• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Over het Nederlands Jeugdinstituut

Niet alle communicatie is taal

Su'en Verweij-Kwok - 23 april 2012

Over investeringen in voorschoolse voorzieningen verschenen recent twee Kamerbrieven. Eén van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Marja van Bijsterveldt. Zij schrijft over het verbeteren van de kwaliteit van voor- en vroegschoolse educatie. De andere brief kwam van Minister Henk Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hij bericht over de 'Kwaliteitsagenda kinderopvang: op weg naar verbetering van de pedagogische kwaliteit van de kinderopvang'.

Versterking van het taalniveau van pedagogisch medewerkers is een gedeeld agendapunt van beide ministers. Zowel het zittend personeel als leerlingen in de opleidingen worden gestimuleerd zich te laten scholen in de Nederlandse taal. Want 'pedagogisch medewerker is een talig beroep' zeggen beide ministers, en daarvoor is het nodig dat je de Nederlandse taal goed beheerst.

Op zich is dit een goed initiatief, maar wat mij opvalt is het verband dat minister Kamp legt tussen de Nederlandse taalbeheersing en het niveau van interactievaardigheden van pedagogisch medewerkers. Hij vindt dat het niveau van interactievaardigheden onlosmakelijk verbonden is met een goede Nederlandse taalbeheersing. Onlosmakelijk verbonden? Mij schoot meteen een voorbeeld te binnen van een Servische peuterspeelzaalleidster die het Nederlands minimaal beheerst, maar die wel kinderen troost als ze verdriet hebben en het dagprogramma goed structureert door overgangen tussen activiteiten aan te kondigen met een liedje. Haar Nederlandse vocabulaire is rijk genoeg om met peuters te praten en aan te sluiten bij hun niveau, tempo en belevingswereld.

Taal is communiceren, maar niet alle communicatie is taal. Jonge kinderen communiceren voornamelijk non-verbaal. Goede interactie is ook: aanvoelen wat kinderen nodig hebben. Niet iedere pedagogisch medewerker die het Nederlands goed beheerst heeft ook goede interactievaardigheden. Een voorbeeld: een Nederlandssprekende pedagogisch medewerker trekt de jasjes aan bij peuters die gaan buitenspelen. Ze doet dat op een snelle manier zodat de kinderen gauw naar buiten kunnen. Dat is een gemiste kans: als ze de tijd had genomen om ondertussen te praten met de peuters had ze hun taalontwikkeling kunnen stimuleren.

Iedereen die werkt in de kinderopvang moet in de eerste plaats goed kunnen communiceren met kinderen - met taal maar zeker ook zonder taal. Een pedagogisch medewerker met goede interactievaardigheden is goud waard, ook als zij het Nederlands niet perfect spreekt.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.