Over het Nederlands Jeugdinstituut

Maakbaarheid

Blog van: Tom van Yperen -

Afgelopen tijd heb ik bij verschillende bijeenkomsten stevige verwijten gehoord aan het adres van de gemeenten: zij denken dat de wereld maakbaar is. Al die wethouders met hun prachtige ambities, plannen en dadendrang – het is maar niks. Het jeugdbeleid staat bol van het idee dat je als gemeente de samenleving zo kan veranderen dat veel problemen verdwijnen. Dat is onmogelijk!

De verwijten kwamen van bestuurders van onderwijs- en jeugdzorginstellingen, van jeugdartsen, pedagogen en ontwikkelingspsychologen, en van mensen die ik niet kon thuisbrengen. De toon was vaak deskundig, maar soms ook cynisch.

Ik reageerde op die critici met begrip: nee, natuurlijk zijn niet alle problemen oplosbaar. Maar tegelijk dacht ik: eigenlijk denk ik net zo als die wethouders.
Waarom ik dat dacht werd me niet helder. Tot ik in alle rust – zevenblad wiedend in de tuin – snapte wat de kritiek mij deed.

Want hoezo is de wereld niet maakbaar? Het gaat hier om gezinnen die tot over hun oren in de problemen zitten, om jongens die vanwege hun gedrag de school uitgebonjourd worden, om kinderen die mishandeld of misbruikt worden, om kinderen die het slachtoffer zijn van ouders die elkaar de tent uitvechten. Ik wil voor hen niet horen dat de wereld niet maakbaar is. Ik wil dat hun situatie verbetert. Al moeten we daarvoor het onmogelijke mogelijk maken. En lukt dat vandaag niet, dan wellicht morgen.

Daarna dacht ik: oké, laten we het eens omdraaien. De wereld is niet maakbaar. Het enige wat u dan kunt doen is de pijn van kinderen en gezinnen verzachten, hopelijk. U kunt wat aan persoonlijke competenties van kinderen en opvoeders sleutelen, misschien, maar voor het overig is kennelijk iedereen onderworpen aan zijn lot. Het jeugdstelsel is er voor rouwverwerking en berusting. En uw taak, beste bestuurders, jeugdartsen, pedagogen en ontwikkelingspsychologen, reikt niet veel verder dan daaraan bij te dragen. Al het overige wat u doet is een vorm van werkverschaffing.

Maar daar wil ik niet aan, never nooit niet. Ik geloof in de maakbaarheid van de wereld. Dat geloof is het fundament onder mijn ambitie om die wereld voor kinderen en gezinnen beter te maken. Die ambitie is nodig bij iedereen die werkt in of voor de zorg voor jeugd; het is de drijfveer om programma's te ontwikkelen die ouders van kinderen met een taalachterstand leren voor te lezen. Die ambitie helpt te zoeken naar mogelijkheden voor gezinnen met ongelooflijk veel problemen om toch gezin te blijven. Die zorgt ervoor dat jongens ondanks hun gedrag toch de school kunnen afmaken en later een baan kunnen krijgen. Die helpt te voorkomen dat kinderen mishandeld of misbruikt worden. En lukt dat niet bij het kind dat u vandaag ziet, dan hopelijk wel bij dat van morgen.

Misschien ben ik idealistisch, of, zoals iemand mij laatst voorspiegelde, naïef. Ik snap best dat niet alle ellende is te voorkomen. Maar zonder idealisme kan ik mijn werk niet doen.
Oncologen hebben jaren geleden met veel idealisme een ambitieuze ontwikkeling in gang gezet. Het resultaat is dat kinderen met leukemie tegenwoordig een veel hogere overlevingskans hebben. Ook het jeugdbeleid kan niet zonder idealen. Dat betekent terrein veroveren, vaak moeizaam, maar bij stukje en beetje. Ik gun kinderen en gezinnen een beter jeugdstelsel. Daar ga ik voor. Daarom hoop ik dat met mij vele anderen geloven in de maakbaarheid van de wereld. Dat helpt.

Deze blog verscheen eerder in het digitale tijdschrift Jeugdkennis.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies