• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Over het Nederlands Jeugdinstituut

Voor- en vroegschoolse educatie werkt niet/wel?

Blog van: Hilde Kalthoff -

‘Extra les geen effect’, kopte dagblad Spits naar aanleiding van een artikel van Inge Bruggers, Maurice Gesthuizen en Geert Driessen van de Radboud Universiteit in het tijdschrift Mens en maatschappij. Het leidde tot Kamervragen aan staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs. Onrust bij beleidsmakers en professionals: zijn alle investeringen in voor- en vroegschoolse educatie (vve) wel zinvol? Ja, dat zijn ze!

Het onderzoek is geen reden om het vve-beleid bij te stellen. De kwaliteit van het werken in voorschoolse voorzieningen in Nederland wordt steeds beter. Een leerkracht van groep 1 merkt goed welke kinderen voorschoolse educatie hebben gehad. Deze kinderen zijn aanspreekbaar als ze beginnen in groep 1 en hebben al enige kennis en vaardigheden voor een goede start.

Niet zelden wordt slechts een deel van een vve-programma uitgevoerd of zijn de basisvoorwaarden niet op orde

Internationaal onderzoek laat zien dat investeren in voor- en vroegschoolse educatie veel oplevert, vooral in combinatie met ouderbetrokkenheid. In Nederland is het effect van vve echter nog niet aangetoond. Het huidig onderzoek, de studie COOL onder 5- tot 18-jarigen, heeft daarvoor te veel gebreken.

Basisvoorwaarden

Er was bij de kinderen geen meting bij de start van de voorschoolse educatie en er was geen geschikte controlegroep. Bovendien doen aan vve vaak kinderen met veel problemen mee. Dit vertekent de resultaten. Ook wordt in het onderzoek niet gekeken om welke vve-programma’s het gaat. Mogelijk hebben sommige vve-programma’s wél en andere geen effect. Zo hadden kinderen die deelnamen aan Kaleidoscoop of Piramide een betere ontwikkeling (Veen, Roeleveld en Leseman, 2000). Verder wordt in het huidig onderzoek niet gekeken naar de kwaliteit van uitvoering van vve. Niet zelden wordt slechts een deel van een vve-programma uitgevoerd of zijn de basisvoorwaarden, zoals twee beroepskrachten op de groep, niet op orde.

In zijn antwoord aan de Tweede Kamer wees Dekker op 2 september dan ook terecht op de gebreken in het onderzoek en hij benadrukte dat de kwaliteit van vve in de onderzochte periode nog niet op orde was.

Betrouwbare uitspraken

In 2015 worden de resultaten van de studie ‘pre-COOL’ bekend. In dit onderzoek worden kinderen vanaf 2 jaar gevolgd. Volgens Dekker zijn er dan betrouwbare uitspraken mogelijk over de effecten van vve en hij wil zijn beleid daarop baseren.

Maar ook dat onderzoek toont waarschijnlijk niet aan dat vve werkt. Ook in dat onderzoek ontbreekt een goede controlegroep. Er zijn namelijk te weinig doelgroepkinderen die niet aan vve deelnemen. Verder zijn er zulke grote verschillen in vve-programma’s, en in inzet en kwalificaties van leidsters en leerkrachten, dat je niet goed effecten kunt vaststellen (Mulder en Meijnen, 2013). Het is dan ook beter om te kijken naar effecten van specifieke programma’s en experimenten te laten plaatsvinden met willekeurige toewijzing van kinderen, zoals ook in het buitenland gebeurt.

Het onderzoek mag niet leiden tot minder investeren in vve. Gemeenten, zet het beleid krachtig voort. Trek lering uit kennis en ervaringen om de kwaliteit van vve verder te verhogen en versterk de betrokkenheid van ouders thuis. Voor- en vroegschoolse educatie van hoge kwaliteit komt ten goede komen aan alle kinderen én aan de doelgroepkinderen.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies