• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Over het Nederlands Jeugdinstituut

Meer stress in de groep door de nieuwe rekentool?

Su'en Verweij-Kwok - 10 september 2012

De GGD neemt de nieuwe rekentool van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in gebruik voor het berekenen van beroepskracht-kindratio (BKR) in de kinderopvang (Twitter GGD NL, 31 augustus). De nieuwe rekentool houdt echter geen rekening met de consequenties voor het stressniveau van de pedagogisch medewerkers en daarmee voor het welbevinden van kinderen in verticale groepen. Ook het belang van een gelijkmatige verdeling van verschillende leeftijden in een groep verdwijnt.

Gaat uit van maximaal aantal kinderen

De positieve stemming overheerst. Zo lees ik op diverse social media dat mensen blij zijn met de nieuwe tool; dat het handig en eenvoudig is en eenduidigheid oplevert. Het is inderdaad een handig instrument om te gebruiken: voor inspecteurs, voor de branche en voor de kritische ouder. Je vult het aantal kinderen in (op leeftijd) en je ziet direct hoeveel groepsleiding aanwezig moet zijn. Maar is ‘aanwezig moet zijn’ ook het aantal dat de groep nodig heeft?
De tool is gebaseerd op het Convenant Kwaliteit Kinderopvang. Op een eenvoudige manier kan berekend worden hoeveel pedagogisch medewerkers er minimaal nodig zijn in verhouding tot het aantal kinderen. Uitgangspunt daarbij is niet de behoeften van kinderen, maar het maximaal aantal kinderen. En ja, volgens de rekentool is het toegestaan om acht baby’s onder 1 jaar + vier peuters tegelijkertijd op te vangen. Want de rekenregel is: in de categorie 0 tot 4 jaar mogen 2 beroepskrachten tot/met 12 kinderen opvangen. Dat is om twee redenen toch niet best.

Meer stress bij baby's

Allereerst worden de werknemers zwaarder belast. Fysieke werklast en het aantal kinderen onder de twee jaar op de groep zijn factoren die stress veroorzaken voor beroepskrachten (Schipper, 2007). Het stressniveau van baby’s (en waarschijnlijk van alle kinderen) wordt hierdoor negatief beïnvloed; ze krijgen onvoldoende aandacht. De extra belaste pedagogisch medewerkers reageren immers minder sensitief door hun eigen stress. Het NCKO geeft juist die sensitiviteit van groepsleiding als belangrijkste kwaliteitskenmerk aan.

Leeftijdsgenootjes zijn belangrijk

Het tweede minpunt is dat het principe van een gelijkmatige leeftijdsverdeling in de groep wordt losgelaten. Toch staat dat wel in het Convenant. Ieder kind zou tenminste één leeftijdsgenootje als speelmaatje op de groep moeten hebben. Dat is essentieel voor de spelkwaliteit. Met deze nieuwe rekentool wordt dit pedagogisch aspect van tafel geveegd. Per leeftijdscategorie mag gerust één kind ingevuld worden in de rekentool.

Kwantiteit in plaats van kwaliteit

De nieuwe rekentool moet dus nodig even worden bijgesteld op deze, vast niet zo bedoelde pedagogische consequenties. Daarbij geeft het ondernemers de ruimte en extra motivatie om horizontale groepen om te bouwen naar verticale groepen; met hetzelfde aantal beroepskrachten haal je namelijk 3 of 4 extra kindplaatsen per groep binnen. In deze tijden van bezuinigingen zet de rekentool - ongewild - aan tot kwantiteit ten koste van kwaliteit!

Meer lezen

Bronnen

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies