• WERKEN AAN DE KWALITEIT
  • VAN DE JEUGDSECTOR
Over het Nederlands Jeugdinstituut

Kritiek op databank Effectieve Jeugdinterventies eenzijdig

Tom van Yperen - 21 februari 2011

De databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut kreeg onlangs stevige kritiek in de oratie van Geert Jan Stams, de nieuwe hoogleraar Forensische Orthopedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam. Dit weekend kreeg ik zijn spreektekst onder ogen. Zijn commentaar blijkt slordig.

De databank is gebaseerd op de 'effectladder', die de stappen aangeeft om tot een effectieve interventie te komen:

  1. beschrijf de interventie goed;
  2. zorg voor een goede theoretische onderbouwing;
  3. meet in de praktijk of de interventie voldoende resultaten lijkt te geven;
  4. onderzoek of de resultaten echt aan de interventie toe te schrijven zijn - de zogeheten 'werkzaamheid'.

Stams vindt het verkeerd om van een effectladder te spreken, omdat alleen met een bepaald soort onderzoek (de zogenaamde RCT, van 'randomized controlled trial') het effect is aan te tonen. Dat is een onjuiste voorstelling van zaken. Als een RCT laat zien dat een interventie werkzaam is, maar de interventie is bijvoorbeeld slecht beschreven en we weten niet of deze in de alledaagse praktijk de gewenste resultaten oplevert, weten we nog niet of we met een effectieve interventie - in de breedste zin van het woord - te maken hebben. We spreken niet voor niks van een ladder: wil je effectiviteit aantonen, dan moet je alle niveaus beklimmen, zonder sporten over te slaan.

Stams stelt verder dat het Nederlands Jeugdinstituut de kwaliteit van de interventies op een misleidende manier aanduidt met een sterrensysteem. Hij had even op onze website moeten kijken. Het sterrensysteem wordt al langer dan een jaar niet meer gebruikt. Bovendien gaf het systeem de kwaliteit van het effectonderzoek aan, niet de kwaliteit van de interventie.

De hoogleraar merkt op dat de justitiële erkenningscommissie een beperkt aantal theoretisch goed onderbouwde interventies selecteert. De databank van het Nederlands Jeugdinstituut stroomt volgens hem vol met interventies; voor een erkenning zou het voldoende zijn als een interventie ergens op de ladder staat. Ook dat is onjuist. De Erkenningscommissie Interventies, een onafhankelijke commissie, erkent interventies voor de databank met ongeveer de zelfde kwalificaties als justitie. Alleen 'goed beschreven' levert bijvoorbeeld geen erkenning op. Dat de databank meer interventies bevat dan bij justitie is logisch: justitie concentreert zich op interventies voor delinquenten. De databank Effectieve Jeugdinterventies is veel breder: justitiële interventies, gezondheidsbevordering, preventie, ontwikkelingsstimulering, opvoedingsondersteuning, zorg in de school, jeugdzorg, jeugd-ggz et cetera. Stams gaat daar gemakshalve aan voorbij.

Debat is belangrijk. Maar de kritiek van Stams is eenzijdig en op onderdelen onzorgvuldig. Ik hoop dat het vervolg op de discussie met meer wetenschappelijke precisie verloopt.

Meer lezen:

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.