• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Over het Nederlands Jeugdinstituut

Voorschoolse educatie: beboet ouders niet, maar overtuig en investeer

Hilde Kalthoff - 21 maart 2011

De Amsterdamse wethouder Lodewijk Asscher wil ouders die hun peuter met taalachterstand niet naar de voorschool brengen, een boete geven. Het is een grote uitdaging om de ontwikkeling van kinderen op jonge leeftijd te bevorderen. Maar is bestraffen van ouders hierbij een goede weg? En is het nodig? Ik vind van niet.

Een eerste reden waarom ik het niet eens ben ligt voor de hand: in Nederland is er leerplicht vanaf 5 jaar. Verplichte voorschool kan dus helemaal niet volgens de huidige wetgeving. Een belangrijk vrijheidsprincipe komt dan in het gedrang.

Een ander punt is het selecteren van ouders. Als je voorschool verplicht wil stellen, hoe wil je ouders waarvan de kinderen naar de voorschool zouden moeten komen dan selecteren? Wie wel, wie niet? Betrouwbare instrumenten om te selecteren, zijn er namelijk niet (ITS, 2012). Criteria, die in Amsterdam gelden, zoals pedagogische onmacht, geen stimulerende thuisomgeving en niet-Nederlandssprekende ouders, zijn niet onomstreden. Kinderen van hoger opgeleide migranten ontwikkelen zich bijvoorbeeld meestal voorspoedig. Die kinderen hebben helemaal geen voorschool nodig.

Is het eigenlijk wel zo dat er veel ouders van de voorschool wegblijven? Dat valt in de gemeente Amsterdam te betwijfelen. In Amsterdam maakt reeds 85%-90% (DMO, 2012) van de peuters met laagopgeleide ouders gebruik van voorschoolse educatie. Opmerkelijk is dat daarnaast 10% van het aantal ‘doelgroep-peuters’ op de wachtlijst staat. Er zijn dan bijvoorbeeld per locatie te weinig peuters om een voorschool-groep te starten of er is geen huisvesting. Dit vraagt om verbetering. Het bereik van voorschoolse educatie stijgt immers als het ook wordt aangeboden op locaties met maar enkele 'doelgroep-peuters'.

Verplichten schaadt tot slot het vertrouwen van ouders en heeft een negatieve invloed op de communicatie tussen beroepskrachten en ouders. Terwijl wederzijdse samenwerking juist van groot belang is. Door combinatie van voorschoolse educatie met ontwikkelingsstimulering thuis, zoals met het programma VVE Thuis, worden de - nu nog bescheiden - effecten van de voorschool hoger. Programma’s zoals Instapje en Opstapje leiden ouders toe naar voorschoolse educatie en zijn ook in te zetten voor ouders die hun kinderen liever thuis houden. Gemeenten dienen meer te investeren in gezinsgerichte programma’s.

Kortom: in plaats van ouders te beboeten, is het veel beter om er alles aan te doen om ouders te overtuigen. Door de drempel zo laag mogelijk te maken, door voldoende voorschoolse educatie aan te bieden én door gezinsgerichte programma’s in te zetten.

Meer informatie

 

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.