• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Stapprogramma's en VVE Thuis

Doelstellingen Opstap

Opstap kent drie samenhangende doelstellingen: stimuleren van de ontwikkeling van kinderen, bevorderen van een actieve leerhouding en bevorderen van de ouder-kindinteractie.

De activiteiten voor ontwikkelingsstimulering zijn gericht op een aantal gebieden (oriëntaties):

  • Oriëntatie op objecten: de kinderen ontdekken spelenderwijs allerlei kenmerken van objecten, zoals hun kleur en vorm, met de bijbehorende begrippen. Door knippen, plakken en spelen wordt de motoriek gestimuleerd. Door sorteren van voorwerpen bereiden de kinderen zich voor op het rekenen.
  • Oriëntatie op rekenen: door onder meer spelletjes, versjes en zoekplaten leren de kinderen tellen (tot en met 12), begrippen die met hoeveelheden te maken hebben en de betekenis van getallen.
  • Oriëntatie op taal en lezen: zoekplaten, liedjes, versjes en rijmen bevorderen de woordenschat, het luisteren en spreken, de kennis van structuur en opbouw in verhalen en het denken over taal. Ook maakt het kind op allerlei speelse manieren kennis met letters en klanken.
  • Oriëntatie op ruimte: de kinderen gaan de ruimte verkennen en leren de begrippen die te maken hebben met plaats, afstand en richting. Verder leren ze figuren nabouwen en structureren en 'ruimtelijke problemen' oplossen.
  • Oriëntatie op tijd: op een speelse manier wordt aandacht besteed aan: vroeger, nu en toekomst, de dagindeling, dagen van de week, seizoenen en tijdsplanning.

Het tweede doel van Opstap, het bevorderen van een actieve leerhouding, hangt samen met het bevorderen van een meer optimale omgang (interactie) tussen ouder en kind.

Aan het optimaliseren van de interactie tussen ouder (meestal de moeder) en kind wordt in Opstap veel aandacht besteed. De kwaliteit van de interactie tussen ouder en kind is uitgewerkt in vier onderdelen:

  • Ondersteunende aanwezigheid: het is belangrijk dat de ouder een veilige atmosfeer creëert door het kind te laten merken dat zij vertrouwen heeft in zijn kunnen, door het kind te prijzen, aan te moedigen en in te gaan op zijn emoties.
  • Respect voor de autonomie: de ouder herkent initiatieven van het kind en gaat daar op een adequate manier op in.
  • Kwaliteit van de informatie: om het leren te bevorderen dient de ouder uitleg te geven die het kind begrijpt. Bovendien is samen praten erg belangrijk voor de ontwikkeling.
  • Structureren en grenzen stellen: de ouder dient situaties te creëren waarin een kind kan leren. Ook het leren van regels en het stellen van grenzen is noodzakelijk.

Dit is voor de ouders geconcretiseerd in de volgende vuistregels:

  • kijk en luister naar je kind
  • volg je kind
  • praat met je kind
  • moedig je kind aan
  • bied je kind structuur.
Vragen?

Hilde Kalthoff is contactpersoon.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies