• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Kaleidoscoop

VVE en effectiviteit: een andere blik

De vraag of voor- en vroegschoolse educatie (VVE) effectief is, is sinds de uitzending van Brandpunt van 3 november jl. weer onderwerp van veel discussie. In het programma gooide bijzonder hoogleraar Ruben Fukkink de bekende knuppel in het hoenderhok: 'Het effect (van VVE) is helaas nul', met als conclusie: 'Niet doormodderen, stoppen en een andere weg inslaan.'

In de meta-analyse 'Met een blik op de toekomst' waarop Ruben Fukkink zijn uitspraken baseerde, zijn 21 (deel)studies bekeken waarin de prestaties op taal, rekenen, algemene intelligentie en sociaal-emotionele vaardigheden van de 'experimentele groep' (groepen peuters en kleuters mét VVE) vergeleken worden met die van de 'controlegroep' (de groepen zonder VVE). De voornaamste uitkomst is dat er nauwelijks of geen effecten te meten zijn.

Moet het debat over VVE wel gevoerd worden aan de hand van streng academische criteria? Het begint op een rituele dans te lijken. Wetenschappers kunnen geen significante kwantitatieve effecten aantonen, waarna andere wetenschappers wijzen op niet consistent verzamelde data, ontbrekende nulmetingen en vervuilde controlegroepen.

Effectonderzoek naar de ontwikkeling van jonge kinderen (uit achterstandsgroepen) is enorm complex, mede omdat de ontwikkeling van jonge kinderen geen lineair verloop heeft, en blijkbaar niet onder controle te houden. Zie voor een inspirerende andere kijk op effectiviteit de blog van Heckman, over de 'obsessie' met kwantificeerbare gegevens met behulp van toetsen en IQ-testen en zijn pleidooi om breder en op langere termijn naar de effecten te kijken.

Practice based evidence

Beroepskrachten die met doelgroepkinderen werken, herkennen zich vaak niet in het effectenverhaal. Ze zien wel degelijk ontwikkeling en vooruitgang. Pedagogisch medewerkers van voorschoolse voorzieningen vertellen over peuters die bij binnenkomst vrijwel geen Nederlands spreken maar met vier jaar voldoende taal hebben verworven om met vertrouwen naar de basisschool te gaan. En leerkrachten van groep 1 merken heel duidelijk of prille kleuters daarvoor op een voorschoolse voorziening hebben gezeten: ze zijn socialer, zelfstandiger en herkennen de routines in een groep.

We kunnen onze energie beter richten op wat we wel weten over wat essentieel is om de ontwikkeling van jonge kinderen te begeleiden en te bevorderen, en wat ook, in ieder geval beter, onder controle is te houden. Namelijk:

  • Zorgen voor een excellente proceskwaliteit van pedagogisch en educatief handelen. Bevorderen van een doorgaande lijn in opleiding en nascholing, permanente educatie. Met specifieke aandacht voor wat doelgroepkinderen aan extra stimulans nodig hebben.
  • Werk maken van implementatie en borging van het geleerde. Wat ook betekent: niet alleen de mensen op de werkvloer verantwoordelijk houden voor de kwaliteit van handelen, het is een zaak van iedereen binnen de organisatie.
  • Zorgen dat aan de randvoorwaarden wordt voldaan om tot de gewenste educatieve en pedagogische kwaliteit te komen, zoals kleine groepen, gemengde groepen, stabiele groepen, minimaal aantal dagdelen naar de voorziening, dubbele professionele bezetting.
  • Stimuleren van integrale voorzieningen, mede om segregatie tegen te gaan. Maar: geoormerkt geld voor specifieke aanpak van kinderen met achterstanden blijft nodig.

Oftewel, de kwaliteit van de uitvoering optimaliseren, deze ondersteunen en borgen, en zorgen dat alle kinderen die extra aandacht nodig hebben, dat kunnen krijgen, het liefst binnen integrale voorzieningen.

Japke Schonewille
Projectleider Basistraining VVE | Kaleidoscoop

Vragen?

Japke Schonewille is contactpersoon.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies