Scheiding

Verschillende vormen van gezamenlijk ouderschap

Een kind over wie de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen, heeft na een scheiding recht op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders. Het gaat er daarbij om dat beide ouders in de tijd die ze met hun kinderen doorbrengen wezenlijk contact hebben met hun kinderen en kwalitatief goede en waardevolle zorg bieden.

Meer dan negentig procent van de ouders houdt na hun scheiding gezamenlijk ouderlijk gezag over hun kind(eren). In het ouderschapsplan moet dan een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken zijn afgesproken. Er zijn verschillende vormen waarin ouders dit kunnen organiseren:

Coöperatief Ouderschap

Coöperatief ouderschap houdt in dat ouders regelmatig met elkaar communiceren. Belangrijke beslissingen worden gezamenlijk en steeds in overleg besproken en genomen. Er kunnen bij coöperatief ouderschap nog momenten van samenkomen van het gezin zijn, zoals bij feestdagen of samen naar gesprekken op school.

Belangrijke aspecten van coöperatief ouderschap zijn:

  • Ouders werken samen om problemen met de kinderen op te lossen en activiteiten te plannen.
  • Ouders werken samen voor de belangen van de kinderen.
  • Ouders zorgen voor een warme overdracht/soepele overgang van het ene naar het andere huis voor de kinderen door middel van rechtstreekse communicatie.
  • Veranderingen in schema’s en vakanties worden door ouders steeds in overleg en met een flexibele en open houding tegenover de verzoeken van de andere ouder besproken en onderhandeld.
  • Ouders kunnen diverse opvoedvraagstukken met elkaar bespreken, waar zij zelf en de kinderen bij betrokken zijn. 

Co-ouderschap

Voor de uitvoering hiervan dienen de ouders in staat te zijn hun gelijkwaardig deel in de verzorging en opvoeding zodanig op elkaar af te stemmen dat de minderjarige hiervan profiteert en er in ieder geval geen last van ondervindt. Ouders moeten hierbij in staat zijn elkaar een band met de kinderen te gunnen.

Van de kinderen en jongeren tussen 9 en 16 jaar die een scheiding mee maken, blijkt 20 procent te wonen in een co-oudersituatie. Dit blijkt uit het onderzoek 'Scholieren en Gezinnen', uitgevoerd door de Universiteit Utrecht (Spruijt 2010).

Uit het onderzoek blijkt dat:

  • Bij co-ouderschap het opvoeden en het wonen van de kinderen min of meer gelijk over de ouders verdeeld is.
  • Het aantal co-oudergezinnen toeneemt, vooral onder hoogopgeleide ouders.
  • Co-ouderschap niet per se de beste regeling is voor een kind. Kinderen uit co-oudergezinnen blijken, meer dan andere kinderen van gescheiden ouders,  verdrietige gevoelens en een herenigingswens te hebben.
  • Voordelen van co-ouderschap zijn dat het kind met beide ouders gemakkelijk contact kan onderhouden en bijvoorbeeld met beiden op vakantie gaat.
  • De nadelen van het wonen op twee plekken zijn dat niet alle kinderen het prettig vinden om in twee huizen te wonen en te maken hebben met een ingewikkelde planning (Haverkort 2012).

Parallel Ouderschap

Parallel ouderschap duidt op onafhankelijk ouderschap in beide huishoudens, met weinig communicatie en emotionele betrokkenheid tussen ouders. Dit betekent dat er nauwelijks sprake is van rechtstreeks contact tussen ouders. Duidelijke grenzen en kaders worden vastgesteld om conflicten te verminderen of te voorkomen.

Parallel ouderschap vraagt er verder om dat beide ouders zich committeren aan vastgelegde afspraken. Ondanks dat er een gevoel kan ontstaan van 'het er niet mee eens zijn' of 'andere wensen hebben', vraagt parallel ouderschap om commitment zodat de geadviseerde en opgestelde afspraken ingevuld worden, waarbij weinig flexibiliteit mogelijk zal zijn. (Pedro-Cardoll 2017).

In parallel ouderschap is co-ouderschap ook mogelijk wanneer er in een ouderschapsplan of zorgovereenkomst heldere afspraken zijn opgenomen die door de beide ouders worden gedragen. In het tot stand komen van parallel ouderschap is dit een terugkerend onderwerp.

Contact tussen ouders en kinderen

Het is voor de ontwikkeling van kinderen van belang dat zij contact kunnen hebben met beide ouders en de toestemming van beide ouders ervaren om een goede band met hen beiden op te bouwen en te onderhouden. Hoe goed het contact van ouders met hun kinderen na de scheiding is, hangt af van het contact dat ze hebben met hun ex-partner.

Volgens De Graaf en Fokkema (2007) is de contactregeling direct na de scheiding een belangrijke voorspeller van de mate van het latere contact tussen ouders en kind. Als er geen sprake is van co-ouderschap ziet 18 procent van de kinderen hun andere ouder helemaal niet. Het maakt geen verschil of de uitwonende ouder de vader of de moeder is.

Veel gescheiden ouders zijn ontevreden over de mate van contact met hun kinderen. Hoe jonger het kind, hoe minder contact het later heeft met de uitwonende ouder. Kalmijn (2007) toont aan dat oudere gescheiden vaders minder contact hebben met en minder ondersteuning ontvangen van hun kinderen dan oudere gescheiden moeders.

Beeldvorming over kind en ex-partnerrelatie

Gescheiden ouders lijken een wat negatiever beeld te hebben van de relatie van hun kinderen met hun ex dan van de relatie die ze zelf met hun kinderen hebben. Van de vrouwen geeft 44 procent aan dat de relatie tussen hun kind en de vader slecht is, terwijl maar 18 procent van de mannen dit vindt.

Omgekeerd noemt 70 procent van de mannen de relatie tussen hun kind en de moeder goed, tegenover 90 procent van de moeders. Dat zowel mannen als vrouwen de relatie van moeder en kind veel positiever beoordelen komt waarschijnlijk doordat kinderen in de meeste gevallen bij de moeder wonen en daardoor minder tijd met de vader doorbrengen (De Graaf 2005).

Vragen?

Harmke Bergenhenegouwen is contactpersoon.

Foto Harmke  Bergenhenegouwen

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies