• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR

Veelgestelde vragen over de jeugdsector

Handreiking voor nieuwe raadsleden en wethouders

Laatste update: 24 augustus 2018

Jeugdhulp en de rol van gemeenten

Voor welke jeugdhulp zijn gemeenten verantwoordelijk?

Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor alle jeugdhulp. Het gaat om opvoedondersteuning, preventieve taken, wijk- of jeugdteams, geestelijke gezondheidszorg voor de jeugd, zorg voor kinderen met een beperking en jeugd- en opvoedhulp. De rechter beslist of jeugdbescherming of jeugdreclassering ingezet moet worden. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering daarvan.

Tot welke leeftijd kun je een beroep doen op jeugdhulp?

Jeugdhulp is er voor kinderen en jongeren tussen de 0 en 18 jaar. Soms is er verlengde jeugdhulp mogelijk, voor jongeren tot 23 jaar. Bijvoorbeeld als de jeugdhulp nog niet is afgerond op de 18de verjaardag of voor pleegkinderen.  Zie Wet- en regelgeving op 16-27.nl

Welke vormen van jeugdhulp zijn er?

Er zijn verschillende vormen van jeugdhulp:

  • Ambulante jeugdhulp van het lokale team
  • Begeleiding thuis bij problemen in het gezin (ambulante jeugdhulp)
  • Pleegzorg (hulp door pleegouders)
  • Jeugdzorgplus (hulp voor jongeren met ernstige problemen)
  • Hulp in een instelling voor jeugd- en opvoedhulp
  • Jeugd-ggz (hulp voor kinderen met psychische problemen)
  • Jeugdzorg voor kinderen met een verstandelijke beperking
  • Ondertoezichtstelling en voogdij/ jeugdbescherming
  • Jeugdreclassering

Wat wordt bedoeld met ‘gedwongen kader’?

‘Gedwongen kader’ gaat over verplichte maatregelen voor ouders of jongeren: jeugdbescherming en jeugdreclassering. Deze verplichte maatregelen worden ingezet als de veiligheid van een kind of van de samenleving in het geding is. Niet de gemeente maar de kinderrechter legt deze maatregelen op, na advies van de Raad voor de Kinderbescherming. Voorbeelden van verplichte maatregelen zijn: ouders die verplichte begeleiding krijgen bij de opvoeding van hun kinderen (ondertoezichtstelling), ouders die uit de ouderlijke macht worden gezet of jongeren die verplichte jeugdreclassering krijgen opgelegd omdat ze een strafbaar feit hebben begaan of daarvan verdacht worden. Zie ook dossier Jeugdbescherming en Wat is reclassering?.

Is de gemeente verantwoordelijk voor verplichte maatregelen?

De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de jeugdbescherming en jeugdreclassering. De gecertificeerde instellingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering voeren deze maatregelen uit. De gemeente is ook verantwoordelijk voor de organisatie van Veilig Thuis (advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling). Dit zijn regionale organisaties waar slachtoffers, omstanders en professionals terecht kunnen voor advies en hulp.

Wat is het verschil tussen vrij toegankelijke voorzieningen en maatwerkvoorzieningen?

Vrij toegankelijke voorzieningen zijn voorzieningen waar alle kinderen tot 18 jaar gebruik van kunnen maken. Bijvoorbeeld het consultatiebureau, het lokale (wijk)team, de school, de sportclub, de peuterspeelzaal, jongerenwerk.

Maatwerkvoorzieningen voorzien in individuele hulp wanneer vrij toegankelijke voorzieningen niet toereikend zijn. Hier is een beschikking voor nodig. Kinderen kunnen hier alleen gebruik van maken als ze worden doorverwezen door de huisarts of als de gemeente daar toestemming voor geeft, bijvoorbeeld via het wijkteam. Voorbeelden van maatwerkvoorzieningen: intensieve vormen van opvoedhulp, psychologische hulp en behandeling en persoonlijke begeleiding. Ook pleegzorg hoort hierbij.

Jeugdhulp: de kinderen en de meest voorkomende problemen

Hoeveel jeugdigen maken gebruik van jeugdhulp?

Volgens het CBS krijgen momenteel ruim 400 duizend jongeren jeugdzorg, dat is ongeveer 1 op de 9 jongeren. Het CBS hanteert de term jeugdzorg als verzamelnaam voor jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Met name het aantal jongeren dat geholpen is door een wijk- of buurtteam is in 2017 gegroeid van 36,5 duizend in 2015 naar bijna 82 duizend. Ook doen meer jongeren een beroep op jeugdhulp met verblijf: van 40,5 duizend in 2015 naar 46,3 duizend in 2017. Binnen de jeugdbescherming nam het aantal jongeren met een ondertoezichtstelling af van 33 duizend in 2015 naar 29 duizend in 2017, dat in voogdij nam in dezelfde periode toe van 10,7 duizend naar 11,6 duizend. Het aantal jongeren met jeugdreclassering daalde van 11 duizend naar 10 duizend.

Hoe staat het met het jeugdhulpgebruik in onze gemeente?

Het jeugdhulpgebruik van uw gemeente is openbaar beschikbaar via de website van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Wat zijn de meest voorkomende vragen en problemen bij jeugdigen?

Het NJi heeft 10 veel voorkomende vragen en problemen bij jeugdigen bijeengebracht die lopen van licht naar zwaar:

  • Van dwars gedrag tot gedragsstoornis
  • Van kattenkwaad  tot delinquentie
  • Van druk kind tot ADHD
  • Van bang tot angststoornis
  • Van dip tot depressie
  • Van plagen tot pesten
  • Van geen zin hebben in school tot schooluitval
  • Van experimenteren met tot misbruik van middelen
  • Van ongezonde levensstijl tot obesitas
  • Van sociaal onhandig tot autisme
  • Van moeilijk lerend  tot een lichte verstandelijke beperking

Wat zijn de meest voorkomende vragen en problemen in de opvoeding?

Het NJi heeft 7 veel voorkomende vragen en problemen in de opvoeding bijeengebracht die lopen van licht naar zwaar:

  • Van hakken over de sloot  tot onderwijsachterstand
  • Van pedagogische tik tot kindermishandeling
  • Van opvoedingsonzekerheid tot ondertoezichtstelling
  • Van enkelvoudig opvoedingsprobleem tot multiprobleemsituaties
  • Van hechtingsproblemen tot reactieve hechtingsstoornis
  • Van gamer tot computerverslaafde
  • Van gekibbel tot (v)echtscheiding

De Jeugdwet

Wat is de Jeugdwet?

De Jeugdwet is een wet die ervoor moet zorgen dat alle kinderen en jongeren gezond, kansrijk en veilig kunnen opgroeien. De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdwet.  Zie ook: Jeugdhulp bij gemeenten op rijksoverheid.nl.

Waarom is er een nieuwe Jeugdwet?

In de oude situatie werden kinderen, jongeren en hun ouders niet altijd goed geholpen. De jeugdhulp was versnipperd: ouders en kinderen ‘verdwaalden’ in het systeem, zeker als ze meerdere problemen hadden waardoor ze met verschillende vormen van hulp te maken kregen, met elk een eigen financier en wettelijk kader. Met de nieuwe wet is er één kader en één financieringssysteem. Het doel van de nieuwe Jeugdwet is om de hulp efficiënter en effectiever te maken voor kinderen, jongeren en hun ouders. Het uiteindelijke doel is dat hun zelfredzaamheid wordt versterkt zodat jongeren en hun opvoeders zoveel mogelijk hun eigen problemen zelf kunnen oplossen, met hulp van hun omgeving en zo nodig professionals.  

Wat zijn de vijf doelen van de Jeugdwet?

De doelen van de Jeugdwet zijn:

  1. Uitgaan van de eigen verantwoordelijkheid en eigen mogelijkheden van jeugdigen en hun ouders, met behulp van hun sociale netwerk.
  2. Het versterken van het opvoedkundig klimaat in gezinnen, wijken, scholen, de kinderopvang en peuterspeelzalen.
  3. Het bieden van de juiste hulp op maat, zodat gezinnen en kinderen minder een beroep hoeven te doen op (vaak duurdere) gespecialiseerde hulp.
  4. Het bieden van integrale hulp aan gezinnen volgens het uitgangspunt ‘één gezin, één plan, één regisseur’.
  5. Minder regels voor professionals zodat ze meer ruimte hebben om de juiste hulp te bieden.

Waar is de gemeente nu verantwoordelijk voor?

De gemeente is verantwoordelijk voor:

  • Het versterken van het opvoedkundig klimaat in gezinnen, wijken, buurten, scholen en kinderopvang.
  • Zorgen voor voldoende kwalitatief en kwantitatief aanbod van jeugdhulp.
  • Het adviseren over en het inzetten van jeugdhulp.
  • Het adviseren van professionals met zorgen over een kind, bijvoorbeeld docenten, sporttrainers en jongerenwerkers.
  • Het adviseren van kinderen en jongeren met vragen en problemen.
  • Het indienen van een verzoek tot onderzoek bij de Raad voor de Kinderbescherming als een kinderbeschermingsmaatregel nodig is.
  • Het compenseren van beperkingen in de zelfredzaamheid en de maatschappelijke participatie van kinderen en jongeren.
  • Zorgen voor een toereikend aanbod van gecertificeerde instellingen.
  • Zorgen voor maatregelen om kindermishandeling te voorkomen.

Wat is de rol van gemeenten?

Gemeenten moeten in ieder geval:

  • De jeugdige en zijn of haar opvoeders advies geven over welke hulp het beste past.
  • Samen met de jeugdige en zijn of haar opvoeders een goede vorm van jeugdhulp kiezen.
  • Zorgen dat de gekozen jeugdhulp ook echt beschikbaar is.

Hoe is de jeugdhulp in gemeenten georganiseerd?

Dat verschilt per gemeente. Iedere gemeente kent basisvoorzieningen, preventieve programma’s, eerstelijnsvoorzieningen en gespecialiseerde hulp.

1. Basisvoorzieningen

Dit zijn: de kinderopvang, de scholen, sportvoorzieningen, stagevoorzieningen voor jongeren etc. Basisvoorzieningen leveren een belangrijke bijdrage aan het gewoon opvoeden en opgroeien van jeugdigen. De professionals en vrijwilligers die daar werken zijn belangrijke medeopvoeders met de ouders.

2. Preventie

Preventie gebeurt voor een deel via landelijke voorlichtingscampagnes (zoals de advertenties en tv-spotjes voor ouders om kinderen bijvoorbeeld geen alcohol te laten drinken), de jeugdgezondheidszorg, het internet (bijvoorbeeld www.opvoeden.nl), de voor- en vroegschoolse educatie (VVE) en programma’s als De Vreedzame School.

3. Eerste lijn (de vrij toegankelijke hulp)

Hieronder vallen de jeugdgezondheidszorg, het Centrum voor Jeugd en Gezin, het wijkteam en de huisartsen.  Generalisten in de eerste lijn zijn in staat om de basisvoorzieningen te versterken met advies en consultatie. Ze kunnen veel voorkomende vragen van jeugdigen en opvoeders helpen beantwoorden met lichte zorg en ondersteuning. Vanuit de eerste lijn kunnen ouders en kinderen gespecialiseerde hulp krijgen.

4. Gespecialiseerde hulp (intensievere en vaak duurdere hulp)

De gespecialiseerde hulp is niet vrij toegankelijk. Er is een beschikking nodig om deze te krijgen.

Wat betekent ‘toegang tot jeugdhulp’?

Toegang tot jeugdhulp betekent dat jeugdigen toegang krijgen tot de hulp die ze nodig hebben. In de wet staat dat gemeenten de toegang tot jeugdhulp moeten organiseren zodat gezinnen weten waar zij terecht kunnen met hun vragen.  De meeste gemeenten hebben gekozen voor de toegang in de vorm van wijkteams met professionals. Zij zorgen ervoor dat jeugdigen de hulp krijgen die ze nodig hebben. Naast de wijkteams kunnen gezinnen ook jeugdhulp krijgen via de huisarts, jeugdarts en medisch specialist.

Bekijk hiervoor: Eenvoudige toegangsvormen tot jeugdhulp en wmo op de site van de VNG.

Welke andere wetten gaan over kinderen en jongeren?

De Wet publieke gezondheid, de Wet passend onderwijs, de Participatiewet en de Wet maatschappelijke ondersteuning zijn de andere wetten in het sociaal domein. Dit zijn de wettelijke kaders voor gemeenten als ze beleid maken waarin het kind en het gezin het uitgangspunt is.

Bekijk hiervoor het schema over welke wetten in Nederland gelden voor kinderen:

Wat hebben jeugdhulp en onderwijs met elkaar te maken?

In de Jeugdwet en de Wet passend onderwijs is bepaald dat gemeenten en samenwerkingsverbanden van schoolbesturen een plan moeten maken. Daarin moeten ze beschrijven hoe ze de jeugdhulp en het passend onderwijs willen organiseren. Beide partijen hebben de verplichting om deze plannen met elkaar te bespreken.

De Jeugdwet is geëvalueerd. Wat blijkt daaruit?

Uit de eerste evaluatie (januari 2018) blijkt dat de decentralisatie goed is verlopen, maar dat de transformatie van de jeugdhulp nog op gang moet komen. Er is meer tijd nodig om de doelen van de Jeugdwet te bereiken. Lees meer in het evaluatierapport op rijksoverheid.nl

Op grond van onder andere de evaluatie van de Jeugdwet is een aantal beleidslijnen uitgezet in de vorm van het Actieprogramma Zorg voor de Jeugd, het Actieprogramma Geweld hoort nergens thuis en het Actieprogramma Kansrijke start (moet nog verschijnen).

Wat is het verschil tussen de transitie en de transformatie van de jeugdhulp?

De transitie gaat over de bestuurlijke en financiële overheveling van de jeugdhulp naar gemeenten. Denk aan de inrichting van de jeugd- en wijkteams, het inrichten van de bedrijfsvoering, de invoering van bekostigingswijzen. 

De transformatie gaat over de inhoudelijke vernieuwing: het versterken van de preventieve voorzieningen, het verbeteren van de kwaliteit en professionaliteit, het verbeteren van de integraliteit van de hulp aan gezinnen.

Is de gemeente verplicht om jeugdhulp te bieden?

Ja, gemeenten hebben een jeugdhulpplicht. Dat betekent dat alle kinderen, jongeren (ook zonder verblijfstatus) en hun ouders hulp moeten krijgen als ze dat nodig hebben. De gemeente treft dan een individuele voorziening. De gemeente bepaalt zelf welke hulp vrij toegankelijk is en welke hulp een individuele voorziening is. Dit staat in de gemeentelijke verordening. Als een gemeente heeft besloten dat een kind een individuele voorziening nodig heeft, dan kan dat kind hier rechten aan ontlenen.

Moet de gemeente een beleidsplan maken?

Ja, de gemeente moet elke vier jaar een beleidsplan maken over de jeugdhulp.

Een beleidsplan bestaat uit de volgende onderdelen: visie op jeugdhulp, hoe wordt het beleid uitgevoerd, beoordeling en toekenning, beoogde uitkomsten, kwaliteitseisen, medezeggenschap van kinderen en opvoeders bij de uitvoering van jeugdhulp.  In het beleidsplan en in de verordening staat hoe de voorzieningen van de gemeente eruitzien en waar ouders en kinderen terecht kunnen voor jeugdhulp. Ook staat erin welke afspraken zijn gemaakt met de huisarts, het onderwijs en met de justitiële ketenpartners, bijvoorbeeld de Raad voor de Kinderbescherming. In het beleidsplan en de verordening moet een groot aantal zaken zijn beschreven: preventie, jeugdhulp, kinderbescherming en jeugdreclassering. Steeds meer gemeenten maken een beleidsplan voor het hele sociaal domein.

Heb je als raadslid invloed op de jeugdhulp?

Jazeker, maar wel indirect. Een raadslid stuurt en controleert of de gemeente haar wettelijke taak goed uitvoert. Een raadslid kan het college aanspreken op hoe de jeugdhulp in de gemeente en regio is georganiseerd. Stel de juiste vragen: Wat zijn de belangrijkste problemen in onze gemeente waar jeugdigen en gezinnen mee te maken hebben? Welke aanpak wordt hierop ingezet? Wat zijn de beoogde maatschappelijke doelen? Zijn deze doelen concreet en meetbaar? Zitten we op de goede weg? Wat merkt een gezin hiervan? Benaderen we een gezin integraal?  Waaruit blijkt dat we het goed doen? Wat zijn de cijfers?

Hoe is het toezicht geregeld?

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Veiligheid en Justitie houden samen toezicht op de kwaliteit van de jeugdhulpinstellingen. Raadsleden kunnen via de lokale Rekenkamer onderzoek laten uitvoeren naar het beleid van de gemeente.

Moet je als gemeente met scholen samenwerken?

Ja, het is wettelijk verplicht dat de gemeente en de scholen hun plannen over onder andere jeugdhulp en passend onderwijs met elkaar bespreken. Als kinderen problemen hebben, spelen die immers niet alleen op school of thuis. Samenwerken is in het belang van kinderen. Overigens valt het onderwijs onder de Leerplichtwet.

Speerpunten gemeenten

Wat is nu de grootste uitdaging voor gemeenten?

Dat zijn er een paar. Gemeenten staan voor de opdracht domeinoverstijgend werken te bevorderen, in te zetten op preventie en de hulp in de eerste lijn te versterken. Het gaat daarbij om het zoveel mogelijk voorkomen dat kinderen specialistische jeugdhulp nodig hebben; het vroegtijdig signaleren van beginnende problemen evenals een effectief aanbod hebben voor de meest voorkomende opvoed- en opgroeiproblemen. Om de inhoudelijke vernieuwing te laten slagen, speelt preventie een belangrijke rol.  Ook zijn gemeenten bij uitstek in staat om integraal, domeinoverstijgend werken te stimuleren en zo de verkokering van het stelsel te doorbreken en hardnekkige problemen doeltreffend aan te pakken.

Wat is het belang van preventie?

De transformatie van het jeugd- en sociaal stelsel heeft alleen kans van slagen als er sprake is van een sterke basis voor de jeugd. Dat wil zeggen: een veelzijdige opvoed- en opgroeiomgeving, waarin kinderen en jongeren gezond, veilig en kansrijk opgroeien in hun eigen omgeving en de beste kansen krijgen om zo goed mogelijk mee te doen in de samenleving. Dat geldt voor álle kinderen en jongeren, ook als zij extra ondersteuning nodig hebben. Goede preventie richt zich op het voorkomen van jeugdhulp en draagt bij aan een gezonde, veilige en kansrijke opvoed- en opgroeiomgeving van jeugdigen. Denk hierbij aan:

  • Het bevorderen van het normale leven en de positieve ontwikkeling van kinderen
  • Het gericht nemen van beschermende maatregelen
  • Belemmerende of risicovolle factoren voorkomen, signaleren, verkleinen en waar nodig bestrijden

Preventie van problemen gebeurt voor een deel via landelijke campagnes, de jeugdgezondheidszorg, het internet en in de vorm van voor- en vroegschoolse educatie.

Hoe kunnen gemeenten werk maken van preventie?

Voor de inrichting van een preventief jeugdbeleid dat aansluit bij de behoeften van een gemeente, is het zaak dat een gemeente de gewenste lokale situatie in kaart brengt evenals de problemen en vraagstukken. Door het beschikbare preventieaanbod te inventariseren en af te zetten tegen de geconstateerde lokale behoefte, kan een gemeente samen met de betrokken stakeholders de ambities van het preventief jeugdbeleid en een daaruit voortvloeiende aanpak formuleren. De preventiematrix kan wensen, behoeften en speerpunten zichtbaar maken en als uitgangspunt dienen voor het toekomstige lokale preventief jeugdbeleid.

Waarom is integraal werken zo belangrijk?

Integraal werken is belangrijk omdat gezinnen en kinderen vaak meerdere problemen hebben. Gemeenten krijgen vragen van gezinnen over bijvoorbeeld de opvoeding. Soms spelen er in die gezinnen ook andere problemen. Denk aan verslaving of schulden. Het is belangrijk om die vragen vanuit een integraal perspectief te beantwoorden. Vaak hebben problemen met elkaar te maken of versterken elkaar. Door integraal te werken en overstijgend te kijken naar de vragen, worden gezinnen sneller en beter geholpen.

Financiering Jeugdhulp

Moeten gezinnen betalen voor jeugdhulp?

Nee.

Hoe worden gemeenten gefinancierd?

De opgave van gemeenten is goede (betere) jeugdhulp te leveren tegen lagere kosten. In 2017 was er totaal € 3,5 miljard voor jeugdhulp beschikbaar.  De verdeling onder gemeenten gebeurt op grond van objectieve criteria (het verdeelmodel), zoals het aantal jongeren en het aantal eenouderhuishoudens. In veel gemeenten knelt het budget, daarom wordt de verdeelsystematiek in de komende jaren mogelijk aangepast.

Is het geld geoormerkt?

Nee, het geld dat de gemeente krijgt voor jeugdhulp is niet geoormerkt, net zomin als de rest van het gemeentefonds. Het idee hierachter is dat de gemeente daardoor integraal werken kan stimuleren. Gemeenten maken dus zelf de afspraken om geld op regionaal niveau samen te voegen voor het regionaal inkopen van bepaalde zorgtaken. Of om de kosten van hele dure jeugdzorgtaken onderling te verdelen.

Waarom werken gemeenten regionaal samen?

Gemeenten kopen bepaalde vormen van jeugdhulp regionaal in omdat sommige aanbieders van jeugdhulp regionaal werken. Het is voor hen niet handig om met 390 gemeenten apart afspraken te maken. Gemeenten werken met elkaar samen in 42 jeugdregio’s. Dit heeft te maken met de schaal waarop jeugdhulpinstellingen werken en de beschikbaarheid van specialistische zorg en expertise.

Welke jeugdhulp kun je beter regionaal inkopen?

Bepaalde gespecialiseerde vormen van jeugdhulp worden regionaal ingekocht, zoals pleegzorg, crisisopvang en residentiële zorg. Alle gemeenten geven de organisatie van de preventieve taken lokaal vorm.

Welke gemeente betaalt voor de ingezette jeugdhulp?

Dat hangt ervan af waar een kind en de ouders wonen. Wonen ze in één gemeente? Dan is die gemeente verantwoordelijk voor de jeugdhulp. Wonen ze in verschillende gemeenten en zorgen zij in gedeeld co-ouderschap voor de kinderen? Dan is het ‘hoofdverblijf’ van het kind de verantwoordelijke gemeente. Gemeenten hanteren hierbij het volgende criterium: het hoofdverblijf is die gemeente waar de jeugdhulp aan het kind binnen zijn sociale netwerk (school, sport en vriendenkring) georganiseerd kan worden. 

Er is een wetsvoorstel om dit woonplaatsbeginsel aan te passen. Dit moet leiden tot een vereenvoudiging en meer eenduidigheid in de uitvoering waardoor administratieve lasten verminderen en perverse prikkels voorkomen worden. Zo leidt het woonplaatsbeginsel er nu toe dat bij voogdij, waar ouders met gezag niet meer in beeld zijn, de woonplaats leidend is waar het kind (toevallig) uit huis is geplaatst en niet meer de gemeente van herkomst. In de nieuwe definitie van het woonplaatsbeginsel wordt in dit soort gevallen de verantwoordelijkheid gelegd bij de gemeente waar het kind vandaan komt.

Meer informatie

Meer informatie voor gemeenten: www.nji.nl/gemeenten. Daar vindt u ook de contactgegevens van medewerkers waarbij u met uw vragen terechtkunt.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.