgende van hen gevraagd:

  • Kom alleen, breng niemand mee.
  • Volg de algemene hygiënemaatregelen van het RIVM.
  • Was de handen vóór het bezoek en droog ze met een papieren handdoek.
  • Bewaar minimaal anderhalve meter afstand.

Als meer nabijheid belangrijk en gewenst is, dragen bezoekers, indien beschikbaar, persoonlijke beschermingsmiddelen: handschoenen, bril, schort en chirurgisch mondmasker.

  • Verlaat de afdeling meteen na het bezoek en was daarna zo snel mogelijk de handen.

Van de jongere wordt het volgende gevraagd: 

  • Was de handen vóór het bezoek en droog ze met een papieren handdoek. 
  • Was na het bezoek opnieuw de handen. 
  • Draag bij veel hoesten eventueel een chirurgisch mondmasker, ook al is dat niet noodzakelijk volgens het advies van het RIVM. 

Groepsgesprekken met gezinsleden

Tijdens ziekte van een jongere wordt een groepsgesprek uitgesteld als dan kan. Als het gesprek toch moet doorgaan, zijn ouders of opvoeders in principe online aanwezig, via andere communicatiemiddelen.

Als het voor de fysieke en mentale gezondheid van de jongere of de rechtsgang essentieel is dat het gesprek doorgaat, ook als de jongere nog in afwachting is van de testuitslag of positief getest op corona, en één van de ouders of een advocaat daarbij aanwezig is, dan wordt van ouder en/of advocaat gevraagd: 

  • Kom alleen, breng niemand mee. 
  • Volg de algemene hygiënemaatregelen van het RIVM. 
  • Was de handen vóór het bezoek en droog ze met een papieren handdoek. 
  • Bewaar minimaal anderhalve meter afstand. 
  • Verlaat de afdeling meteen na het bezoek en was daarna zo snel mogelijk de handen.

Als meer nabijheid belangrijk en gewenst is, dragen bezoekers, indien beschikbaar, persoonlijke beschermingsmiddelen: handschoenen, bril, schort en chirurgisch mondmasker.

Van de jongere wordt gevraagd: 

  • Was de handen vóór het bezoek en droog ze met een papieren handdoek. 
  • Draag bij veel hoesten eventueel een chirurgisch mondneusmasker, ook al is dat niet noodzakelijk volgens het advies van het RIVM. 
  • Was na het bezoek opnieuw de handen.

Van de medewerkers wordt gevraagd: 

  • Stem af wie lijfelijk bij het gesprek aanwezig is – een of twee personen − en wie online meedoet. 
  • Ter bescherming van de medewerker die lijfelijk aanwezig is, gelden dezelfde voorzorgsmaatregelen als voor de ouder. 
  • Lucht na het gesprek kort (30 minuten) de gespreksruimte. 
  • Reinig de tafel, laptop en mobiele telefoon of pieper na het gesprek met een hygiënisch doekje. 
  • Was daarna de handen en droog ze af met een papieren handdoek.

Jongeren in separatie

Als het nodig is een jongere te isoleren die door zijn gedrag een gevaar is voor zichzelf of anderen, gelden grotendeels de richtlijnen die hierboven zijn beschreven voor jongeren met en zonder klachten. 

Jongeren zonder klachten 

  • Hanteer de algemene hygiëne-maatregelen van het RIVM. 
  • Was je handen na contact en droog ze met een papieren handdoek. 

Jongeren met klachten 

  • Draag, zolang de jongere in afwachting is van de testuitslag of positief getest is, handschoenen, een chirurgisch mondmasker, een halterschort en een beschermingsbril als langdurig contact (meer dan vijftien minuten) op een afstand van minder dan anderhalve meter van de jongere noodzakelijk is of als de jongere geholpen moet worden bij de dagelijkse verzorging. 
  • Probeer bij vluchtig fysiek contact (minder dan vijftien minuten op minder dan anderhalve meter, zonder persoonlijke beschermingsmiddelen) zoveel mogelijk naast of achter de jongere te staan. 
  • Was je handen na afloop en droog ze met een papieren handdoek.

Logeren

Onze organisatie verzorgt de logeeropvang van kinderen. Kan dat weer doorgaan?

  • Ja, de logeeropvang van kinderen van 0 tot 18 jaar kan doorgaan. Omdat we logeeropvang ook als jeugdzorg beschouwen, gelden hier dezelfde richtlijnen en hoeven kinderen en jongeren tot 18 jaar daarbij geen anderhalve meter afstand van elkaar te houden.
  • Als begeleider probeer je wel zoveel mogelijk anderhalve meter afstand te houden van de jongeren. Bij kinderen tot en met 12 jaar zal dat regelmatig niet lukken omdat je moet helpen bij het naar de wc gaan, het tandenpoetsen of het troosten van een kind. Dat is niet erg. Kijk hoe je dat zo zorgvuldig mogelijk kunt doen. Ga bijvoorbeeld bij het tanden poetsen zoveel mogelijk achter of naast het kind staan (en niet ervoor). Begeleiders houden onderling wel anderhalve meter afstand van elkaar.
  • In de slaapkamers geldt geen maximum aantal kinderen en jongeren.
  • Het is belangrijk om slaapkamers goed te ventileren. Dus slapen met een raampje of de deur open en ’s morgens de kamer minimaal een half uur goed luchten.
  • Verschoon het beddengoed regelmatig, zeker als er een nieuwe groep kinderen komt.
  • Douchen gebeurt voor het slapen gaan maar niet samen.
  • Als er ook jongeren van 18 jaar of ouder in de logeervoorziening verblijven dan beschikken zij over een eigen slaapkamer. Zij houden minimaal anderhalve meter afstand van de andere kinderen, jongeren en begeleiders. Als zij door hun beperking fysieke ondersteuning nodig hebben, probeer dit dan met zo min mogelijk begeleiders te doen en het fysieke contact zo kort mogelijk te houden.
  • Elke begeleider slaapt op een eigen kamer. 

Mogen kinderen die in een gezinshuis, bij een pleeggezin of residentieel verblijven een weekend naar huis?

  • Ja, kinderen en jongeren die in een residentiële voorziening verblijven mogen sinds 1 juni weer een weekend naar huis en dus ook thuis blijven slapen.
  • Overleg vooraf met het kind/de jongere en (pleeg) ouders en eventueel andere betrokkenen wat wenselijk en haalbaar is. Houd daarbij bijvoorbeeld ook rekening met de aanwezigheid van personen die tot de kwetsbare doelgroep behoren en een verhoogd risico hebben op een ernstig beloop van het corona-virus. Maak vooraf duidelijke afspraken. Het blijft maatwerk.
  • Soms zal na een zorgvuldige afweging besloten worden om niet thuis te overnachten. Kijk dan samen hoe het weekend toch zo leuk en gezellig mogelijk vormgegeven kan worden.
  • Als kinderen thuis slapen, doen ze dat in principe op hun eigen kamer. Als zij de kamer delen met een broer of zus is dat geen probleem.
  • Je kunt er samen met de begeleider of de pleegouder voor kiezen dat het kind met zowel het pleeggezin, gezinshuis of de groep een huishouden vormt als ook met het gezin thuis. Kinderen mogen in dit soort situaties namelijk tot meerdere huishoudens gerekend worden. Als je daar samen toe besluit hoeft het kind/de jongere geen anderhalve meter afstand te houden van zijn ouders en andere  gezinsleden.
  • Mocht je om bepaalde redenen daar niet voor kiezen, dan is het belangrijk dat jongeren vanaf 13 jaar op een eigen kamer slapen en anderhalve meter afstand houden van hun  ouders en andere gezinsleden van 18 jaar en ouder.
  • Kinderen en jongeren mogen door ouders of andere opvoeders gehaald en gebracht worden. Ook als zij niet ingeschreven staan bij het huishouden van hun ouders of opvoeders. Er mogen net zoveel mensen in de auto als dat er formele zitplaatsen zijn. Check voorafgaand aan de rit of iemand corona gerelateerde klachten heeft. Als dat zo is, is het beter om je plannen aan te passen. Verder wordt volwassenen en jongeren van 13 jaar en ouder geadviseerd een mondkapje te dragen, net als je dat in de trein zou doen.

Persoonlijke beschermingsmiddelen 

  • Een wegwerpschort met lange mouwen. Als zo'n schort niet voorradig is, zijn een doktersjas met lange mouwen en een halterschort veilige alternatieven. Was ze na gebruik op 60 graden of gooi ze weg. 
  • Een chirurgisch mondneusmasker en eventueel een FFP2-masker. Op de website van de Rijksoverheid lees je wanneer je welk mondmasker moet gebruiken.  
  • Een beschermende bril.

In de jeugdzorg zijn beschermende maatregelen over het algemeen alleen nodig bij jongeren die hulp nodig hebben bij de lichamelijke verzorging en positief getest zijn op het coronavirus óf klachten hebben en nog in afwachting zijn van de testuitslag. In uitzonderingsituaties gebruik je persoonlijke beschermingsmiddelen, omdat je zelf klachten hebt. Lees wanneer je wel of niet persoonlijke beschermingsmiddelen moet gebruiken en welke dat zijn. 

Afhankelijk van de situatie op de groep kan in overleg met de GGD gekeken worden of er aanvullende maatregelen nodig zijn. Dat kan bijvoorbeeld nodig zijn door de gedragsproblematiek, het aantal zieke jongeren of de aanwezigheid van jongeren met een chronische ziekte die tot de risicogroep behoren.

Bel tijdens kantoortijden met de plaatselijke GGD. Buiten kantoortijden is de GGD bereikbaar via telefoonnummer 0900 – 367 67 67.

Om een afspraak te maken voor een coronatest bel je 0800-1202 (tussen 08.00 en 20.00 uur)

Hoe kom je aan persoonlijke beschermingsmiddelen?

Sinds 13 april is er een verdeelmodel voor persoonlijke beschermingsmiddelen. De middelen worden verdeeld naar gelang het besmettingsrisico dat de professional in een bepaald werkveld loopt.

In principe bestelt de organisatie de persoonlijke beschermingsmiddelen voor de eigen medewerkers. Jouw organisatie kan een aanvraag voor persoonlijke beschermingsmiddelen indienen bij het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) via Mediq. Lees meer informatie van Mediq

Door schaarste kan het zijn dat niet alles verkrijgbaar is. Dan kan de organisatie via GGD GHOR Nederland een actuele lijst vinden met contactpersonen die de distributie van persoonlijke beschermingsmiddelen per regio coördineren. Ook bij acute problemen kun je een beroep op hen doen om samen een oplossing te vinden. Denk aan een crisissituatie waarbij fysiek contact met een besmette jongere of zijn gezin nodig is, maar persoonlijke beschermingsmiddelen ontbreken. 

Hoe gebruik je persoonlijke beschermingsmiddelen? 

Professionals die zelf tot de kwetsbare groep behoren

In principe kun je veilig blijven werken. Er moet dan wel aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:

  • Je past de algemene hygiënemaatregelen toe en je weet hoe dat moet.
  • Je gebruikt zo nodig PBM, je weet hoe je die moet gebruiken en ze zijn in voldoende mate beschikbaar. Als alternatief voor bijvoorbeeld baliewerk op minder dan anderhalve meter afstand, kan jouw werkgever fysieke barrières aanbrengen, zoals plexiglas schermen.

Of je uiteindelijk hetzelfde werk gaat doen als normaal, dat overleg je met jouw leidinggevende. Samen wegen jullie jouw eventuele werk-gerelateerde risico’s, jouw individuele gezondheid, jouw huidige omstandigheden, de mogelijkheid en haalbaarheid van (andere) preventieve maatregelen en de mogelijkheden van tijdelijk andere werkzaamheden. Dat is maatwerk. De bedrijfsarts kan daar zo nodig in adviseren.

Professionals die zwanger zijn

Tot nu toe zijn er geen aanwijzingen dat zwangere vrouwen gevoeliger zijn voor het coronavirus. Ook zijn er geen aanwijzingen voor een verhoogde kans op een miskraam of aangeboren afwijkingen.

Wel kan een infectie met het coronavirus, net als elke andere luchtweginfectie, in het 3e trimester van je zwangerschap, ernstiger verlopen. Dat komt omdat de baby meer ruimte in gaat nemen en jouw longcapaciteit daardoor iets afneemt.

In principe kun je je normale werkzaamheden blijven uitvoeren. Mits je:

  • de algemene hygiënemaatregelen goed volgt.
  • je persoonlijke PBM gebruikt als dat nodig is, je ze goed gebruikt en ze in voldoende mate beschikbaar zijn. Als alternatief kan jouw werkgever voor bijvoorbeeld baliewerk op minder dan anderhalve meter afstand, fysieke barrières aanbrengen, zoals plexiglas schermen.

Ben je 28 weken of langer zwanger en is er een tekort aan persoonlijke beschermingsmiddelen voor handelingen waarbij zij wel geadviseerd worden of werk je in een situatie waarin het niet altijd lukt om anderhalve meter afstand te houden van mensen met verkoudheidsklachten? Overleg dan met je leidinggevende of je aangepaste werkzaamheden kunt verrichten waarbij de anderhalvemeterregel wel gewaarborgd kan worden.

Wat te doen na contact met iemand met klachten en wanneer laat je je testen? 

Het is altijd goed om hierover contact op te nemen met jouw leidinggevende.

Voor wat je wanneer moet doen en wat je kunt verwachten na contact met iemand met klachten verwijzen we je naar de pagina over het testbeleid

Jouw reactie

Heb je vragen of opmerkingen over de informatie over omgaan met de gevolgen van het coronavirus op onze website? Dan kun je reageren via coronavirus@nji.nl. Hiermee kunnen we de informatie op onze website actualiseren.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies