• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Licht Instrument Risicotaxatie Kindveiligheid (LIRIK)

Doel en voor wie?

Doel

De LIRIK is bedoeld om een vermoeden van kindermishandeling of een andere onveilige opvoedingssituatie te onderkennen en het risico op kindermishandeling in de nabije toekomst in te schatten. De checklist helpt de hulpverlener zijn professionele oordeel over het vermoeden van kindermishandeling en de mogelijke risico’s te benoemen en onderbouwen.

De LIRIK ondersteunt de professional bij het structureren, expliciteren en onderbouwen van zijn of haar professionele oordeel. De LIRIK is niet primair bedoeld om de informatieverzameling en besluitvorming te sturen. Aanvankelijk kan beschikbare informatie summier, gekleurd en weinig feitelijk zijn. Maar ook dan moet de professional een beeld vormen over wat er aan de hand is en wat de risico’s voor het kind zijn.

De LIRIK is níet primair bedoeld om de besluitvorming te sturen. De LIRIK helpt bij het beoordelen van de situatie, niet bij het beslissen over wat er vervolgens moet gebeuren. Het is geen beslisschema.

Voor wie?

De LIRIK is ontwikkeld voor professionals uit jeugdzorg en volwassenzorg die in hun dagelijks werk moeten beoordelen en beslissen over de veiligheid van kinderen en jongeren. Bijvoorbeeld:

  • medewerkers wijkteams
  • medewerkers Centra voor Jeugd en Gezin
  • jeugdhulpverleners, artsen en verpleegkundigen van consultatiebureaus
  • pedagogisch medewerkers die zich bezighouden met jeugd- en opvoedhulp
  • schoolmaatschappelijk werkers
  • professionals in de (jeugd)-ggz
  • medewerkers gecertificeerde instellingen
  • hulpverleners in de vrouwenopvang

De LIRIK kan ingezet worden bij kinderen en jongeren van alle leeftijden.

Competenties

Gebruik van de LIRIK vraagt van de professional dat hij of zij basiskennis heeft over kindermishandeling, signaleren, handelen, en bespreken van zorgen met ouders en kinderen. De minimaal benodigde competenties staan beschreven in Competenties in de aanpak van kindermishandeling - basisvariant.

De belangrijkste competenties zijn:

  • Beroepshouding: De beroepskracht is zich bewust dat kindermishandeling voorkomt en erkent dat hij een verantwoordelijkheid heeft in de aanpak daarvan.
  • De beroepskracht is in staat om signalen van kindermishandeling te onderscheiden en te benoemen.
  • De beroepskracht kan een vermoeden van kindermishandeling nader (laten) uitzoeken.
  • De beroepskracht is in staat om zorgen op een open en respectvolle manier met ouders en kinderen te bespreken.
  • De beroepskracht is in staat om binnen de geldende wettelijke en juridische kaders informatie te delen met anderen.
  • De beroepskracht is in staat te evalueren of zijn handelen en/of dat van anderen tot het gewenste resultaat voor het kind heeft geleid.
Vragen?

Roos Kooijman is contactpersoon.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.