Over het Nederlands Jeugdinstituut

Voorkom radicalisering door er niet op te focussen

Blog van: Gert van den Berg -

Door een bezoek aan het buitenland ga je soms de situatie in eigen land meer waarderen. Afgelopen najaar bezocht ik in Brussel een conferentie over preventie van radicalisering. Waar in Frankrijk vooral aan repressie wordt gedacht, lijkt het in Nederland al gemeengoed dat je voor een effectieve preventie samenwerkt: beroepskrachten uit de sectoren jeugd, sociaal en veiligheid weten elkaar steeds beter te vinden, en er zijn meer contacten met de islamitische gemeenschappen.

De deelnemers van het congres in Brussel kwamen uit Frankrijk, België en Nederland. Dat er in Frankrijk bij de preventie van radicalisering vooral aan repressie wordt gedacht, kan ik vanwege de aanslagen in Parijs en Nice wel begrijpen. Maar in België lijkt men toch een stap verder, ondanks de terreur daar. Er wordt serieus werk gemaakt van preventie.

Voedingsbodem

Radicalisering is een proces. Het ontkiemt in een vruchtbare voedingsbodem en kan zich stap voor stap ontwikkelen tot extremisme: van het afwijzen van andere ideeën, via de bereidheid om tot geweld over te gaan tot het daadwerkelijk gebruik van geweld. Preventie moet zich daarom richten op die voedingsbodem en op de factoren die het proces van radicalisering bevorderen.

Er is al veel geschreven over de voedingsbodem. Het komt erop neer dat de ontwikkeling van radicale ideeën gedijt bij jongeren die zich buitengesloten voelen, die opgroeien in relatieve armoede, in gezinnen waarin de vader vaak afwezig is. Daarnaast kunnen individuele factoren meespelen: een lichte verstandelijke beperking, moeilijkheden op school of problemen met de geestelijke gezondheid. (zie ook NJi-dossier Radicalisering).

Preventie op drie niveaus

Een effectieve preventiestrategie begint met een brede benadering gericht op alle kinderen en jongeren. Hen moet van jongs af aan geleerd worden dat iedereen erbij hoort, ongeacht alle verschillen. Maar die boodschap werkt alleen wanneer zij dat ook zelf zo voelen in het dagelijks leven. Wanneer zij zelf merken dat ze gezien worden, er mogen zijn en serieus genomen worden. Interventies als De vreedzame school en De vreedzame wijk werken daar al aan.

Het tweede niveau is een meer selectieve benadering van jongeren die het risico lopen om te radicaliseren. Voor hen kun je maatregelen en interventies inzetten die hen minder gevoelig maken voor radicale boodschappen. Ondersteuning van hun familie en onmiddellijke omgeving kan dan ook bijdragen. Het derde niveau is geïndiceerde preventie voor jongeren die al aan het radicaliseren zijn, bijvoorbeeld door concrete aanpakken die helpen voorkomen dat zij daar verder in verzeild raken.

Positieve doelen

Door de kinderen die nu opgroeien te leren dat iedereen erbij hoort, kunnen we twee doelen bereiken. We voorkomen dat bij de jeugd die daar gevoelig voor is een voedingsbodem ontstaat waarin het zaad van radicale gedachten wortel kan schieten. En we zorgen dat ze beter bestand zijn tegen de verleidingen van het denken in wij en zij. Zo werken we aan een nieuwe generatie die minder vatbaar is voor polarisatie en het ontwikkelen van radicale ideeën.

Radicalisering en extremisme voorop stellen bij preventie kan overigens contraproductief werken doordat sommigen zich dan in een hoek gedrongen voelen. Een hoek waar je ze juist uit wilt halen. Je moet daarom positieve doelen formuleren en niet rondbazuinen dat je bezig bent met radicalisering te voorkomen.

Gemeente

Een getrapte strategie komen we voor een groot deel al tegen in het Actieplan Integrale Aanpak Jihadisme van het NCTV. Daarin is sprake van het weerbaar maken van jongeren, het ondersteunen van families en het samenwerken met islamitische gemeenschappen. Door zich uitdrukkelijk op risicogroepen te richten is die benadering al tamelijk selectief. De brede, universele benadering lijkt daarin te ontbreken. Terwijl het van groot belang is om daar nu in te investeren, om te voorkomen dat we straks alleen nog maar repressief kunnen optreden.

Een groot deel van de verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij gemeenten, maar die komen daar nog niet echt aan toe. Er wordt lokaal wel steeds meer en beter samengewerkt tussen professionals, ook met het informele circuit. Dat blijkt uit een quickscan van het NJi in elf plaatsen. Maar gemeenten moeten er dus nog meer werk van maken. En eerlijk gezegd zouden ze gek zijn als ze het niet doen. Met deze brede aanpak van preventie zorg je voor een betere, minder verdeelde samenleving. En dan hoef je het woord radicalisering niet te gebruiken.

NJi gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. Sluit mededeling over cookies