• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Over het Nederlands Jeugdinstituut

Transitie op z’n Deens – veranderen kost tijd maar loont!

Caroline Vink - 28 augustus 2012

Denemarken heeft in 2007 een omvangrijke stelselwijziging van de jeugdzorg ingezet, vergelijkbaar met waar wij nu in Nederland voor staan. In tijden van verandering is het altijd zinvol om over de grens te kijken, om te leren van ervaringen en om inspiratie op te doen. Is het de Denen gelukt om meer in te zetten op preventie en het voorkomen van zwaardere zorg? Om hier achter te komen heb ik afgelopen juni voor een delegatie van overheid en branchepartners, op initiatief van het Ministerie van VWS, een bezoek georganiseerd aan Denemarken. De Denen zijn ons politiek voorgegaan, maar hun organisatie van het jeugdbeleid vond ik ook bijzonder inspirerend.

Volledige decentralisatie

De decentralisatie van jeugdzorgtaken in Denemarken in 2007 was onderdeel van een grote gemeentelijke reorganisatie, waarbij het aantal gemeenten werd teruggebracht van 269 tot 98. De decentralisatie ging zover dat gemeenten ook verantwoordelijk werden voor residentiële voorzieningen.

Overzichtelijk georganiseerd

Wat mij opvalt aan het Deense systeem is dat het overzichtelijk en eenvoudig is georganiseerd. Na drie dagen hadden we een duidelijk beeld wie wat doet. Dat lukt ons meestal niet met buitenlandse delegaties die ons Nederlandse systeem komen bekijken. Vooral de social worker is een cruciale persoon in het Deense systeem. Deze is in dienst van de gemeente. Hij heeft het eerste contact en de eerste gesprekken met het kind en het gezin en maakt met hen een plan. Na een eerste contact volgt altijd een huisbezoek. Als er naar een zwaardere vorm van hulp wordt doorverwezen, blijft de social worker als casemanager, begeleider en voogd het kind en gezin volgen. Wettelijk is de social worker verplicht om tweemaal per jaar te controleren of de ingezette behandeling nog voldoet.

Niet alleen jeugdzorg

Een belangrijk verschil is dat het Deense systeem alle voorzieningen voor kind en gezin omvat. De basisvoorzieningen spelen een belangrijke rol in het vroegtijdig signaleren en ondersteunen. 98% van alle Deense kinderen is vroegtijdig in beeld via de wijkverpleegster, de kinderopvang en de basisschool. Veel ondersteuning is ondergebracht bij de basisvoorzieningen. De social worker is een dag per week op de crèche aanwezig. Op de basisschool zijn er groepen waarin een tot twee keer per week gewerkt wordt met kinderen die speciale aandacht nodig hebben en de ouders zijn daarbij aanwezig. Daarnaast draaien de kinderen mee in het reguliere lesprogramma en blijven zo binnenboord.

In Denemarken is de transitie succesvol

De Denen zijn nu vijf jaar verder. Heeft hun transitie geleid tot minder uithuisplaatsingen en minder zwaardere zorg? In eerste instantie niet. De eerste jaren na de decentralisatie stegen de kosten en het aantal kinderen dat zorg nodig had. Vorig jaar was er voor het eerst een omslag te zien naar meer preventie, meer lichte vormen van ondersteuning en minder uitgaven. De Denen zijn ervan overtuigd dat de transitie heeft gewerkt. Kinderen en gezinnen worden sneller en beter geholpen. De kwaliteit van de zwaardere zorg is overeind gebleven maar er wordt minder gebruik van gemaakt. Ze gaven ons wel het advies om tijd in te bouwen voor zo’n veranderingsproces en geen korte snelle winst te verwachten. Daarvoor is de zorgvraag van de kinderen en de gezinnen te ingewikkeld. Hun zorg is leidend in de transitie.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.