Over het Nederlands Jeugdinstituut

Zin en onzin van de pedagogische tik

Blog van: Anita Kraak -

Deze maand is het alweer tien jaar geleden dat een ‘verbod’ op geweld in de zorg voor een kind is opgenomen in het Burgerlijk Wetboek. Nog steeds zijn de meningen daarover verdeeld - hoe erg is het als een kind een 'pedagogische tik' krijgt, vragen sommigen. Mijn antwoord: het is erg. Bovendien bereiken ouders met geweld in de opvoeding niet hun doel.

In de tram zag ik een moeder hard aan de arm van haar ongeveer 5-jarige dochter trekken. Dochterlief had zichtbaar de bokkenpruik op en provoceerde nog even verder, tegen de zijwand van de tram trappend. De moeder keek, al append, boos van haar mobiele telefoon naar haar dochter. Uiteindelijk zei ze iets onaardigs tegen het kind. Ik kon het niet verstaan maar haar gezicht sprak boekdelen. Het meisje was er ogenschijnlijk immuun voor.

Geen geweld

'In de verzorging en opvoeding van het kind passen de ouders geen geestelijk of lichamelijk geweld of enige andere vernederende behandeling toe' (Burgerlijk Wetboek boek 1, artikel 247). Met dit verbod zeggen we als maatschappij dat we lijfstraffen niet gepast vinden om kinderen te corrigeren of sociaal gedrag aan te leren. Geweld leidt er niet toe dat we elkaar beter verstaan, net zomin als schreeuwen of eindeloos onze boodschap herhalen. En waarom zouden we ook die middelen gebruiken? We hebben als opvoeders genoeg andere middelen die wél effect sorteren.

Tien jaar na de wijziging van het Burgerlijk Wetboek staan voor- en tegenstanders van de corrigerende of pedagogische tik nog steeds lijnrecht tegenover elkaar. Afhankelijk van onze normen en waarden en onze ervaring vinden we er allemaal iets van. Zo spreekt de een van ‘een strafbaar feit’ en stelt de ander: ‘Zo kunnen we alles wel kindermishandeling noemen’. En een derde zegt: 'Van een tik wordt niemand slechter’.
Bijna niemand heeft het erover of die tik het effect heeft dat ouders ervan verwachten. Hoog tijd om, op deze tiende verjaardag, te onderzoeken wat we weten over motieven, oorzaken en gevolgen van fysiek straffen van kinderen.

Schadelijk voor het kind

Ouders willen met een fysieke straf het ongewenste gedrag van hun kind zo snel mogelijk stoppen. Zij verwachten dat hun kind daardoor ook leert dat dat dit gedrag sociaal ongewenst is.
Onderzoek wijst uit dat veelvuldig fysiek straffen vergelijkbaar is met fysieke mishandeling en dus schadelijk is voor het kind. Zo kunnen fysieke straffen bijdragen aan gedragsproblemen, zoals vechten, pesten, antisociaal en agressief gedrag; aan psychische problemen, zoals depressie, angst en middelengebruik; en aan slechtere resultaten op school en lagere zelfwaardering. De negatieve effecten kunnen tot ver in de volwassenheid voortduren.

Pedagogisch nut

Bereiken ouders hun doel? Met andere woorden: heeft de corrigeerde tik pedagogisch nut? Nee, integendeel. Fysiek straffen leidt tot meer ongehoorzaam gedrag en minder goed leren van morele normen. Het leidt tot een minder veilige ouder-kindrelatie en minder inzicht in het eigen gedrag en mogelijke alternatieven daarvoor. Erger nog, door fysieke straf kunnen kinderen gaan denken dat geweld een acceptabele manier is om doelen te bereiken.
Kortom, de corrigerende tik draagt niet bij aan de ontwikkeling van het kind en heeft opvoedkundig geen meerwaarde.
Het is goed dat het verbod op de pedagogische tik in het Burgerlijk Wetboek staat. Dat geeft ons allemaal een morele plicht om ouders aan te spreken én om hen te steunen als de situatie daarom vraagt.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies