Omgaan met de gevolgen van het coronavirus

Fysiek contact in een residentiële omgeving

Laatste actualisatie: 25 maart 2020

Contact met een jongere in een residentiële omgeving is vanzelfsprekend. Ook hebben jongeren in een residentiële omgeving recht op contact met hun ouders of verzorgers. Juist wanneer delen van hun dagprogramma wegvallen, is dat contact extra belangrijk. Tegelijkertijd maken de aangescherpte maatregelen van het ministerie van VWS en de richtlijnen van het RIVM fysiek contact niet vanzelfsprekend. Hieronder lees je adviezen voor een zorgvuldige afweging over fysiek contact, om het risico op een besmetting met het coronavirus voor iedereen zo klein mogelijk te maken.

Deze informatie gaat over fysiek contact in de betekenis van contact in levende lijve, zonder elkaar aan te raken. In specifieke gevallen gaat de informatie wel over het aanraken van het lichaam van de ander, bijvoorbeeld bij de dagelijkse lichamelijke verzorging.

Deze adviezen gaan ervan uit dat de jongeren lichamelijk gezond zijn, zonder chronische ziekten, maar wel psychisch kwetsbaar. Daarom blijft maatwerk belangrijk.

Uitgangspunten

Anticiperen op het toekomstperspectief van jongeren blijft ook nu belangrijk. Wel is daarbij het uitgangspunt dat de fysieke en mentale gezondheid van jongeren, hun ouders of verzorgers en andere bezoekers, en die van medewerkers blijvend kan worden behartigd.

Een algehele bezoekersstop is niet wenselijk in de residentiële jeugdhulp, inclusief jeugd-ggz en zorg voor jongeren met een verstandelijke beperking. Dat is omdat isolatie grote mentale risico's met zich meebrengt. Bezoek van naasten zorgt voor persoonlijke aandacht en rust, waar deze vaak kwetsbare jongeren nu juist extra behoefte aan hebben. Dat kan de stabiliteit ten goede komen.

Er is daarom altijd maatwerk nodig om te bepalen of fysiek contact mogelijk is, of dat andere communicatiemiddelen ingezet moeten worden.

Algemeen

Het is voor jeugdzorghulpmedewerkers belangrijk om de landelijke algemene hygiënerichtlijnen goed te volgen:

  • Geen handen geven
  • Regelmatig handen wassen
  • Hoesten en niezen in de ellenboog
  • Papieren zakdoekjes gebruiken.

Een medewerker die moet hoesten of niezen én koorts heeft, mag niet werken. Je blijft dan thuis tot je 24 uur klachtenvrij bent. Heb je alleen last hebt van hoesten of niezen, dan mag je werken met lichamelijk gezonde jongeren, mits je de algemene hygiënerichtlijnen volgt.

Werken met jongeren zonder klachten

Dagelijkse verzorging

Onder dagelijkse verzorgen valt onder meer opstaan, eten, kamer opruimen en individuele gesprekken. Volg hierbij de algemene adviezen van het RIVM. Dat betekent:

  • Was vóór een gesprek je handen en vraag de jongere ook dat te doen.
  • Schud geen handen.
  • Droog je handen aan een papieren handdoek, een stuk keukenrol of een papieren zakdoek.
  • Houd minimaal 1,5 meter afstand van elkaar.
  • Nies of snuit je neus in een papieren zakdoek en draai daarbij je gezicht weg van je gesprekspartner. Gooi de gebruikte zakdoek meteen weg.
  • Hoest in je ellenboog en draai daarbij je gezicht weg van je gesprekspartner.
  • Maak na gebruik je laptop en telefoon schoon met een hygiënisch doekje.
  • Was je handen na het gesprek.

Geef de jongeren op de groep het goede voorbeeld. Daarbij kun je dit informatiemateriaal voor jongeren gebruiken.

Bezoek

Algemene uitgangspunten voor een afdeling kunnen zijn:

  • Maximaal één bezoeker per dag voor maximaal een uur, tenzij de afdeling andere keuzes maakt in overleg met jongeren en ouders of opvoeders. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren in een crisis waarbij de ouders van een jongere een steunende rol kunnen spelen, of wanneer er lichamelijk kwetsbare kinderen op de groep zijn voor wie in overleg met de GGD andere afspraken zijn gemaakt.
  • Voor dringende gevallen kunnen specifieke regels gelden, bijvoorbeeld bij een urgent bezoek van een advocaat.
  • Weiger bezoekers met klachten zoals neusverkoudheid, hoesten en koorts boven de 38 graden.
  • Vraag bezoekers geen handen te schudden en bij binnenkomst en vertrek de handen te wassen.
  • Laat jongeren en hun familie, vrienden en andere vertrouwenspersonen zoveel mogelijk andere communicatiemiddelen gebruiken, zoals videobellen en WhatsApp.
  • Investeer als instelling in middelen die helpen om in de huidige omstandigheden contact te houden, zoals tablets en software.
  • Een veiliger alternatief voor bezoek op de afdeling is buiten afspreken, om bijvoorbeeld samen te wandelen.
  • Monitor als instelling of dit beleid moet worden aangescherpt en stem het beleid af in het Regionaal Overleg Acute Zorg (ROAZ).
  • Om de kans op besmetting zo klein mogelijk te houden, moeten instellingen ruimte hebben om hun eigen afwegingen en keuzes te maken. De fysieke en mentale gezondheid van jongeren en medewerkers is daarbij leidend.
  • Bij crisisopnamen mag een ouder aanwezig zijn, tenzij die last heeft van koorts boven de 38 graden en hoesten.

Voorafgaand aan en tijdens bezoek

Handhaaf zoveel mogelijk de bestaande afspraken met jongeren over bezoek, maar bespreek met jongeren, hun ouders en andere partners de mogelijkheden om in plaats van bezoek andere communicatiemiddelen in te zetten.
Ouders en opvoeders kunnen alleen op bezoek komen als zij en hun huisgenoten geen klachten hebben.

Als de ouder of opvoeder wegens klachten niet fysiek aanwezig kan zijn, overleg dan of er iemand anders kan komen die geen klachten heeft, of zoek een alternatieve vorm van contact, zoals telefoon, Facetime of Skype.
Laat niet meer dan één persoon per dag bij de jongere op bezoek komen. Kijk of het bezoek moet plaatsvinden op de groep of de kamer, of dat het mogelijk is buiten wat te ondernemen.

Volg tijdens het bezoek de algemene richtlijnen van het RIVM:

  • Laat de bezoeker bij binnenkomst zijn handen wassen en drogen met een papieren handdoek.
  • Vraag de bezoeker geen handen te schudden.
  • Houd minimaal 1,5 meter afstand van elkaar.
  • Vraag mensen een papieren zakdoek te gebruiken als ze moeten niezen of snuiten en zich daarbij weg te draaien van hun gesprekspartner.
  • Als mensen moeten hoesten, doen ze dat in hun ellenboog en draaien ze hun gezicht weg van hun gesprekspartner.
  • Adviseer bezoekers om na afloop weer hun handen te wassen.

Groepsgesprekken met gezinsleden

Een reden voor een groepsgesprek is bijvoorbeeld de bespreking van het behandelplan of een therapeutisch contact.

Voorafgaand aan het groepsgesprek

Beslis voorafgaand al samen met de jongere en het gezin wie echt aanwezig moet zijn bij het gesprek. Maak duidelijke afspraken:

  • Ouders en opvoeders kunnen alleen fysiek aanwezig zijn als zij én hun huisgenoten geen klachten hebben.
  • Stem af welke andere communicatiemiddelen beschikbaar zijn als de ouder of opvoeder niet fysiek aanwezig kan zijn. Denk bijvoorbeeld aan telefoon, Facetime, of Skype. Maak duidelijke afspraken, bijvoorbeeld wie belt wie?
  • Komt er iemand anders? Dan is het fijn als je vooraf weet wie dat is en of de jongere het goed vindt dat je met deze persoon informatie over hem deelt.

Tijdens het groepsgesprek

Volg de hierboven genoemde algemene adviezen van het RIVM.
Aanvullend:

  • Maak na gebruik je laptop en telefoon schoon met hygiënische doekjes.
  • Was je handen na het gesprek.

Werken met jongeren met klachten

Als een jongere koorts heeft boven de 38 graden en hoest of niest, wordt hij beschouwd als iemand met een coronavirusinfectie totdat het tegendeel bewezen is.

  • Informeer de ouders of verzorgers en bespreek alternatieve mogelijkheden om contact te houden. Bespreek of het mogelijk is om toch op bezoek te komen.
  • Informeer de huisarts. De huisarts bepaalt of de jongere verdacht wordt van een coronavirusinfectie.
  • Doe melding bij de GGD als de huisarts aangeeft dat er een verdenking is van een coronavirusinfectie. Dit is een artikel 26-melding.
  • Volg de adviezen van de GGD. De GGD bepaalt, eventueel samen met de huisarts, of het zinvol is om jongeren op het coronavirus te testen.
  • Maak samen met de GGD een beleid met betrekking tot isolatie of quarantaine binnen de mogelijkheden van de instelling.
  • Als er jongeren op de groep verblijven die lichamelijk niet gezond zijn, bespreek dan met de huisarts of GGD of een aangepast beleid nodig is om hen te beschermen.
  • Houd de jongere met klachten extra goed in de gaten. Volg de adviezen van www.thuisarts.nl om te weten bij welke klachten je opnieuw contact moet opnemen met de huisarts.

Belangrijke informatie in het overleg met huisarts en GGD

Zorg dat je de volgende informatie paraat hebt als je met de huisarts of de GGD overlegt over het beleid.

  • Is de jongere in staat om instructies te volgen en beschermingsmateriaal te dragen?
  • Beschikt de jongere over eigen of gedeeld sanitair?
  • Heeft de jongere gedrags- of psychiatrische problemen die verergeren als afgeweken wordt van de bestaande structuur of bij beperking van de bewegingsvrijheid?
  • Heeft de jongere last van ernstige agressie of gedragsproblemen waarvoor fysiek ingrijpen nodig kan zijn?
  • Beschadigt de jongere zichzelf of krijgt hij dwangmedicatie waarvoor fysiek contact nodig is?
  • Kan de jongere algemene dagelijkse levensverrichtingen zoals wassen en aankleden zelfstandig uitvoeren of heeft hij persoonlijke verzorging nodig?
  • Verblijven er op de groep van deze jongere ook jongeren die behoren tot een risicogroep? Dit zijn jongeren met diabetes, een chronische nierziekte, een chronisch hartziekte, een chronische longziekte, HIV of kanker, of die medicijnen gebruiken die de weerstand verminderen.

Dagelijkse verzorging

  • In nauw overleg met de GGD verblijft de jongere in isolatie op de eigen kamer of op een quarantaineafdeling.
  • Beperk het aantal groepsleiders dat met deze jongere contact heeft.
  • Was je handen voorafgaand aan het contact met de jongere.
  • Als de zieke jongere hulp nodig heeft bij de dagelijkse verzorging, gebruikt de hulpverlener persoonlijke beschermingsmiddelen: een chirurgisch mondmasker, niet-steriele handschoenen, een halterschort, een veiligheidsbril.
  • Ook als je langer dan vijf minuten met de zieke jongere bezig bent en uitgebreide andere handelingen 'aan het lichaam' moet verrichten, bijvoorbeeld uitgebreide wondbehandeling na automutilatie, kun je overwegen persoonlijke beschermingsmiddelen te gebruiken, zeker als de jongere veel hoest.
  • Voor kortdurend contact van minder dan vijf minuten zijn persoonlijke beschermingsmiddelen niet nodig.
  • Gooi de persoonlijke beschermingsmiddelen na gebruik direct weg in een plastic zak, liefst op of in de buurt van de kamer van de jongere.
  • Laat de zieke jongere bij voorkeur gebruik maken van een aparte douche en wc. Als die niet op de groep aanwezig zijn, maak dan de douche en wc regelmatig schoon. Dat kan met een gewoon schoonmaakmiddel.
  • Volg voor schoonmaak verder het protocol thuisisolatie van het RIVM.
  • Was je eigen werkkleding aan het einde van de dag op 60 graden.

Bezoek

De jongere ontvangt in principe geen fysiek bezoek. Alle contacten met ouders of opvoeders vinden zoveel mogelijk digitaal plaats. Ook hier geldt echter maatwerk. Als het voor de mentale gezondheid van de jongere essentieel is om wel bezoek te ontvangen, overleg dan met ouders of opvoeders over hun wensen en mogelijkheden.

Als zij op bezoek willen komen, dan wordt het volgende van hen gevraagd:

  • Kom alleen, breng niemand mee.
  • Volg de algemene richtlijnen van het RIVM.
  • Was de handen vóór het bezoek en droog ze met een papieren handdoek.
  • Bewaar minimaal 1,5 meter afstand.
  • Vermijd direct huidcontact.
  • Verlaat de afdeling meteen na het bezoek en was daarna zo snel mogelijk de handen.

Van de jongere wordt het volgende gevraagd:

  • Was de handen vóór het bezoek en droog ze met een papieren handdoek.
  • Was na het bezoek opnieuw de handen.

Groepsgesprek

Tijdens ziekte van een jongere wordt een groepsgesprek uitgesteld als dan kan.

Als het gesprek toch moet doorgaan, zijn ouders of opvoeders in principe digitaal aanwezig, via andere communicatiemiddelen.

Als het voor de fysieke en mentale gezondheid van de jongere of de rechtsgang essentieel is dat het gesprek doorgaat en een van de ouders of een advocaat daarbij aanwezig is, dan wordt van ouder en advocaat gevraagd:

  • Kom alleen, breng niemand mee.
  • Volg de algemene richtlijnen van het RIVM.
  • Was de handen vóór het bezoek en droog ze met een papieren handdoek.
  • Bewaar minimaal 1,5 meter afstand.
  • Vermijd direct huidcontact.
  • Verlaat de afdeling meteen na het bezoek en was daarna zo snel mogelijk de handen.

Van de jongere wordt gevraagd:

  • Was de handen vóór het bezoek en droog ze met een papieren handdoek.
  • Draag bij veel hoesten eventueel een chirurgisch mondneusmasker, ook al is dat niet noodzakelijk volgens het advies van het RIVM.
  • Was na het bezoek opnieuw de handen.

Van de medewerkers wordt gevraagd:

  • Stem af wie fysiek bij het gesprek aanwezig is – een of twee personen − en wie digitaal meedoet.
  • Ter bescherming van de medewerker die fysiek aanwezig is, gelden dezelfde voorzorgsmaatregelen als voor de ouder en de jongere.
  • Lucht na het gesprek kort de gespreksruimte.
  • Reinig de tafel, laptop en mobiele telefoon of pieper na het gesprek met een hygiënisch doekje.
  • Was daarna de handen en droog ze af met een papieren handdoek.

Jongeren in isolatie

Als het nodig is een jongere te isoleren die door zijn gedrag een gevaar is voor zichzelf of anderen, gelden grotendeels de richtlijnen die hierboven zijn beschreven voor jongeren met en zonder klachten.

Jongeren zonder klachten

  • Hanteer de algemene adviezen van het RIVM.
  • Was je handen na contact en droog ze met een papieren handdoek.

Jongeren met klachten

  • Draag handschoenen, een chirurgisch mondneusmasker, een halterschort en een beschermingsbril als langdurig contact op een afstand van minder dan 1,5 meter van de jongere noodzakelijk is of als de jongere geholpen moet worden bij de dagelijkse verzorging.
  • Was je handen na afloop en droog ze met een papieren handdoek.

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Persoonlijke beschermingsmiddelen met het oog op het coronavirus zijn:

  • Niet-steriele handschoenen.
  • Een wegwerpschort met lange mouwen. Als zo'n schort niet voorradig is, zijn een doktersjas met lange mouwen en een halterschort veilige alternatieven, mits ze direct na gebruik worden gewassen op 60 graden.
  • Een chirurgisch mondneusmasker.
  • Een beschermende bril.

In de jeugdzorg zijn beschermende maatregelen over het algemeen alleen nodig bij jongeren die hulp nodig hebben bij de lichamelijke verzorging en die positief getest zijn op het coronavirus, of die hoesten, niezen en meer dan 38 graden koorts hebben.

Afhankelijk van de situatie op de groep kan in overleg met de GGD gekeken worden of er aanvullende maatregelen nodig zijn. Dat kan bijvoorbeeld in verband met de mate van gedragsproblematiek, het aantal zieke jongeren, of de aanwezigheid van jongeren met een chronische ziekte.

Bel tijdens kantoortijden met de plaatselijke GGD. Buiten kantoortijden is de GGD bereikbaar via telefoonnummer 0900 – 367 67 67.

Hoe kom je aan persoonlijke beschermingsmiddelen?

In principe bestelt de organisatie de persoonlijke beschermingsmiddelen voor de eigen medewerkers. Door schaarste kan het zijn dat alleen handschoenen verkrijgbaar zijn. Dan kan de organisatie via GGD GHOR Nederland een actuele lijst vinden met contactpersonen die de distributie van persoonlijke beschermingsmiddelen per regio coördineren. Ook bij acute problemen kun je een beroep op hen doen om samen een oplossing te vinden. Denk aan een crisissituatie waarbij fysiek contact met een besmette jongere of zijn gezin nodig is maar persoonlijke beschermingsmiddelen ontbreken.

Hoe gebruik je persoonlijke beschermingsmiddelen?

In deze video (Engelstalig) zie je hoe je de persoonlijke beschermingsmiddelen goed aan- en uittrekt. Het is belangrijk dat je dit in de goede volgorde doet.

Wat te doen na contact met iemand met klachten?

Heb je geen klachten?

Heb je contact gehad met jongeren of gezinnen die later klachten kregen of positief getest zijn op het coronavirus maar heb je zelf geen klachten?

  • Je valt onder de laag-risicogroep als je geen medische handelingen verricht waardoor je extra intensief in contact komt met bijvoorbeeld de luchtwegen van een jongere of diens gezinsleden.
  • Je mag blijven werken, op voorwaarde dat je geen klachten hebt. Houd wel je gezondheid in de gaten.

Heb je zelf klachten?

Krijg je binnen veertien dagen na contact met een besmette jongere of een besmet gezin zelf klachten, bijvoorbeeld verkoudheid, hoesten, kortademigheid of koorts, dan geldt het nieuwe testbeleid voor zorgmedewerkers:

  • Bel in ieder geval je leidinggevend en overleg samen wat te doen.
  • Heb je meer dan 38 graden koorts hebt en nies of hoest je, dan mag je niet werken totdat je 24 uur klachtenvrij bent.
  • Moet je hoesten en maar heb je geen koorts, dan mag je werken met lichamelijk gezonde jongeren.
  • Het kan zijn dat de GGD jou wil testen op het coronavirus. Dat kan nodig zijn om zeker te weten of de ziekte op de groep of afdeling door het coronavirus veroorzaakt wordt. Als een of twee jongeren of medewerkers positief getest zijn, mag je ervan uitgaan dat alle volgende zieke jongeren en medewerkers ook met het coronavirus besmet zijn.
  • Als je volgens het nieuwe testbeleid van zorgmedewerkers niet meer mag werken, beperk dan thuis de sociale omgang met anderen. Volg de adviezen voor thuisquarantaine van de regionale GGD.
  • Ben je verder gezond, volg dan de adviezen van www.thuisarts.nl.
  • Je mag weer gaan werken als je 24 uur klachtenvrij bent.

Wanneer bel je de huisarts?

Heb je een chronische ziekte, zoals diabetes, een chronisch nier-, hart- of longziekte, of HIV, of gebruik je medicijnen die de weerstand verminderen? Bel dan direct de huisarts bij koorts of een koortsig gevoel en minimaal één van de volgende klachten:

  • Hoesten
  • Moeilijk ademen

Blijf thuis en binnen tot je de huisarts gesproken hebt. Ga niet zelf naar de huisarts, de huisartsenpost of het ziekenhuis. Als het nodig is, komen zij naar jou toe.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies