• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Over het Nederlands Jeugdinstituut

Zorgbudget? Eerlijk delen!

Blog van: Erik Jan de Wilde -

Het gaat in deze transitie toch echt ook over geld. Veel liever zouden we ons daar natuurlijk helemaal niet mee bezig houden maar willen we vooral kijken naar wat beste is voor de jeugd en opvoeders. Of professionals. Daar komt bij dat geld voor velen nogal schimmig is. Ook voor mij; steeds wanneer ik me over jeugdhulpbedragen buig voel ik me als een schoenmaker die wordt ingezet als kerngeleerde. Toch is het geen kernfysica. En blijf ik als schoenmaker even niet bij mijn leest.

Voor het eerst zijn er dit jaar landelijk vergelijkbare gemeentelijke cijfers beschikbaar over het gebruik van provinciaal gefinancierde jeugdzorg, jeugd-ggz (betaald via de ziektekostenverzekeraars), AWBZ-zorg en JeugdzorgPlus. Een blik daarop vind ik nogal onthutsend. Zo blijkt dat 80 procent van het ggz-gebruik gaat over tweedelijnszorg. Specialistische hulp wordt dus veel meer ingezet bij problemen dan kortdurender, lichter en goedkoper zorg. Dat klopt niet. Er zijn namelijk meer lichte dan zware problemen. En laat ik er maar van uitgaan dat iedereen met een licht probleem meer gebaat is bij relatief lichte hulp. Per gemeente loopt het aandeel tweedelijns-ggz trouwens uiteen: van 43 procent tot 100 procent. Vertalen we dit naar kosten dan zien we die gekke verdeling nog harder terugkomen: tweedelijns-ggz neemt 97 procent van het budget in dat aan ggz-zorg in 2010 is gespendeerd.

Eén reden voor de huidige transitie is juist deze gespecialiseerde zorgbult naar voren te brengen: eerder, lichter, dichterbij en ja, ook goedkoper. Daar is volgens mij weinig tegen in te brengen. De bizarre toename van (kennelijk vooral tweedelijns-) ggz van de afgelopen jaren is onverklaarbaar vanuit toegenomen problematiek of sociaal-demografische factoren en zit volgens mij vooral in de foute marktwerking. Daar moet dus iets veranderen.

De beoogde verdeling van gelden onder gemeenten lijkt echter tegen deze noodzaak in te gaan: De verdeling die wordt bekendgemaakt in de meicirculaire van 2014 vindt namelijk plaats op basis van historisch gebruik. Dat betekent dat gemeenten waarvan de jeugd ruimhartig naar de gespecialiseerde zorg werd toegestuurd, relatief meer geld krijgen per inwoner dan gemeenten die daar juist 'zuinig' in waren. Een onwenselijk verdeelmodel bezien vanuit de transformatiegedachte. En eigenlijk dus ook pervers. Er zijn geruchten dat her en der de gebruikscijfers nu kunstmatig worden hooggehouden in afwachting van de verdeling. Ik hoop dat dat slechts geruchten zijn.

Maar helaas, het lijkt toch de beste optie voor dit moment. Wanneer we namelijk nu al zouden verdelen op basis van de verwachte zorgvraag in de gemeente, komen de grootverbruikers enorm in de knel en anderen veel te ruim in de jas. Zorgconsumptie is namelijk niet van het ene jaar op het andere te veranderen. Het lijkt me daarom een zinnige opdracht om heel snel na de verdeling helder te maken hoe de historische verdeling langzaam toe moet groeien naar de zorgconsumptie zoals je die op grond van de zorgbehoefte van de gemeente zou mogen verwachten. Zodat we niet alleen de noodzakelijke verbetering krijgen door de transitie, maar ook een eerlijker verdeling tussen gemeenten. Als er straks nog bezuinigingen overeen gaan, komt oneerlijkheid extra hard aan. Dat kan elke schoenmaker je uitleggen.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies